‘Het grote belang van waardebepaling van digitale en hybride zorg’
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Henk Herman Nap hield afgelopen mei zijn oratie over waarde(n)gedreven zorginnovaties bij zijn hoogleraarschap value based digital care innovations aan de Technische Universiteit Eindhoven. Nap, ook expert digitale zorg bij Vilans, is verheugd over de goede stappen die worden gezet in de waardebepaling van digitale en hybride zorginnovaties.
Een voorbeeld maakt direct duidelijk waarom er goede redenen waren om vijf jaar geleden vanuit Vilans en andere partijen – zoals Anders Werken In de Zorg, Digizo.nu, het lectorenplatform PIT/SPIRIT en NeLL – het Consortium Waardebepaling op te richten, om de toegevoegde waarde van digitale en hybride zorginnovaties te evalueren.
“We zagen heel veel pilots hiervoor in alle regio’s in het land”, vertelt Nap. “Op zich was het waardevol dat dit gebeurde natuurlijk, maar ik zag op een gegeven moment 30 vrijwel identieke pilots voor één type technologie. Zonde natuurlijk. Het was zonneklaar dat we centraal in kaart moesten gaan brengen welke pilots en onderzoeken er zijn op dit gebied. Dan kun je voorkomen dat regio’s dubbel werk doen, werken aan uniformering, en uitkomsten stapelen. Zo zorg je dat partijen van elkaar leren.”
Wat levert dit op? “Een prachtig eerste voorbeeld binnen de langdurige zorg is een onderzoek naar spraakgestuurd rapporteren”, zegt Nap. “Binnen een jaar hebben wij met verschillende onderzoeksorganisaties inzicht verkregen in het bestaande bewijs, kennishiaten geïdentificeerd, nieuw bewijs opgehaald in de praktijk en de resultaten gedeeld en voorgelegd aan Digzio.nu en de partijen binnen het Integraal Zorgakkoord.”
Hoe is dit gelukt? Door heel gestructureerd te werk te gaan, benadrukt Nap. “Om te beginnen door te bepalen wat we precies willen bereiken en via matchmaking daarbij de juiste partijen te betrekken die een rol kunnen spelen om die vraag beantwoord te krijgen. In het onderzoek naar welke kennis over het onderwerp al in de bestaande literatuur beschikbaar is, hebben we niet alleen gekeken naar de wetenschappelijke publicaties, maar ook naar de zogenaamde grijze literatuur zoals rapportages van kennisorganisaties en hogescholen. Voor het daaropvolgende praktijkgericht onderzoek binnen Anders Werken in de Zorg hebben wij samengewerkt met de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN).”
Nap stelt dit succes te zien als het begin van wat waardebepaling moet gaan brengen voor de inzet van digitale en hybride zorg. Daarbij gaat hij niet voorbij aan de uitdagingen die een rol spelen om dit te realiseren.
“Ten eerste het feit dat het bij waardebepaling niet alleen gaat om economische waarde. Er is ook de waarde voor de cliënt en de medewerker en er zijn ethische en sociale waarden die een rol spelen bij adoptie. Waardigheid en inclusiviteit meenemen in een beoordeling is nog geen gemeengoed. Hoe haal je die op bij zorgmedewerkers die onder grote werkdruk staan of bij cliënten die kwetsbaar zijn door dementie? Vragenlijsten werken dan veelal niet en het is ook niet altijd wenselijk en mogelijk om bewoners van een verpleeghuis te observeren. Dit betekent dat we nieuwe methoden moeten ontwikkelen om een beeld te krijgen van de waarde die technologie voor hen heeft. Op een manier die niet belastend voor hen is, maar toch voldoende solide om acceptabel te kunnen zijn.”
Ook belangrijk is het volgens Nap om oog te hebben voor verschillen tussen waardebepaling. Bijvoorbeeld in de medische wetenschap versus de waardebepaling van digitale en hybride ontwikkelingen in de langdurige zorg.
“In de medische wetenschap is sprake van een heel zorgvuldige manier van onderzoek doen. Veelal in de vorm van gerandomiseerde klinische trials die enige jaren vergen. Als je kijkt naar de huidige digitale en hybride zorg en ondersteuningstechnologie, dan kan dit niet altijd. Die technologie - vaak ondersteunt door AI - ontwikkelt zich dermate snel dat je er geen langdurig onderzoek mee kunt doen. Er is immers sprake van constante updates en nieuwe functies.”
Er is meer om rekening mee te houden, benadrukt Nap. “We zien dat het voor veel bedrijven nog onduidelijk is welke meerwaarde zorgverzekeraars en zorgkantoren willen zien. Er zou dus een systeem moeten zijn op basis waarvan ontwikkelbedrijven aan de voorkant inzicht kunnen krijgen in de waarde waaraan hun innovatie moet voldoen om voor bekostiging in aanmerking te kunnen komen. Hiervoor is onderwijs, training en kennisdeling nodig.”
Zijn leerstoel geeft Nap dus veel vragen over waardebepaling om nog te beantwoorden. “Daarbij wil ik mij ook richten op de waardebepaling van bundels”, vertelt hij. “We hebben het nu vaak over de waardebepaling van één product voor één toepassing. Maar vaak wordt niet één technologie ingezet maar drie of vier. Stel: een robot kan communiceren met een sensor en ziet dat een cliënt niet meer in huis is. Als je met zulke connecties rekening houdt, kun je met context gerichte berichten komen. Heel interessant.”
Hetzelfde geldt voor iteratieve waardebepaling, meent Nap. Cultuur, context en beleid veranderen in de langdurige zorg en bij technologie is sprake van constante doorontwikkeling. “Waardebepaling kan dus niet statisch zijn. Wellicht kunnen we met gebruikersgroepen gaan werken om hierop in te spelen. Ik denk dat veel ouderen erg bereid zijn – en ook heel goed in staat – om hierin te participeren. Daar zijn we nu nog niet mee bezig, maar we moeten er wel over nadenken.”
Het is belangrijk om tot uniformering van onderzoek naar waardebepaling te komen, stelt Nap. “Hiervoor is de Waardewaaier die Vilans heeft ontwikkeld belangrijk gebleken. Die biedt een gestructureerde praktische aanpak om de waarde van interventies inzichtelijk te maken. Het gaat hierbij niet alleen om de harde, maar ook om de zachte kosten en baten. Niet alleen om geld- en tijdsbesparing dus, maar ook om kwaliteit van leven voor cliënten en werkplezier en werkdrukverlichting voor medewerkers. Hier is veel werk in gestoken.”
Ook is er gewerkt aan de ontwikkeling van een Nederlandse methode om de kwaliteit van grijze literatuur te bepalen, evenals een methode om de waarde van processen en technologie met elkaar te kunnen vergelijken. “We zijn dus veel aan het ontwikkelen en doorontwikkelen om de opgave van waardebepaling efficiënt te kunnen uitvoeren.”
Het mooie is dat de waardebepaling zich niet hoeft te beperken tot digitale en hybride technologie. “We kijken ook of we sociale innovatie kunnen meenemen in een waardebepaling-traject”, zegt Nap. “Dat roept natuurlijk weer nieuwe vragen op over hoe je dat in kaart brengt, maar de processtappen kun je in principe voor elke toepassing gebruiken.”
Aan de fascinatie van Nap voor dit onderwerp – en dus de keuze voor zijn specialisatie en de beloning daarvan met zijn hoogleraarschap – ligt een bijzondere geschiedenis ten grondslag. Hij vertelt: “Ik herinner me nog heel goed dat mijn vader een digitale radio kocht voor mijn opa, ik was toen nog een kind. Al snel bleek de waarde van die digitale innovatie voor mijn opa nul, want hij wist niet hoe hij die digitale radio moest gebruiken. Ik vond het fascinerend om te zien hoe snel die waarde van een innovatie kon dalen als die niet aansluit bij de doelgroep.”
Voor Nap was dat de trigger om zich in zijn opleiding en daarna zijn werk op gebruiksvriendelijkheid en waardebepaling te richten. “In dat werk zie ik nu – ik stipte het al aan – waar ontwikkelaars tegenaan lopen als het gaat om bekostiging en de acceptatie van onderzoeksbewijs. Voor mij is dat een belangrijke reden om me met waardebepaling bezig te houden. Het is belangrijk dat alle betrokken partijen hierover helderheid krijgen.”