Zelf bouwen aan radicale zorginnovatie
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
“Het is magie.” Dat waren de woorden van een deelnemer toen ik recent een app live bouwde voor zo’n 40 zorgprofessionals van de Health Innovation School. Geen regel code getypt. Een prompt ingevoerd, zes minuten gewacht, en het resultaat draaide op hun smartphones. Ik hoorde het gemompel in de zaal toen de eerste deelnemers het werkend kregen. Iemand lachte van ongeloof. Een ander pakte een tweede telefoon om het aan een collega te laten zien.
Ik klink als een gebroken plaat. Al jaren schrijf ik in dit magazine over de noodzaak van radicale innovatie in de zorg. Over een systeem dat briljant is in klinische kwaliteit, maar verstikkend in alles eromheen: bureaucratie, verkokering, financieringsmodellen die ziekte belonen in plaats van gezondheid, een doorgeslagen afhankelijkheid van evidence based protocollen die al het nieuwe op voorhand buitensluit, en werkprocessen die zijn ontworpen rond verouderde IT in plaats van rond de patiënt.
Vorig jaar beschreef ik in ICT&health het zorgsysteem nog als een exposoom: een complex organisme met talloze onderlinge afhankelijkheden, waar je niet aan één knop kunt draaien zonder tien andere te beïnvloeden.
En eerlijk gezegd word ik er moe van. Niet van het schrijven, maar van het kijken. Naar officiële innovatiewedstrijden die dezelfde winnaars produceren. Naar overheidsprogramma’s die kosten willen besparen met de ene hand en prestigeprojecten financieren met de ander. Naar een eindeloze reeks regionale initiatieven die te klein zijn om de naald te bewegen. Allemaal incrementele stappen in een systeem dat een fundamentele koerswijziging nodig heeft.
Maar dit keer schrijf ik niet om een standpunt te herhalen. Dit keer heb ik bewijs.
Er is iets fundamenteels verschoven, en de meeste zorgbestuurders hebben het nog niet door. Jarenlang gold de aanname: als je iets wilt bouwen in de zorg, heb je een development team nodig, een projectplan, een budget, en achttien maanden geduld. Die aanname klopt niet meer.
Tot nu toe is AI in de zorg vooral ingezet als versneller: het spreekuur efficiënter, de administratie compacter, de triage sneller. Nuttig, maar in essentie hetzelfde werk in minder tijd.
Vibe coding opent een andere deur. Het stelt zorgprofessionals zonder technische achtergrond in staat om niet alleen sneller te werken, maar om werkwijzen te creëren die voorheen ondenkbaar waren. Niet door te programmeren, maar door in gewone taal te beschrijven wat ze nodig hebben. Een AI-assistent genereert de code en het resultaat is direct bruikbaar. Precies dát demonstreerde ik bij de Health Innovation School. De reactie van die 40 professionals was unaniem: dit verandert alles. Dat klinkt als overdrijving. Maar kijk naar wat er al gebeurt.
Michal Nedoszytko, cardioloog aan een Brusselse kliniek, bouwde tussen zijn diensten door een patiëntgerichte AI-tool. In zeven dagen. Hij eindigde daarmee op de derde plaats bij een internationale hackathon van Anthropic, uit 13.000 inzendingen. Nedoszytko is geen softwareontwikkelaar, maar een arts die het probleem zo goed begreep dat de technologie het makkelijke deel werd.
Dat is de kern van wat er gaande is: de bottleneck in zorginnovatie is omgekeerd. Het schaarse goed is niet langer technische capaciteit. Het is domeinkennis. En die zit bij de mensen op de werkvloer.
Dit is natuurlijk geen toverformule. Wat je met vibe coding bouwt, is een prototype: een werkend concept met een sterke gebruikerservaring, precies passend bij jouw werkproces. Het is geen productierijpe applicatie. Daarvoor heb je uiteindelijk een professioneel development team nodig.
Het cruciale verschil: als je een goed werkend prototype overdraagt aan een developer, levert dat sneller, goedkoper en kwalitatief betere software op dan wanneer diezelfde developer vanaf nul begint met een vaag programma van eisen. De regie om zelf te bouwen, geeft je exponentieel meer grip op het eindresultaat. Je bent niet langer afhankelijk van wat de IT-afdeling je aanbiedt. Je laat zien wat je nodig hebt.
Begin dit jaar organiseerde ik samen met Gabriëlle Speijer, Bart Timmers en Michiel Tebbes ‘The Most Innovative Session’ op de ICT&Health World Conference in Maastricht. Het concept was simpel en bewust oncomfortabel: pitch in 120 seconden een idee dat de gevestigde orde fundamenteel ontmantelt. Geen incrementele verbeteringen. Geen pilots die na twee jaar stilletjes worden opgedoekt. Radicale disruptie, met de patiënt als vertrekpunt.
Wat ons verraste, was niet enkel de kwaliteit van de inzendingen, maar de honger in de zaal. Zorgprofessionals, bestuurders, innovatiemanagers: ze wilden dit. Ze waren het moe om te luisteren naar presentaties over kleine stapjes vooruit. Het establishment nodigde radicale vernieuwing uit op zijn eigen podium en de zaal omarmde het.
Dat signaal zegt iets over een breder onbehagen in de sector: de groeiende erkenning dat incrementele innovatie de naald niet beweegt, en dat de echte doorbraken niet uit vergaderzalen komen maar van de werkvloer. De ambitie is dan ook om dit format te herhalen op de volgende editie van de World Conference, en om het uit te breiden naar sessies waarin deelnemers niet alleen pitchen maar echt bouwen. Wie daar in welke vorm dan ook bij betrokken wil zijn: laat het ons weten.
Die energie verdient een concreet vervolg. Daarom wordt begin oktober in België een ‘clinical build day’ georganiseerd: een gestructureerde dag waarop zorgprofessionals, samen met technische mentoren, werkende prototypes bouwen voor echte problemen uit hun eigen praktijk.
Het is bewust geen hackathon. Dat woord schrikt clinici af. Het wordt geassocieerd met cybercriminaliteit en nachtelijke codeersessies, niet met klinische innovatie. Daarom een bouwdag. Problemen worden vooraf ingediend door de deelnemers zelf. Denk aan: een verpleegkundige die elke dag dezelfde overdrachtsformulieren handmatig invult; een huisarts die patiëntgegevens uit drie systemen moet samenvoegen; een revalidatiearts die een eenvoudige monitoring-app nodig heeft maar al twee jaar op de wachtlijst van IT staat. Teams vormen zich op de dag zelf rond de meest urgente uitdagingen. Aan het eind staat er iets dat je kunt demonstreren, testen en doorontwikkelen.
Het doel is niet om in één dag de zorg te hervormen, maar om de mensen die de zorg het beste kennen de regie te geven bij het zelf de eerste stap zetten.
De interesse is er. In België hebben meerdere beroepsverenigingen en ledenorganisaties van zorgprofessionals enthousiast gereageerd. Dat bevestigt wat velen al vermoeden: de behoefte aan dit soort initiatieven is groot en niet alleen bij de usual suspects uit de innovatiehoek. Het zijn artsen, verpleegkundigen en paramedici die zeggen: dit willen wij. Ik verwacht dat het enthousiasme in Nederland minstens even groot zal zijn.
En als ik iets heb geleerd van de demonstratie bij de Health Innovation School en van het enthousiasme op het World Congress: die eerste stap is veel groter dan je denkt.
Dit alles gebeurt niet in een vacuüm. Er is een kracht die van buitenaf duwt: de consument.
Christophe Jauquet beschrijft het als ‘Healthusiasm’: de groeiende, mondiale trend waarbij mensen actief investeren in hun gezondheid, welzijn en fitheid. Niet reactief, vanuit ziekte, maar proactief, vanuit de ambitie om gezonder en gelukkiger te leven. Of, zoals Koen Kas het treffend verwoordt: “To die young, as late as possible.”
De cijfers zijn overtuigend. De wereldwijde gezondheids- en wellnessmarkt groeit met 8 tot 9 procent per jaar. Longevity, de wetenschap en sector rond het verlengen van gezonde levensjaren, trok in het eerste kwartaal van 2026 alleen al 3,7 miljard dollar aan investeringen. Fitnessketens evolueren naar aanbieders van geavanceerde gezondheidsmetingen. Longevity-klinieken schieten als paddenstoelen uit de grond. Consumenten kopen wearables, nemen abonnementen op health-apps en laten hun biomarkers analyseren. Ze wachten niet op het zorgsysteem. Ze bouwen hun eigen gezondheidsstapel, met of zonder de traditionele zorg.
De vraag voor zorgorganisaties is niet meer óf die verschuiving plaatsvindt. De vraag is of je meebeweegt of wordt ingehaald.
Ik eindig met een uitdaging. Neem één administratief pijnpunt uit je organisatie. Eén proces dat iedereen frustreert, maar al jaren niet verandert. Beschrijf het in gewone taal aan een AI-tool. Kijk wat er in een kwartier gebeurt. Misschien verbaas je jezelf.
Want als er één ding is dat ik steeds weer zie: zodra mensen ervaren wat er mogelijk is, willen ze niet meer terug. Niet naar de oude werkprocessen, niet naar de wachtlijsten, niet naar de afhankelijkheid van systemen die niet voor hen zijn ontworpen.
En als je verder wilt: als je wilt meedenken, meebouwen, of betrokken wilt zijn bij de clinical build day in oktober, neem dan contact op. Met mij, met de redactie van ICT&Health, of met een van de drijvende krachten achter The Most Innovative Session. We zoeken organisaties en individuen die radicale innovatie niet alleen willen bespreken, maar willen doen.
De zorg wacht al lang genoeg.