Niet alleen zorgorganisaties zijn druk bezig met het versterken van de digivaardigheden van medewerkers. Dat gebeurt ook in de ontwerp-, bouw- en technieksector (OBT-sector). Nathaly Boelhouwer vertelt hoe het programma digiVaardig bedrijven daarbij kan ondersteunen en welke elementen van dit programma zijn overgenomen uit de zorg.
DigiVaardig is een vierjarig programma dat subsidie ontvangt van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het valt onder Stichting digiGO1, die als doel heeft: het versnellen van de ketenbrede digitale samenwerking in de gebouwde omgeving.
“DigiGO helpt bedrijven en werknemers om efficiënter gegevens uit te wisselen; digiVaardig richt zich op de menselijke en organisatorische kant hiervan”, schetst Nathaly Boelhouwer, programmadirecteur van digiVaardig. “We versterken de digitale vaardigheden van organisaties door leidinggevenden en medewerkers te trainen en coachen.”
Ze duidt de visie van digiVaardig: “Wij vinden dat digitale vaardigheden behoren tot het vakmanschap en een randvoorwaarde zijn voor toekomstbestendig werken. Het is dus belangrijk dat bedrijven investeren in het versterken van het digitale zelfvertrouwen en verandervermogen van medewerkers. Dat is echt nodig om de digitale samenwerking in de keten te verbeteren.”
Werken in klantsystemen
Boelhouwer licht het belang toe dat alle medewerkers die betrokken zijn bij ontwerpen, bouwen en techniek goed digitaal kunnen samenwerken. “Bij een bouwproject zijn heel veel verschillende partijen betrokken: opdrachtgever, ontwerpers, adviseurs, architecten, aannemers, installateurs, ingenieursbureaus. Dan is het essentieel dat informatie veilig, betrouwbaar en eenduidig door de hele keten gedeeld en gebruikt kan worden. Het is noodzakelijk dat je met elkaar standaarden afspreekt over de digitale informatie-uitwisseling.”
Medewerkers hebben bovendien ‘bedrijfsoverstijgende’ digitale vaardigheden nodig, vervolgt Boelhouwer. “Ze werken niet alleen in de eigen systemen van hun werkgever, maar ook in die van de klant of opdrachtgever. Daarin verschilt onze sector van bijvoorbeeld de zorg.”
Aandacht voor adoptie
De programmadirecteur vertelt dat er veel instrumenten zijn om de digitale ketensamenwerking te verbeteren, maar dat er dikwijls weinig tijd en aandacht wordt besteed aan de beoogde adoptie door medewerkers. “Een voorbeeld is het BouwwerkInformatieModel, BIM. Dit is een digitale werkmethodiek waarbij alle betrokken partijen – zoals architect, aannemer, installateur – samenwerken in één 3D-model. Ik zie dat directies er vaak vanuit gaan dat medewerkers wel spelenderwijs leren hoe ze met BIM moeten werken. Maar in de praktijk is dat lang niet altijd zo.”
Het is belangrijk dat leidinggevenden beter nadenken over hoe ze hun team meekrijgen bij de digitale transformatie, benadrukt Boelhouwer. En dat medewerkers de digitale vaardigheden leren die nodig zijn voor een succesvolle transformatie. “Wij bieden vanuit het programma digiVaardig trainingen en leertrajecten om mensen daarmee te helpen.”
De nadruk in de trainingen ligt altijd op gedragsverandering, samenwerking en cultuur. “Het gaat bijvoorbeeld om: hoe geef je leiding aan verandering, hoe laat je medewerkers verlangen naar verandering? Voor onze doelgroep is dat best vernieuwend, want die is gewend om de oplossingen meteen te zoeken in de techniek”, zegt Boelhouwer. “Deelnemers kunnen een training of leertraject volgen, passend bij hun ontwikkelbehoefte, bijvoorbeeld: aanjagen, veranderen of verbinden.”
Leren van de zorg
Het programma digiVaardig heeft veel opgestoken van andere sectoren. “Zo is onze basistraining digiVaardig Veranderen grotendeels gebaseerd op wat al was ontwikkeld door Logistiek Digitaal”2, vertelt Boelhouwer. “Suzanne Verheijden, met veel ervaring in zorgsector, gaf deze digiVaardig Veranderen-trainingen. We namen bovendien diverse elementen over van Digivaardig in de zorg3. Zo adviseren wij bedrijven ook om te werken met digiCoaches, die hun collega’s helpen op de werkvloer. We leerden van de zorgsector dat persoonlijke begeleiding cruciaal is als je de digivaardigheden van medewerkers wilt verbeteren.”
Een doel van digiVaardig is om binnen vier jaar honderd digicoaches op te leiden in het mkb - bedrijven met maximaal zo’n 250 medewerkers. “We zien dat grotere bedrijven vaak wel digitale aanjagers hebben. Terwijl de kleinere bedrijven vooral hartstikke druk zijn met de dagelijkse dingen”, vertelt Boelhouwer. “Wij vinden het belangrijk om juist die kleinere bedrijven aan te haken bij de digitale transitie om ze daarmee toekomstbestendiger te maken.”
Ook is er vanuit het programma een digiScan ontwikkeld: een nulmeting die digiCoaches kunnen doen om te zien waar zijzelf en hun collega’s staan. “Ook dat idee komt overeen met wat men vanuit de zorg heeft bedacht”, zegt Boelhouwer. “Bovendien leerden we van Digivaardig in de zorg hoe belangrijk het is om onderzoek te doen. Zelf onderzochten we al of de instrumenten die we met onze trainingen onder de aandacht brengen aansluiten bij de behoeften van deelnemers.”
Kwalificaties
Boelhouwer vindt het belangrijk dat organisaties digitale vaardigheden structureel onderdeel gaan maken van leren, werken en ontwikkelen. Bijvoorbeeld door dit te laten terugkomen in functieprofielen en ontwikkelpaden.
“Daarnaast ontwikkelen we voor het Ontwikkel- en Opleidingsfonds van Wij Techniek en dat van de Bouw en Infra kwalificaties op het gebied van digitale ketensamenwerking. Deze zullen uiteindelijk hun weg vinden naar de kwalificatiedossiers in het middelbaar beroepsonderwijs. Hierin staat wat startende beroepsbeoefenaren moeten kennen en kunnen.”
Toekomst
Wat zijn de toekomstplannen? “Op korte termijn willen we vooral kijken: hebben medewerkers met verschillende functies ook behoefte aan andere digitale vaardigheden?”, vertelt Boelhouwer. “Wat gaat nog niet goed? En welke interventies werken dan het beste? Daar willen we vervolgens met ons trainingsaanbod op aansluiten.”
Verder wordt onderzocht of het programma zijn aanbod kan opschalen en uitbreiden. “We zijn ook benaderd door grote bedrijven die ons verzoeken om incompany-trainingen voor het opleiden van digiCoaches te gaan verzorgen. En van gemeenten en woningcorporaties krijgen we ook steeds vaker het verzoek hiertoe.”
De programmadirecteur vervolgt: “Daarnaast werken we aan de ontwikkeling van een kennisplatform, waarop we alle kennis over het versterken van digivaardigheden willen bundelen. Aan dit kennisplatform is het communityplatform KUBR4 gekoppeld, waarop mensen met elkaar kunnen delen waar ze tegenaanlopen en wat juist goed gaat, zodat ze van elkaar kunnen leren.”
Vibecoding
Gevraagd naar haar eigen digitale uitdagingen zegt Boelhouwer: “Ik probeer vooral bij te blijven! Dat is soms al lastig genoeg, haha. Maar investeren in je eigen digivaardigheid levert ook veel op, merk ik altijd weer. Zo heb ik onlangs leren vibe-coden. Vervolgens lukte het mij om binnen twintig minuten een app bouwen. Dat zou ik vroeger nooit gedacht hebben.”
Kansen en uitdagingen
Welke kansen ziet Boelhouwer bij het versterken van digivaardigheden in de OBT-sector? “Ik denk, zoals gezegd, dat bedrijven efficiënter kunnen samenwerken als de digitale vaardigheden van medewerkers op orde zijn. Ook verwacht ik een vermindering van faalkosten, dus de kosten die ontstaan doordat het werk niet meteen goed en volgens plan kan worden uitgevoerd. Verder zal de kwaliteit van het werk toenemen en gaan medewerkers vermoedelijk minder tijdsdruk en meer werkplezier ervaren. Bovendien zullen ze makkelijker kunnen meegroeien met nieuwe ontwikkelingen en technologieën, zoals datagedreven werken en AI.”
Uitdagingen zijn er natuurlijk ook, vervolgt Boelhouwer. “De grootste is dat het leren vaak boven op het dagelijks werk komt. Net als de zorg heeft ook onze sector te maken met personeelstekorten en een hoge werkdruk. Dat betekent dat de prioriteit vaak niet ligt bij het verbeteren van digitale vaardigheden van medewerkers.”
Ze gaat verder: “Daarnaast worden onvoldoende digitale vaardigheden soms nog te veel als een individueel probleem gezien, terwijl het eigenlijk een organisatievraagstuk is. Want als systemen, processen en ondersteuning niet goed geregeld zijn, kun je niet verwachten dat een individuele medewerker dat allemaal maar alleen oplost.”