Met GLIA Diagnostiek zetten Amsterdam UMC, OLVG Lab, Pur Sang en GGD Amsterdam een regionale digitale infrastructuur neer die de beschikbaarheid van diagnostische gegevens voor patiëntenzorg, onderzoek, preventie en publieke gezondheid structureel moet verbeteren. Wachten tot databeschikbaarheid landelijk geregeld is, is geen optie, menen de initiatiefnemers, en niets doen evenmin. Daarom anticiperen ze op landelijke ontwikkelingen en zetten ondertussen stappen vooruit.
GLIA Diagnostiek is een samenwerkingsverband waarin Amsterdam UMC, OLVG Lab, Pur Sang (voorheen Sanquin) en GGD Amsterdam de krachten bundelen om aan een regionaal digitaal platform voor laboratoriumdiagnostiek te bouwen. Een samenwerking die met goede redenen tot stand is gekomen, want de behoefte groeit aan betere beschikbaarheid van diagnostische gegevens voor patiëntenzorg, onderzoek, preventie en publieke gezondheid. De digitale infrastructuur wordt gefinancierd door drie partijen: Amsterdam UMC, OLVG Lab en GGD Amsterdam.
“De diagnostische keten in groot-Amsterdam was te versnipperd om daaraan in de bestaande situatie invulling te geven”, zegt Remmert Vosbergen, programmamanager GLIA IT en bestuurder van de Glia Diagnostiek IT B.V. “De partijen zijn zelf tot het initiatief voor samenwerking gekomen, omdat ze zagen dat de laboratoriumdiagnostiek een veel meer patiëntgedreven proces moest worden dat op het juiste moment de juiste informatie biedt aan de juiste zorgprofessionals. De betrokken partijen zouden daarmee werkgevers worden en het werk zou van betere kwaliteit en efficiënter worden.”
Data als pilaar
De doelstelling van GLIA is gericht op inhoud, proces en IT. Data is daarin een van de pilaren. “Verbetering van de processen vraagt om een regionaal dataplatform”, vertelt Vosbergen. “Er werd al wel samengewerkt, maar het was duidelijk nog steeds een wereld van papieren processen en verouderde techniek voor data-
uitwisseling. Verbetering hiervan betekent voor de korte termijn koppelingen tot stand brengen om gegevensuitwisseling te versnellen. En voor de langere termijn investering in een regionale digitale infrastructuur voor diagnostiek, innovatie en publieke gezondheid.”
Wat kortom tot stand moet komen, is een digitaal ecosysteem. “Een structurele oplossing met een goed ontwerp dat door alle partijen wordt gedragen”, zegt Vosbergen. “Dat klinkt logisch, maar het is complex om te realiseren, want het gaat om organisaties met ieder hun eigen bedrijfsdoelen, werkwijze en cultuur. Dus hebben de partijen een Europese aanbesteding gedaan om de aanbieder te vinden die dit systeem kan bouwen. En hebben ze parallel hieraan een B.V. opgericht als vehikel voor hun gezamenlijke doel.”
Inmiddels is op basis van die aanbesteding een leverancier gecontracteerd. MedicalPHIT heeft als onderdeel van Glia ICT de functionele eisen van de partijen vertaald naar de aanbesteding, en heeft bijgedragen aan de verdere uitwerking ten behoeve van de bouw door Conclusion B.V. als geselecteerde leverancier.
Use cases
De bouw van het digitale ecosysteem is in juli gestart. Op verzoek van de aandeelhouders is gekozen voor een geleidelijke aanpak met use cases en tussentijdse reflectie. “De bedoeling is in juni 2027 te kunnen laten zien dat de techniek rock solid is als basis voor dooronwikkeling”, schetst Vosbergen.
Voor de betrokken laboratoria, ziekenhuizen en publieke gezondheidsorganisaties betekent dit dat zij met een aantal efficiencyslagen te maken gaan krijgen. Vosbergen hierover: “Op dit moment is het zo dat de verschillende labs niet van elkaar weten of al onderzoek is gedaan op basis van bloed dat is afgenomen bij een patiënt. Er moet dus een gezamenlijk patiëntbeeld komen, om data te delen en zo dubbele diagnostiek te voorkomen. Iets dat ook voor de gemeente Amsterdam als aandeelhouder – vanwege de GGD’en – van groot belang is. Het maakt bron- en contactonderzoek bij een uitbraak actueler en sneller uitvoerbaar, en brengt het monitoren van de gezondheid binnen de stad dichterbij. Verder gaat het systeem het werk voor aanvragende laboratoria van buiten de regio veel efficiënter maken.”
En de patiënt? Die moet volgens Vosbergen overal kunnen binnenlopen voor bloedafname, in de zekerheid dat de laboratoriumuitslag zichtbaar wordt voor alle behandelaars voor wie dit relevant is. “Hier moet een advieslaag boven zitten die aan de voorkant garandeert dat direct de juiste testen worden aangevraagd en onnodige doorverwijzingen worden voorkomen. Interessant voor de patiënt is ook het project thuismonitoring, waarbij de patiënt thuis bloed kan afnemen en opsturen en dus niet voor ieder onderzoek naar het ziekenhuis hoeft.”
Schaalbaarheid belangrijk
Zoals gesteld wordt gewerkt met use cases. De uitdaging is dat de aanpak om tot het digitale ecosysteem te komen uitvoerbaar moet zijn, maar tegelijkertijd ook groot genoeg om er impact mee te maken, aldus Vosbergen. “Het moet schaalbaar zijn. Antimicrobiële resistentie (AMR) is daarbij bewust gekozen als een van de drie eerste use cases, omdat het een van de grotere mondiale gezondheidsuitdagingen is. Voor de GGD’en is het een belangrijk thema om AMR te bestrijden en verspreiding tegen te gaan.”
De tweede use case is reuma-thuismonitoring. “De toekomst van de diagnostiek zal steeds meer verschuiven naar de nulde lijn”, zegt Vosbergen hierover. “Dat is beter voor het zorgsysteem en beter voor de patient journey.” De derde use case is order to pay en is volgens Vosbergen gericht op het ontvangen en routeren van labaanvragen van derde partijen, deelnemende partnerlaboratoria in de regio dus of laboratoria van buiten de regio. “Een meer generieke use case kortom, bedoeld om het proces van ordering en resultaatverwerking over een of meerdere bij Glia betrokken laboratoria te verbeteren.”
Wachten geen optie
Dat de genoemde Amsterdamse partijen dit proces ter hand nemen is onontkoombaar, stelt Vosbergen. “Wachten tot databeschikbaarheid landelijk geregeld is, is geen optie. Niets doen evenmin. Dus we anticiperen hierop – bijvoorbeeld de ontwikkelingen in Cumuluz – maar bouwen ondertussen door. We hebben de businesscase voor wat wij aan het doen zijn goed laten onderzoeken. Uiteraard hebben we goed gekeken naar soortgelijke initiatieven binnen en buiten de regio, maar dat kun je maar tot zekere hoogte overzien.”
Het is dus zaak iets te ontwikkelen wat klaar is voor de toekomst – denk aan de EHDS-wetgeving rondom laboratoria data in 2031 – maar op zo'n manier op te bouwen dat nu al gestart kan worden. Vosbergen: “Wij geloven dat deze aanpak de grootste kans van slagen heeft, en mogelijk te zien is als een best practice voor andere regio’s. Ook zullen de investeringen die we nu doen altijd leiden tot inzichten die van pas komen als we later landelijk dekkende systemen gaan bouwen.”
André Huisman, product owner GLIA Platform namens Curatec, vult aan: “Wat we vaak zien is inderdaad veel gepraat en weinig beweging. In het GLIA-ontwerp is er rekening mee gehouden dat het flexibel is naar de toekomst. Het is heel open en is daarmee zeer geschikt om er met andere initiatieven op aan te sluiten of Glia geografisch op te schalen. Met een lijst van in potentie vijftig use cases – op het gebied van onderzoek, AI, preventie en geïntegreerde diagnostiek – gaat het bovendien echt verder dan andere regio’s. We hebben daar trouwens in de voorbereiding ook lessons learned opgehaald. Ik zie wat onder de vlag van GLIA gebeurt echt wel als een blauwdruk voor wat in andere regio’s of ook landelijk mogelijk is.”
Moed nodig
De ambitie van GLIA is simpel maar de uitvoering is complex, stelt Vosbergen. “Het vergt moed van de betrokken partijen om dit te doen. Andere partijen zien waar we mee bezig zijn en vragen zich ongetwijfeld af wat het gaat brengen. Ik denk dat ze er met heel veel belangstelling naar kijken dat zulke belangrijke partijen zo’n investering durven te doen. Want vergis je niet, samen vormen die een belangrijke speler in het Nederlandse diagnostische landschap.”
Uiteindelijk is adoptie de enige graadmeter voor succes, realiseert hij zich. “De verwachting is dat we het bewijs hiervoor in drie jaar kunnen leveren. Waarbij de daaropvolgende drie jaar dienen om wat we dan hebben opgebouwd verder te verbeteren, uit te breiden en mogelijke nieuwe laboratoria aan te sluiten. Mijn enige taak in dit proces is iedere dag de juiste stappen in de juiste volgorde te nemen tot aan het moment van de proof of the pudding. Tot dat moment mag iedereen natuurlijk zijn eigen beeld en verwachting erbij hebben.”