Databeschikbaarheid wordt vaak besproken alsof het vooral gaat om toegang. Data moet stromen. Dat klopt. Maar wat als die data onderweg verandert in losse brokjes? Een labwaarde zonder trend. Medicatie zonder reden. Een diagnose zonder status. Een overdracht die technisch klopt, maar klinisch voelt als ruis.
Daarin verbergt zich een onderbelicht thema: bruikbaarheid1. Zonder bruikbaarheid verplaatsen we vooral administratie. Sneller, netter, meer gestandaardiseerd. Maar nog steeds administratie.
We hebben lang geïnvesteerd in eenheid van taal en techniek. Zeker nodig. Maar niet genoeg. Want informatie die correct is gemodelleerd, kan nog steeds verkeerd landen. Wat de ene zorgverlener vastlegde als nuance, komt bij de volgende terug als vinkje. Een zorgverlener zoekt meestal geen data. De zorgverlener zoekt betekenis.
Dat is geen theoretisch probleem. In JAMIA werd al eerder beschreven hoe het aantal EPD-notities dat SEH-artsen moesten overzien in 17 jaar ruim 30 keer zo groot werd; in 2022 ging het per contact om een mediaan van 359 notities en bijna 59.000 woorden2. Dat is geen dossier meer. Dat is Moby Dick met dienstpieper.
Ook ander onderzoek laat zien dat datakwaliteit en systeemgebruiksvriendelijkheid samen de cognitieve belasting van artsen bepalen3. Gebruiksvriendelijkheid hangt samen met tevredenheid over het EPD, en tevredenheid weer met minder burn-out4.
Dat maakt gebruiksvriendelijkheid geen luxe. Het is patiëntveiligheid in vermomming. Als een arts zes schermen moet openen om context te reconstrueren, is de informatie misschien beschikbaar, maar nog niet bruikbaar.
Context is geen bijlage
Interessant genoeg is context geen nieuw inzicht. Onder meer het artikel van Igor Schoonbrood over de technische architectuur van RSO Zuid-Limburg maakt dat concreet: openEHR, FHIR, federatie en telemonitoring zijn bouwstenen richting datacentrische zorg5. Maar bouwstenen zijn nog geen gebouw. De waarde ontstaat pas als vastleggen, modelleren, uitwisselen en tonen samen dezelfde klinische bedoeling vasthouden.
Toch knippen we informatie steeds vaker op in velden, resources, API-calls en berichten. Dat is technisch vaak verstandig. Maar klinisch wordt het riskant als het ontvangende systeem de samenhang niet teruggeeft. Dan is informatie wel uitwisselbaar, maar niet meer herkenbaar zoals bedoeld.
Ook AI gaat dit niet vanzelf oplossen. Een samenvatting zonder herkomst, status en context is vooral sneller geformuleerde onzekerheid. Bruikbaarheid moet dus vóór de toepassing worden ontworpen, niet achteraf worden gerepareerd.
Wat vraagt dit concreet:
- Ontwerp vanuit de beslissing. Welke keuze moet de zorgverlener nemen, onder welke tijdsdruk en met welke onzekerheid?
- Bewaar het verhaal achter het vinkje. Toon bron, datum, auteur, discipline, episode, status, betrouwbaarheid en reden van vastleggen.
- Combineer structuur en verhaal. Codes zijn nodig, maar soms is één zin veiliger dan vijf losse velden.
- Test op overload. Vraag niet alleen of het bericht geldig is, maar of de gebruiker binnen 30 seconden begrijpt wat ertoe doet.
- Ontwerp de landing. Niet alleen wat we verzenden telt, maar ook hoe informatie landt in scherm, proces en gesprek.
Meer én beter
Databeschikbaarheid zonder bruikbaarheid is een snelle route naar informatie-overload. De volgende stap is dus niet alleen méér data beschikbaar maken, maar beter bewaren wat data waardevol maakt: context, bedoeling en gebruiksgemak.
Het is niet het systeem met de meeste gegevens die de zorgverlener het meest helpt. Het systeem dat informatie teruggeeft met het gevoel waarmee zij is vastgelegd, komt het dichtst in de buurt.