Dagelijks valt er wel iets te lezen over de digitale transformatie in de zorg. Of dat nu de digitale ICT&Health-nieuwsbrief is of een andere nieuwsbron, het maakt niet uit. Ik vraag mij af of die nieuwsstroom een reflectie is van een positieve ontwikkeling: vorderingen in de implementatie van digitale zorgtoepassingen. Ik ben daarom maar weer eens in de cijfers gedoken. Dat levert verrassende resultaten op. De aandacht blijkt geen afspiegeling te zijn van de implementatie. Bij mijn onderzoek focus ik me op beeldbellen en telemonitoring. Niet meegenomen zijn de ontwikkelingen op het gebied van Elektronische Patiënten Dossiers (EPD’s) en patiëntportalen.
Onder druk wordt alles vloeibaar. Tijdens de Covid 19-pandemie nam het gebruik van e-health - zoals het aantal beeldbel- en telemonitoring-verrichtingen - sterk toe. In 2019 was het aantal beeldbelconsulten te verwaarlozen, een schamele 1.900, in 2021 was dat aantal gegroeid tot 66.000. Maar wat zien we daarna? Een afname tot nog maar iets meer dan de helft: 35.500 in 20231.
Wel vertonen de cijfers in 2024 weer een lichte stijging2 volgens BeterDichtbij. Cijfers van het Ministerie van VWS in de Monitor Digitale Zorg3 laten dit echter niet zien. Wat het aantal telemonitoring-verrichtingen betreft, zijn de cijfers wat optimistischer. Een groei van 76.000 in 2019 naar 127.000 in 2021. Echter, toch weer een afname naar 100.000 in 2023. Hoewel de Monitor Digitale Zorg in 2024 weer een lichte stijging laat zien, na een initiële daling na Covid.
Nader onderzoek
Bovenstaande cijfers zijn reden voor nader onderzoek. Is er een oorzaak aan te wijzen voor deze terugval? Het meest recente rapport, Monitoring Digitaal Zorggebruik4 van het Nivel, verklaart een van de eerdergenoemde verrassende resultaten. Het aantal consumenten dat geen behoefte heeft aan telemonitoring-apparaten, zoals voor het meten van bloedsuikerwaarden, bloeddruk of longfunctie, is gestegen van 40 procent in 2019 naar 60 procent in 2024.
Over de oorzaak valt slechts te speculeren. Het gevoel ‘wat heb je aan het meten van die waarden als er toch niets mee gedaan wordt door een zorgverlener’, zou wel eens een belangrijk factor kunnen zijn. De vraag ‘what’s in it for me’ is een belangrijk gedragselement.
Op het gebied van gedrag met betrekking tot e-health levert hetzelfde rapport waardevolle informatie. De volgende percentages vergelijken metingen ten aanzien van gedrag in 2019 en 2024.
Consumenten
Erg enthousiast een groei van 15 procent naar 28 procent; wil het wel tot nog zoekend afnemend van 47 procent naar 40 procent; terughoudend tot negatief, een afname van 39 procent naar 33 procent.
Chronisch zieken en gehandicapten
Erg enthousiast een groei van 21 procent naar 25 procent; wil het wel tot nog zoekend toenemend van 36 procent naar 42 procent; terughoudend tot negatief een afname van 42 procent naar 33 procent.
Verpleging en verzorging
Erg enthousiast een afname van 32 procent naar 19 procent; wil het wel tot nog zoekend groeiend van 60 procent naar 68 procent; terughoudend tot negatief een groei van 12 procent naar 22 procent.
Bovenstaande percentages zijn gebaseerd op grafieken in het rapport, dus niet exact op één procent af te ronden. Auteurs stellen vast dat zorggebruikers enthousiaster lijken over digitale zorg ten opzichte van eerdere jaren, terwijl verpleegkundigen het tegenovergestelde lijken, ofwel minder enthousiast.
Werk aan de winkel
Als mogelijke verklaringen voor het verschil in houding (gedrag) tussen zorggebruikers en zorgverleners is een aantal belangrijke belemmeringen te noemen, zoals:
- Interoperabiliteit en standaarden: zonder eenduidige standaarden en goed georganiseerde digitale toegang blijft integratie tussen systemen moeizaam - dat vertraagt informatie-sharing en schaalbaarheid. Het Nictiz signaleert dit en werkt eraan.
- Financiering en verdienmodellen: structurele vergoedingen voor digitale zorg zijn niet altijd helder; pilots krijgen soms geen vervolg omdat bekostiging ontbreekt of gefragmenteerd is. Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en verzekeraars experimenteren, maar uniforme lange-termijnregelingen ontbreken nog op veel dossiers.
- Digitale ongelijkheid en privacy-zorgen: niet alleen patiënten hebben zeer uiteenlopende digitale vaardigheden, beschikbaarheid van apparaten of vertrouwen om zorg digitaal te gebruiken, ook voor zorgverleners geldt dit. Daarnaast spelen privacy, security en wettelijke kaders een rol bij adoptie.
- Werkdruk en workflow-integratie: zorgverleners ervaren soms extra administratieve last of onduidelijke meerwaarde. Als digitale tools niet naadloos in bestaande werkprocessen passen, stokt adoptie.
- Bewijs en evaluatie: veel oplossingen starten als pilot. Het gebrek aan solide, reproduceerbaar bewijs voor klinische en economische meerwaarde vertraagt brede invoering.
Kortom: er is dus werk aan de winkel om deze belemmeringen weg te nemen. Maar hoe dan? Hier volgt een aantal praktisch en direct toepasbare aanbevelingen:
- Investeer in standaarden en digitale toegang: steun daarin Nictiz-achtige nationale infrastructuur en programma’s zodat uitwisseling en veilige authenticatie vanzelfsprekend worden.
- Maak financiering toekomstvast: structureer vergoedingen voor bewezen digitale zorg, zodat succesvolle pilots niet stranden. ZN-initiatieven kunnen als basis dienen voor breder beleid.
- Prioriteer opschaling van bewezen toepassingen: selecteer oplossingen met klinisch en economisch bewijs en investeer in nationale opschaling en implementatie-ondersteuning.
- Investeer ook in mensen, niet alleen in techniek: onderwijs, scholing en co-design met gebruikers vergroten acceptatie; combineer digitale tools met laagdrempelige begeleiding voor kwetsbaren.
Noodzaak gedragsverandering
Techniek alleen is niet genoeg. Succesvolle digitale transformatie vraagt zowel professionele als maatschappelijke gedragsverandering. Bij zorgverleners kan dit gerealiseerd worden via training in digitale workflows, vergroten van vertrouwen in data en tools en herontwerp van werkprocessen. Belangrijk is dat digitale toepassingen tijdbesparend en klinisch relevant zijn, anders wordt adoptie vluchtig. Ook zijn veranderende rolopvattingen nodig: van ‘geef zorg in één fysieke setting’ naar ‘coördineer zorg over meerdere digitale touch points’.
Bij zorggebruikers moeten digitale geletterdheid, vertrouwen in privacy en perceptie van meerwaarde (zelfmanagement, gemak) groeien. Voor kwetsbare groepen zijn alternatieve of ondersteunde kanalen nodig om ongelijkheid te voorkomen.
Dit alles vraagt om een gedragsverandering bij alle stakeholders, bekijk de zorg vanuit een nieuw perspectief, bewandel niet de bekende en vertrouwde paden.
Mogelijke oplossingen
Ga niet breed digitaliseren, maar alleen daar waar nodig en mogelijk. De benadering in het Interreg Maas-Rijn gefinancierde project5 Remote Monitoring@Home (RM@H) is een mooi voorbeeld. RM@H ontwikkelt hybride zorgpaden waarbij ziekenhuizen, huisartsen, zorgorganisaties en patiënten betrokken zijn. Door het combineren van technologie op afstand via wearables en het verbeteren van de communicatie tussen eerstelijns- en tweedelijnszorg wordt de patiëntenzorg uiteindelijk beter, persoonlijker en efficiënter. Op basis van bestaande zorgpaden wordt in co-creatie met alle stakeholders gezocht naar mogelijkheden om deze hybride te maken. Deze nieuwe hybride zorgpaden worden in een iteratief proces getest, aangepast en uiteindelijk getoetst op haalbaarheid.
Iedereen moet kunnen profiteren van digitale zorg en welzijn. Dat lukt alleen als we het samen lokaal goed regelen: zorg, welzijn, gemeenten en andere publieke, private en maatschappelijke partners. De Alliantie Digitaal Samenleven heeft een methode ontwikkeld6 om samen oplossingen te creëren. Deze Blauwdruk is een methode om digitale zorg en welzijn lokaal voor iedereen toegankelijk te maken. Of het nu gaat om begrijpelijke systemen of toegankelijke hulp: alleen samen zorgen we ervoor dat de zorg voor iedereen toegankelijk is. Een zeer nuttige tool voor ontwikkelaars van digitale zorg.
En: zet de bril van die patiënt op. Daarbij helpt de Escapekoffer Digitale Inclusie van Pharos7, een spel om zorgverleners, beleidsmakers en app-ontwikkelaars bewuster te maken van hoe moeilijk digitale zorg voor veel mensen is gemaakt.
Over een andere boeg
Om de digitale transformatie alsnog tot een succes te maken en niet verder terug te vallen - zoals na Corona - zullen we het dus over een andere boeg moeten gooien. De focus moet gericht zijn op gedragsverandering. Een keuze die mogelijk gemaakt en gesteund moet worden door een nieuwe regering en een nieuwe minister - zoals de politieke wens door de zorg is uitgesproken - alleen voor Volksgezondheid.