VR in de ggz: potentie groot, implementatie weerbarstig

ma 16 februari 2026 - 12:20
VR
Nieuws

Virtual reality (VR) wordt in het Integraal Zorgakkoord (IZA) nadrukkelijk genoemd als kansrijke innovatie om de druk op de geestelijke gezondheidszorg (ggz) te verlichten. De belofte is duidelijk: effectievere behandelingen, kortere sessies en meer eigen regie voor patiënten. Toch blijkt de structurele opschaling in de praktijk weerbarstig. Wat maakt dat een technologie die tijd kan besparen, zelf onvoldoende tijd krijgt om goed te landen?

In editie 1 van ICT&health analyseren Sven Hagg (GGNet), Christina Jaschinski (Hogeschool Saxion) en Marjolein den Ouden (Hogeschool Saxion en ROC van Twente) de implementatie van VR binnen de ggz. Hun artikel is gebaseerd op onderzoek onder zorgprofessionals van GGNet en brengt systematisch in kaart welke factoren duurzame inzet van VR bevorderen – en welke elementen juist belemmerend werken.

Goede resultaten VR

VR wordt inmiddels ingezet bij traumagerelateerde stoornissen, onder meer in combinatie met EMDR-therapie, en bij angststoornissen binnen cognitieve gedragstherapie (CGT). Eerste resultaten wijzen op kortere behandelsessies en een grotere betrokkenheid van patiënten. Ook lijkt VR nieuwe mogelijkheden te bieden voor cliënten die eerder onvoldoende profiteerden van reguliere behandelvormen. De potentie is daarmee overtuigend aanwezig.

De praktijk laat echter zien dat succesvolle implementatie meer vraagt dan de aanschaf van VR-brillen. Het onderzoek beschrijft allereerst hoe draagvlak onder behandelaren cruciaal is. Professionals die al vertrouwd zijn met e-mental health, videobellen of digitale modules, blijken sneller geneigd VR te integreren in hun behandelpraktijk. Zij ontwikkelen vaardigheden door te experimenteren en ervaringen uit te wisselen met collega’s. Positieve behandelervaringen versterken vervolgens het enthousiasme.

Enthousiasme kwetsbaar

Tegelijkertijd blijkt dit enthousiasme kwetsbaar. Technische storingen, instabiele wifi-verbindingen en onvoldoende geïntegreerde registratieprocessen ondermijnen het vertrouwen in VR-technologie bijvoorbeeld. Wanneer apparatuur niet direct inzetbaar is of ondersteuning ontbreekt, vallen behandelaren terug op traditionele methoden. Daarnaast ontbreken vaak duidelijke organisatorische afspraken over wanneer en hoe VR standaard wordt ingezet. Zonder structurele inbedding blijft het gebruik afhankelijk van individuele motivatie.

Ook tijdsdruk speelt een doorslaggevende rol. Hoewel innovatie op beleidsniveau wordt aangemoedigd, ligt de nadruk in de dagelijkse praktijk vaak op productiecijfers. Het artikel beschrijft een duidelijke tegenstelling: VR moet behandelingen efficiënter maken, maar zonder voorafgaande investering in implementatietijd wordt dat doel niet bereikt. Innovatie wordt daarmee iets wat ‘erbij’ moet, in plaats van een integraal onderdeel van het zorgproces.

Integrale aanpak voorop

Het artikel gaat verder nog in op twijfels over effectiviteit, verschillen in adoptieniveaus onder behandelaren en de noodzaak van professionele standaarden, opleidingen en duidelijke contra-indicaties. Volgens de auteurs vraagt duurzame transformatie om een integrale aanpak: een heldere visie, structurele ondersteuning, betrouwbare technische infrastructuur en expliciete expertrollen binnen teams.

De analyse van GGNet laat zien dat technologische innovatie in de ggz niet alleen een kwestie is van bewijs en enthousiasme, maar vooral van organisatie, tijd en governance. Wie VR wil opschalen, moet dus investeren in meer dan hardware alleen.

Het volledige artikel leest u in ICT&health editie 1, die op 20 februari verschijnt.