‘Ik heb een gevoel van haast’, schrijft Conny Helder in een visie op de gezondheidszorg, gepubliceerd in een recente editie van ICT&health. Dat gevoel wordt veroorzaakt door de steeds schevere verhouding tussen de toename van de zorgvraag (vooral veroorzaakt door vergrijzing) en de realiteit van de arbeidsmarkt. De tijd dringt om vraag en aanbod enigszins in balans te houden en als het kan die balans te verbeteren, aldus de voormalig VWS-minister, tegenwoordig toezichthouder en voorzitter van de redactieraad van ICT&health.
Tijdens een bezoek aan Finland zei een ziekenhuisbestuurder dat mensen in de zorg twee rollen hebben. Allereerst de zorg professioneel uitvoeren - dus goed uitvoeren én continu verbeteren. Ten tweede een rol om na te denken over het fundamenteel anders organiseren van de zorg om te voorkomen dat we vastlopen door bovengenoemde scheefgroeiende verhouding. Iedereen in de zorg moet hierover nadenken, ideeën aandragen en openstaan voor echte vernieuwing. Als het niet schuurt of eng aanvoelt, zo betoogde hij, is de innovatie niet goed genoeg.
Ik denk dat hij gelijk heeft en ben altijd op zoek naar de ‘wat als we….’ ideeën. Wat als we bijvoorbeeld cliënten met dementie alleen maar dagzorg bieden? Is het resultaat qua uitkomst van zorg dan gelijk? Deze vraag stelde ik jaren geleden - samen met mijn collega-bestuurder. Nu is het werkelijkheid. Het programma ‘Thuiswaarts’ bij tanteLouise biedt die dagzorg en de resultaten zijn goed.
Die ene goede vraag
Iedere innovatie begint met die ene goeie vraag én met het vóór op de golf zitten van nieuwe ideeën. Er is wel een goede structuur nodig om die ideeën systematisch te testen en om te zetten in beleid. We zien nu enorm veel pilots in de zorg, maar de innovatiekracht valt tegen. Veel pilots zijn niet origineel, eerder bedoeld om het ‘not invented here’ syndroom te bestrijden.
Zowel in Nederland als internationaal zie ik dat je verder komt door de kracht van het elkaar ontmoeten, het uitwisselen van innovatieve ideeën en kruisbestuiving tussen sectoren. En hou daarbij in het achterhoofd wat innovatie moet opleveren.
Dit roept de vraag op hoe we innovaties die hieruit voortkomen, kunnen bevorderen. En niet onbelangrijk, hoe zorgen we ervoor dat we nieuwe diagnostiek en behandeling niet zien als verzwaring van de zorg - en dus onwenselijk - maar als gewenste innovatie. Want de eerste gedachte bij het voorbeeld hierboven is: maar dan gaan we nog meer mensen op de poli zien.
Terechte vraag, en misschien is dat zo. Maar als het ervoor zorgt dat meer patiënten langer hun gezichtsvermogen behouden en zelfstandig kunnen blijven, dan is de maatschappelijke rekensom niet moeilijk. Met huidige vergrijzing moeten we vanuit maatschappelijk oogpunt niet alleen in minder, maar ook in andere zorg durven denken.
Meer, gezondere levensjaren
Ik hoor sommigen van u al denken ‘willen we dit allemaal wel? Mogen we nog doodgaan?’ Dat zal hoe dan ook gebeuren, maar we kunnen nu aan levensjaren winnen die ook nog eens gezonder zijn. Dat heeft enorme gevolgen. Want je gezichtsvermogen verliezen heeft veel meer impact dan de ongemakken die komen met ouder worden. Dergelijke invaliditeit bemoeilijkt zelfstandigheid of een bijdrage leveren aan onze samenleving. De getroffen ouderen worden hier niet gelukkig van en de extra benodigde zorg is steeds minder beschikbaar.
Kortom: tijd voor omdenken en samenhangend beleid, zodat we mensen en middelen die er zijn dáár inzetten waar de kans op een gezonde en weerbare bevolking het grootst is. Dat betekent andere keuze, maar ook ruimte scheppen voor onderzoek en innovatie. Zodat we de zorg veranderen. Niet als luxe, maar als noodzaak.
Lees het hele artikel van Conny Helder in ICT&health 5, 2025. Of lees het in ons online magazine.