Een nieuwe manier om tijdens de bevalling de conditie van het ongeboren kind en de weeënactiviteit van de moeder te meten, kan de geboortezorg in de toekomst veranderen. Arts-onderzoeker Phebe Berben onderzocht aan de Technische Universiteit Eindhoven een methode waarbij draadloze sensoren elektrofysiologische signalen meten. De techniek kan mogelijk zorgen voor betrouwbaardere monitoring en meer bewegingsvrijheid voor vrouwen tijdens de bevalling. Berben promoveerde op 7 september.
Tijdens een bevalling houden zorgverleners de conditie van het ongeboren kind en de weeënactiviteit van de moeder nauwlettend in de gaten. De bestaande manieren om dat te doen, hebben echter beperkingen. Zo kunnen bewegingen van moeder of kind en overgewicht de betrouwbaarheid van de metingen beïnvloeden.
Berben onderzocht daarom elektrofysiologische monitoring als alternatief. Met draadloze sensoren kunnen zowel de hartslag van het ongeboren kind als de activiteit van de baarmoeder niet-invasief worden gemeten. Volgens de onderzoeksresultaten is de methode veilig en goed toepasbaar in de dagelijkse praktijk van de geboortezorg. Dat kan in de toekomst betekenen dat vrouwen tijdens de bevalling meer bewegingsvrijheid hebben, terwijl zorgverleners beschikken over betrouwbare informatie over de conditie van moeder en kind.
Ook na de geboorte
De technologie kan mogelijk ook buiten de bevalling worden ingezet. Met dezelfde methode kan de activiteit van de baarmoeder na de geboorte worden gevolgd. Daarmee wordt een proces meetbaar waarover tot nu toe beperkte informatie beschikbaar is. Die metingen kunnen in de toekomst nieuwe inzichten geven in het herstel van de baarmoeder na de bevalling.
Ook kan de techniek mogelijk helpen om afwijkingen eerder te signaleren en ernstige bloedingen na de bevalling beter te voorspellen. Dat laatste is op dit moment nog een mogelijke toekomstige toepassing, geen bewezen klinische uitkomst.
Innovaties anders beoordelen
Berben keek in haar promotieonderzoek niet alleen naar de techniek zelf. Samen met ingenieurs van de Technische Universiteit Eindhoven ontwikkelde ze ook een nieuwe onderzoeksaanpak om medische innovaties te beoordelen binnen de zorgomgeving waarin ze uiteindelijk gebruikt moeten worden.
Het onderzoek werd uitgevoerd binnen het landelijke BIRTHSCREEN-project, in samenwerking met Máxima MC, de TU/e en innovatieve partners in de Brainportregio. Volgens Judith van Laar, gynaecoloog bij Máxima MC, hoogleraar aan de TU/e en promotor van het onderzoek, biedt de methode perspectief op betrouwbaardere monitoring tijdens en na de bevalling. Ook noemt zij het comfort voor de moeder en de informatie voor zorgverleners als mogelijke voordelen.
Van onderzoek naar toepassing
De promotie betekent niet dat de nieuwe monitoringsmethode nu al breed wordt toegepast. Het onderzoek vormt volgens Máxima MC een basis voor verdere ontwikkeling en onderzoek naar de toepassing ervan in de geboortezorg.
Phebe Berben promoveerde op 7 september 2026 aan de Technische Universiteit Eindhoven op het proefschrift Implementation of Electrophysiological Monitoring During Labor. Het onderzoek werd mede uitgevoerd binnen Máxima MC en maakt deel uit van het landelijke BIRTHSCREEN-project.
In oktober 2024 schreven we ook over een destijds nieuwe techniek waarmee de elektrische activiteit van de baarmoeder kan worden gemeten. Ook die ontwikkeling is gericht op het verbeteren van de monitoring van moeder en kind tijdens de bevalling.
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.