Humanoïde robots zijn bezig aan een snelle opmars, ook binnen de zorg. Volgens auteur Xenia Kuiper draait succesvolle inzet daarbij niet alleen om techniek, maar vooral om de manier waarop zorgprofessionals robots trainen, begeleiden en corrigeren. Juist hun kennis van menselijk gedrag, empathie en zorgprocessen bepaalt straks of robots echt ondersteunend worden in de dagelijkse praktijk, zo schrijft zij in ICT&health 2, 2026.
Waar robots lange tijd vooral werden gezien als programmeerbare machines, verschuift dat beeld snel. De nieuwste generatie humanoïde robots leert namelijk steeds meer op een manier die lijkt op menselijke ontwikkeling: door te observeren, fouten te maken en zich aan te passen aan de omgeving. Kuiper trekt daarbij een parallel met de animatiefilm How to train your dragon, waarin de hoofdpersoon zijn draak niet met dwang, maar met geduld en wederzijds begrip leert kennen.
Diezelfde dynamiek ziet de auteur terug in de zorg. Niet programmeurs of ingenieurs, maar zorgprofessionals blijken cruciaal voor succesvolle robotimplementaties. Zij weten hoe goede zorg eruitziet, hoe patiënten reageren en welke nuances belangrijk zijn in dagelijkse handelingen.
Humanoïde robots zijn bovendien geen toekomstmuziek meer. Internationaal worden ze al ingezet in logistiek en industrie, terwijl ook zorginstellingen experimenteren met toepassingen zoals medicijntransport, tilondersteuning en nachtrondes. Volgens Kuiper zullen robots en AI elkaar de komende jaren steeds verder versterken.
Leren van mensen
Een belangrijke trainingsmethode voor humanoïde robots is imitation learning: leren door observatie en nabootsing. Robots kijken hoe mensen handelingen uitvoeren en proberen die steeds nauwkeuriger te reproduceren. Via teleoperation kan een medewerker een robot op afstand besturen, terwijl alle bewegingen digitaal worden opgeslagen.
Daarnaast winnen motion capture en demonstration learning terrein. Daarbij dragen trainers speciale pakken met sensoren die bewegingen registreren vanuit meerdere camerahoeken tegelijk. Ook video wordt steeds vaker gebruikt om robots menselijke handelingen te laten analyseren.
Toch kent die aanpak beperkingen, benadrukt de auteur. Video’s bevatten bijvoorbeeld geen informatie over gewicht, weerstand of kwetsbaarheid van een patiënt. Daarom blijft de kennis van zorgprofessionals essentieel bij het trainen van robotsystemen.
Oefenen in digitale zorgwereld
Om robots veilig te laten experimenteren zonder risico’s voor patiënten, wordt steeds vaker gebruikgemaakt van digital twins: virtuele kopieën van zorgomgevingen. In zulke simulaties kunnen robots duizenden scenario’s oefenen, van drukke gangen tot onverwachte situaties tijdens een avonddienst.
Daarnaast maken nieuwe Vision-Language-Action-modellen het mogelijk dat robots gesproken instructies begrijpen en zelfstandig handelen. Een zorgprofessional kan dan in gewone taal uitleggen wat een robot moet doen, zonder ingewikkelde programmeerkennis.
Volgens Kuiper verschuift de rol van zorgmedewerkers daardoor fundamenteel. Zij worden niet alleen gebruikers van technologie, maar ook mede-ontwikkelaars ervan. Organisaties waar medewerkers begrijpen hoe robots leren en waar ruimte bestaat om samen ervaring op te bouwen, blijken volgens de auteur het meest succesvol.
Menselijke factor bepalend
Humanoïde robots zijn nog niet klaar voor grootschalige zelfstandige inzet. Ze blijven kwetsbaar in complexe en onvoorspelbare situaties waarin menselijke intuïtie een grote rol speelt. Toch verwacht de auteur dat de ontwikkeling snel doorzet.
Daarmee ontstaan ook nieuwe vragen. Welke waarden krijgen robots mee? Hoeveel autonomie is wenselijk? En hoe ga je om met onverwachte beslissingen van een robot? Volgens de auteur zijn dat geen puur technische vraagstukken, maar professionele en ethische keuzes binnen de zorgpraktijk.
Zorgorganisaties die nu al experimenteren met humanoïde robots bouwen volgens Kuiper belangrijke ervaring op voor de toekomst. Niet omdat ze technisch het verst zijn, maar omdat hun medewerkers leren hoe mens en robot samen kunnen werken.
Lees het hele artikel in de recent verschenen editie 2, 2026 van ICT&health. Of lees het artikel in ons online magazine.