Jack Kreindler, oprichter van WellFounded Health, deelde tijdens zijn keynote op dag 2 van de ICT&health World Conference in Maastricht zijn inzichten over het herontwerpen van de gezondheidszorg met behulp van technologie, data en menselijke verbinding. Daarbij verkende hij hoe innovatie en empathie samen kunnen bijdragen aan betekenisvolle verandering. "Exponentiële groei van Ai en andere technologieën hebben een exponentieel groeiende impact op zorg en gezondheid."
Kreindler beschrijft zichzelf als extreme environments researcher. Hij onderzoekt hoe mensen functioneren onder extreme omstandigheden, met als doel beter te begrijpen hoe we uiteindelijk langer én gezonder kunnen leven. Daarbij kijkt hij nadrukkelijk niet alleen vooruit, maar ook terug.
Lessen voor de toekomst
Volgens Kreindler is het noodzakelijk om lessen uit het verleden te benutten bij het vormgeven van de toekomst. Hij illustreert dat met een eenvoudig voorbeeld. Honderd jaar geleden werd via marketing verkondigd dat Kellogg’s-cornflakes het beste begin van de dag waren. Inmiddels weten we beter. “Dat roept de vraag op,” stelt hij, “waar staan we over honderd jaar, nu een technologie als AI overal aanwezig is? Want ik geloof er in dat exponentieel toenemende computercapaciteit en AI-capaciteit de zorg gaan transformeren.”
Met een licht gevoel voor humor gebruikt Kreindler popcultuur om zijn punt te maken. Zo verwijst hij naar Darth Vader uit Star Wars. “Hij had nogal veel gezondheidsproblemen: multi-orgaan falen, geen ledematen meer, ernstige brandwonden en zware astma. Toch liep hij gewoon rond.” Wat hij daarmee wil zeggen: wat vandaag nog niet te genezen of te verbeteren is, kan dat over honderd jaar misschien wél zijn. “Nu al kunnen we binnen 100 dagen van eerste concept naar een vaccin gaan. Deze vooruitgang is overweldigend. Waar denk je dat we over 100 jaar staan.”
Extreme omstandigheden
Een belangrijk deel van zijn werk bestaat uit het bestuderen van mensen in uiteenlopende extreme omstandigheden — van cage fights tot ernstige ziekten zoals kanker, maar ook de aandoeningen die ontstaan als gevolg van veroudering. “Ik verloor de cage fight overigens,” voegt Kreindler daar nog aan toe. Door te analyseren hoe het menselijk lichaam en gedrag reageren onder die omstandigheden, probeert hij patronen te herkennen die kunnen worden doorvertaald naar betere zorg. Daarbij speelt data een centrale rol.
Die hoeveelheid beschikbare gezondheidsdata is de afgelopen decennia explosief gegroeid. Waar gezondheidsdata veertig jaar geleden vaak niet meer was dan een jaarlijkse meting van lengte en gewicht, verzamelen we nu continu gegevens via allerlei devices. Die ontwikkeling wordt bovendien steeds betaalbaarder. Kreindler wijst erop dat het monitoren van iemands gezondheid in 2008 nog tienduizend dollar per dag kon kosten, terwijl dat tegenwoordig voor ongeveer één dollar mogelijk is. Dat maakt het veel eenvoudiger om mensen met aandoeningen zoals COPD of hartproblemen langdurig te volgen. Opschalen blijft daarbij wel een uitdaging.
Kan data sterfteoorzaken beperken?
Hart- en vaatziekten, neurologische aandoeningen, fysieke kwetsbaarheid, mentale problemen en verslavingen zijn volgens Kreindler nog altijd de belangrijkste oorzaken van sterfte. De vraag is of data kan helpen om dat te doorbreken. “We moeten het in ieder geval proberen,” stelt hij, ook omdat er wereldwijd jaarlijks zo’n vijf biljoen dollar aan zorg wordt uitgegeven, met beperkte effectiviteit.
De complexiteit van dat vraagstuk is groot. Het gaat niet alleen om zorg, maar ook om het menselijk leven zelf, om zorgsystemen en om politiek. Dat is volgens Kreindler te ingewikkeld om met het menselijk brein alleen op te lossen. Tegelijkertijd laat de recente geschiedenis zien dat verandering soms plotseling mogelijk is. De coronapandemie maakte digitalisering en zelfzorg in korte tijd normaal. Draagbare devices kregen een vaste plek, en er kwam meer aandacht voor longevity.
Technologie — van videobellen tot AI — kan volgens Kreindler helpen om diagnoses te stellen op een niveau dat vergelijkbaar is met dat van een laboratorium. Dat geeft burgers meer regie over hun eigen gezondheid. Met de juiste data kunnen mensen zelf al veel doen om hun gezondheid te verbeteren. Juist kleine ingrepen kunnen dan een groot effect hebben.
Persoonlijke ervaring: Zuidpool
Hij illustreert dat ook met een persoonlijke ervaring. Kreindler maakte deel uit van een expeditie naar de Zuidpool, waar onder extreme omstandigheden onder meer medische devices werden getest. “Dan ontdek je dat je bij min veertig graden nauwelijks in staat bent om een device op een oplader aan te sluiten.” Die ervaring is volgens hem direct relevant voor de zorg. Oudere mensen met aandoeningen zoals reuma of Parkinson leven dagelijks met vergelijkbare beperkingen. “Dat moet je meenemen in technologische ontwikkeling.”
Een andere belangrijke les uit die expeditie was het belang van sociale netwerken. Individuele zelfredzaamheid is waardevol, maar kent grenzen. Zeker onder extreme omstandigheden. Vrienden, familie, teams en de kracht van het netwerk om je heen zijn essentieel.
Gezonder ouder worden
Alles bij elkaar moet dit bijdragen aan gezonder ouder worden. Medicatie is er volgens Kreindler al voldoende, maar die helpt vooral om langer te leven, niet per se om gezonder oud te worden. Terwijl dat laatste juist is waar mensen naar streven. “Iedereen wil zich op zijn negentigste nog zestig voelen,” zegt hij, “maar daar handelen we nu nog onvoldoende naar.”
Dat wel realiseren, vraagt volgens Kreindler om een andere houding. Niet alleen extreem gezond willen leven, maar ook bereid zijn om te leren van extreme situaties, in verbinding met anderen. Niet afzonderen, maar samen bouwen aan duurzame zorgnetwerken.
Zijn afsluitende boodschap is tweeledig: onderschat de kracht van exponentieel groeiende technologie niet - maar onderschat ook niet wat extreem moeilijke omstandigheden ons kunnen leren.