Digitale zorg, zoals telemonitoring, speelt een belangrijke rol bij het toekomstbestendig maken van de Nederlandse gezondheidszorg. Dat blijkt uit een proefschrift dat de implementatie en opschaling van telemonitoring in Nederlandse universitaire medische centra (UMC’s) onderzoekt, met speciale aandacht voor het Citrienfonds eHealth-programma Implementatie en opschaling.
De aanleiding voor het onderzoek, dat afgelopen donderdag op de UvA verdedigd werd door Harm Gijsbers PhD, ligt in de toenemende druk op het zorgsysteem. De stijgende zorgkosten, versnellende vergrijzing en groeiende personeelstekorten zetten de financiële, personele en sociale duurzaamheid van de zorg onder druk. Technologische en digitale zorgoplossingen, waaronder telemonitoring, worden gezien als een manier om kwaliteit, toegankelijkheid en efficiëntie van zorg te behouden.
Van onderzoek naar implementatie
Telemonitoring maakt het mogelijk om patiënten op afstand te volgen, bijvoorbeeld via continue of periodieke metingen van gezondheidswaarden. De afgelopen jaren, met name ook onder druk van de Coronapandemie, toen fysieke contacten aan beperkingen onderhevig waren, zijn steeds meer zorginstellingen telemonitoring gaan inzetten. Echter, ondanks de snelle groei van digitale zorgtechnologieën is er volgens het onderzoek nog relatief weinig kennis over de daadwerkelijke implementatie en opschaling ervan in de dagelijkse zorgpraktijk.
Een analyse van 824 wetenschappelijke artikelen uit 2019 laat zien dat onderzoek vooral gericht is op pilotstudies en effectiviteitsonderzoek. Implementatie en grootschalig gebruik krijgen minder aandacht. Volgens het proefschrift is een meer evenwichtige evaluatie over alle fasen nodig om succesvolle implementatie en digitale transformatie in de zorg te bevorderen.
Factoren voor succesvolle opschaling
Om inzicht te krijgen in de voorwaarden voor landelijke opschaling van telemonitoring werden verschillende studies geanalyseerd. Daaruit kwamen 89 factoren naar voren die opschaling beïnvloeden. Belangrijke thema’s zijn onder meer financiering, interoperabiliteit met elektronische patiëntendossiers, kennis van zorgverleners, veranderingsmanagement en regelgeving.
Succesvolle opschaling vraagt volgens het onderzoek om structurele integratie van telemonitoring in reguliere zorg, tijdige vergoeding en duidelijke nationale richtlijnen.
Citrienfonds eHealth-programma
Het Citrienfonds eHealth-programma richtte zich op de opschaling van telemonitoring in alle zeven Nederlandse UMC’s. Binnen het programma werden drie toepassingen centraal gesteld: cardiologie, prenatale zorg en monitoring van vitale functies op ziekenhuisafdelingen.
Een nulmeting in 2020 onder 124 zorgprofessionals liet zien dat veel zorgverleners de waarde en toekomstpotentie van telemonitoring erkennen, maar dat de toepassing nog niet structureel was ingebed in de dagelijkse praktijk. Gebrek aan training en middelen werd genoemd als belangrijke belemmering. Tegelijkertijd bleken zorgprofessionals optimistisch over telemonitoring als toekomstige standaardpraktijk.
De implementatie binnen het Citrienfonds programma leidde tot een sterke toename in het gebruik van telemonitoring tussen 2020 en 2022. Het aantal cardiologische telemonitoringpatiënten groeide van 190 naar 5.185. Bij prenatale monitoring steeg het aantal van 41 naar 1.162 patiënten. Monitoring van vitale functies nam toe van 2.666 naar 13.630 patiënten.
De mate van implementatie verschilde echter per UMC en niet elk centrum implementeerde alle telemonitoringprojecten. Volgens het onderzoek bestaat er nog een kloof tussen het huidige gebruik en routinematige toepassing in de zorgpraktijk.
Landelijke samenwerking
Een belangrijke factor bij de opschaling was de samenwerking binnen het Citrien-2 eHealth-netwerk. Dit landelijke netwerk faciliteerde kennisuitwisseling, gezamenlijke planning en ondersteuning tussen UMC’s. Ook maakte het mogelijk om gezamenlijke barrières, denk aan regelgeving, vergoeding en organisatorische gereedheid, effectiever aan te pakken.
Daarnaast bood het netwerk ondersteuning bij training, stakeholderbetrokkenheid en het delen van best practices. Volgens deelnemers stimuleerde de netwerkbenadering ook een vorm van gezonde competitie en versnelde het de adoptie van bestaande oplossingen.
Randvoorwaarden verdere implementatie
Ondanks de vooruitgang blijven er uitdagingen bestaan bij de verdere implementatie van telemonitoring. Organisatorische gereedheid, financiering, regelgeving en interoperabiliteit spelen een belangrijke rol bij verdere opschaling. Ook blijven educatie en praktische training voor zorgprofessionals noodzakelijk.
Het proefschrift benadrukt daarnaast het belang van inclusie en toegankelijkheid, zodat alle patiëntgroepen kunnen profiteren van digitale zorg, ongeacht sociaaleconomische status of digitale vaardigheden.
Digitale zorg dichter bij de patiënt
De studie begon met een patiëntverhaal uit 2014. De patiënt gaf aan dat het op afstand monitoren van haar hartritme haar een gevoel van veiligheid en vertrouwen zou geven.
Volgens het proefschrift wordt telemonitoring steeds vaker onderdeel van het dagelijks leven van patiënten. Voorbeelden zijn patiënten die thuis hun bloedsuiker meten via een app of vanuit huis een ECG naar hun cardioloog sturen.
De ervaringen uit het Citrien-2-programma laten zien dat telemonitoring in Nederland belangrijke stappen heeft gezet richting landelijke implementatie. Tegelijkertijd blijft verdere samenwerking, training en beleidsmatige ondersteuning nodig om digitale zorg structureel onderdeel te maken van de dagelijkse praktijk.