De opening van de ICT&health World Conference werd afgesloten met een paneldiscussie. Het gesprek ging niet, zoals je misschien zou verwachten op een conferentie als deze, over de inzet van technologie. Volgens de gesprekspartners ging het over iets fundamentelers, namelijk over de vraag wat ‘gezondheid eigenlijk moet zijn’. “Technologie heeft de gezondheidszorg veel gebracht, maar is niet de sleutel tot structurele verandering”, met die constatering opende Lucien Engelen de paneldiscussie.
“Wie de zorg echt wil transformeren, moet verder kijken dan data, AI en digitale tools. Cultuur, gedrag en systemen bepalen uiteindelijk of innovatie landt”, aldus Engelen. Het panel dat Engelen introduceert, kijkt daarom nadrukkelijk voorbij het technologische tijdperk.
Larry Brilliant, arts en epidemioloog, plaatst het gesprek direct in een mondiale context. Pandemieën, zegt hij, zijn geen theoretisch risico maar juist een terugkerende realiteit. Zijn eigen werkervaring met COVID-19 en eerder met de uitroeiing van pokken laat zien wat wereldwijde samenwerking kan opleveren. Tegelijkertijd wijst hij op een minder zichtbare crisis: “Een wereld waarin mensen wel ouder worden, maar daarbij ook een steeds groter deel van hun leven ziek zijn.”
Pandemie van ziekte
Brilliant spreekt van een ‘pandemie van ziekte’. Het verschil tussen levensverwachting en gezondheidsverwachting groeit wereldwijd en bedraagt gemiddeld veertien jaar, in de Verenigde Staten volgens Briljant zelfs vijftien jaar. Die jaren worden grotendeels doorgebracht in ziekte, terwijl zorgsystemen vooral zijn ingericht op behandeling achteraf. Het gevolg is een steeds zwaardere druk op zorg en economie.
Zijn voorstel is daarom ogenschijnlijk eenvoudig: maak het vergroten van de gezondheidsverwachting met één jaar tot een gezamenlijk, wereldwijd doel. Niet langer leven als abstract ideaal, maar meer gezonde jaren voor iedereen. Volgens Brilliant is dat doel eerlijk, omdat de winst vooral terechtkomt bij kwetsbare groepen. En het is volgens hem ook richtinggevend, omdat het helpt keuzes te maken in technologie, beleid en investeringen. Technologie en sociale media kunnen daarbij volgens hem ondersteunend zijn, maar alleen binnen een gedeelde missie.
Preventie in een nieuw jasje
Jack Kreindler van WellFounded Health sluit daarbij aan, al kiest hij wel een andere toon. Hij relativeert de huidige hype rond lange levensduur en plaatst vraagtekens bij claims over extreem lange levensduur. Humor, optimisme en morele moed zijn volgens hem nodig om het gesprek scherp te houden. Hij stelt dat een lange levensduur in wezen preventie in een nieuw jasje is.
Ook Kreindler benadrukt dat het niet gaat om langer leven als doel op zich, maar om het verkorten en het samenpersen van de periode van ziekte. Dat is niet alleen een individuele wens, maar een maatschappelijke noodzaak gezien vergrijzing en stijgende zorgkosten. In zijn eigen werk combineert hij technologie, AI en nieuwe zorgmodellen in kleinschalige klinieken. Die bewijzen zich eerst bij individuen die het kunnen betalen. De echte uitdaging volgt daarna: opschalen naar de brede bevolking en het publieke zorgsysteem.
Daarbij is communicatie cruciaal. “Wetenschappelijke correctheid alleen overtuigt niet”, zegt Kreindler. “Mensen hebben verhalen nodig die begrijpelijk en inspirerend zijn.” Tegelijk waarschuwt hij dat elke herpositionering van gezondheid stevig verankerd moet blijven in de wetenschap.
Jan Liska (Sanofi) brengt in de paneldiscussie het perspectief van de grote organisatie in. Complexiteit, zegt hij, werkt vaak verlammend. Verandering begint met de keuze om iets niet bij voorbaat als onmogelijk te zien. Geïnspireerd door eerdere lezingen over exponentiële wetenschap besloot hij gezondheid binnen Sanofi breder te benaderen dan alleen via medicijnen. Ook andere disciplines en storytelling behoorden daarbij tot zijn taken.
Onderling met elkaar verbonden
Dat leidde tot de ontwikkeling van een wereldwijde Population Health Strategy, met inmiddels meer dan honderd professionals. Population health noemt Liska de wetenschap van implementatie: niet het bedenken van nieuwe ideeën, maar het daadwerkelijk realiseren ervan. Hij verwijst naar het Triple Aim- en Quintuple Aim-model, waarin gezondheidsuitkomsten, patiëntervaring, kosten, werkplezier van zorgprofessionals en gelijke toegang onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Echte transformatie kost tijd, benadrukt Liska. Falende zorg is volgens hem zelden het gevolg van een gebrek aan kennis of visie, maar van onvoldoende discipline in uitvoering: “Missie, doel en implementatiekracht bepalen of verandering beklijft.”
Aan het einde van de paneldiscussie is de conclusie eensluidend. De toekomst van gezondheid ligt niet in technologie alleen, maar in preventie, gezondheidsverwachting en de moed om ideeën ook echt door te voeren. AI en data zijn krachtige middelen, mits ze worden ingezet binnen een duidelijke maatschappelijke missie, met oog voor gelijkheid, cultuur en praktische uitvoering. De vraag is wat de gesprekspartners betreft niet wat technologie kan, maar waarvoor we technologie willen gebruiken.