Telezorg lijkt een vaste plek lijkt te krijgen binnen de eerstelijnszorg voor kinderen. Dat blijkt uit de eerste resultaten van een groot, meerjarig Amerikaans onderzoeksprogramma. Vooral bij chronische endocriene aandoeningen en problemen rond de mentale gezondheid worden virtuele consulten relatief vaak ingezet. Telezorg kan daarbij niet alleen de belasting voor gezinnen verminderen, maar zorgorganisaties mogelijk ook helpen meer patiënten te behandelen.
Onderzoekers van het Children's Hospital of Philadelphia (CHOP) analyseerden elektronische patiëntgegevens van 1.088 kinderzorgpraktijken in de Verenigde Staten. In totaal ging het om meer dan 19,6 miljoen consulten tussen 2019 en 2024.
Het onderzoek maakt deel uit van het in 2023 gestarte programma Telemedicine Integrated into Pediatric Primary Care & Child Outcomes (TIPP-C). Dit door de Amerikaanse National Institutes of Health (NIH) gefinancierde programma onderzoekt onder meer wanneer telezorg vergelijkbare of betere zorg kan bieden dan fysieke consulten en wat de gevolgen zijn voor gezondheidsuitkomsten en gezondheidsverschillen.
Gerichte inzet
Vóór de coronapandemie vond minder dan één procent van de onderzochte consulten via telezorg plaats. In april 2020 liep dat aandeel op tot 55 procent. Daarna nam het gebruik sterk af, maar het verdween niet: in 2024 vond ongeveer zes procent van de consulten nog virtueel plaats.
Daarbij zijn duidelijke verschillen tussen zorggebieden zichtbaar. Bij consulten rond mentale gezondheid lag het aandeel telezorg met 20 procent het hoogst, gevolgd door endocriene aandoeningen met 19 procent. Bij dermatologie en infectieziekten was dat 11 procent, bij spijsverteringsproblemen 10 procent en bij luchtwegaandoeningen 9 procent.
Volgens de onderzoekers gaat het vaak om aandoeningen waarbij regelmatige controles belangrijk zijn, maar waarbij niet tijdens ieder consult uitgebreid lichamelijk onderzoek nodig is. Virtuele afspraken kunnen dan reistijd besparen en het voor gezinnen eenvoudiger maken om afspraken in te plannen.
Meer capaciteit
De resultaten wijzen er bovendien op dat telezorg niet simpelweg fysieke afspraken vervangt. Sinds medio 2023 hangt ieder extra teleconsult samen met een toename van het totale aantal consulten. Dat suggereert dat zorgpraktijken met telezorg hun capaciteit kunnen vergroten en meer kinderen tijdig kunnen helpen.
"Dit onderzoek heeft ons geholpen de rol van telezorg en de invloed ervan op probleemgerichte zorg beter te begrijpen", stelt onderzoeksleider Alexander Fiks. Volgens hem is vervolgonderzoek nodig om vast te stellen wat het groeiende gebruik van telezorg betekent voor de gezondheid van kinderen en in hoeverre het de belasting en toegangsbarrières voor gezinnen daadwerkelijk vermindert.
Vervolgonderzoek
Die vragen vormden in 2023 de aanleiding voor het TIPP-C-programma. Hoewel het gebruik van telezorg tijdens de coronapandemie explosief groeide, was nog weinig bekend over de omstandigheden waaronder een virtueel consult de voorkeur zou moeten krijgen boven een fysieke afspraak.
Het onderzoeksprogramma kijkt daarom niet alleen naar de verhouding tussen telezorg en fysieke consulten bij preventieve, acute en chronische zorg. Ook wordt onderzocht welke invloed verschillende niveaus van telezorggebruik hebben op gezondheidsuitkomsten en gezondheidsverschillen en welke organisatorische structuren en zorgprocessen een effectieve inzet ondersteunen.
De huidige stand van zaken van de studie, gepubliceerd in Pediatrics, geeft vooral inzicht in de manier waarop telezorg inmiddels onderdeel is geworden van de reguliere eerstelijnszorg voor kinderen. Vervolgonderzoek moet duidelijk maken of die ontwikkeling ook leidt tot betere gezondheidsuitkomsten, betere toegankelijkheid en kleinere gezondheidsverschillen.