Een app downloaden die belooft stress te verminderen, beter te slapen of angstklachten te verlagen: voor miljoenen mensen klinkt dit als een aantrekkelijke oplossing. Mentale gezondheidsapps worden gepresenteerd als laagdrempelige, toegankelijke hulpmiddelen, vaak zelfs als een “therapeut in je broekzak”. Toch blijkt in de praktijk dat de belofte niet altijd overeenkomt met de ervaring. Waar de technologie verlichting moet brengen, kan zij juist bijdragen aan extra spanning, frustratie en een gevoel van voortdurende controle.
Onderzoek toont aan dat smartphonegebruikers dagelijks tientallen pushmeldingen ontvangen. Bij mentale gezondheidsapps gaat het vaak om meldingen die urgentie uitstralen: “Je bent je streak aan het verliezen!”, “Je stressniveau loopt op, doe NU een oefening!” of “Wat is je positieve intentie van vandaag?”. Op papier bedoeld als steun, maar in werkelijkheid vaak een bron van microstress. Vooral ’s nachts of op onverwachte momenten worden gebruikers ruw uit hun rust gehaald. Dan schiet de app haar doel voorbij en werkt het juist averechts.
Psychologen wijzen erop dat dit effect te maken heeft met de manier waarop ons brein bedreigingen verwerkt. Evolutionair gezien zijn mensen ingesteld op hyperalertheid: bij het minste teken van gevaar reageerden onze voorouders onmiddellijk, een cruciaal overlevingsmechanisme. Digitale meldingen maken misbruik van datzelfde mechanisme. Wanneer een app waarschuwt dat je stressniveau stijgt, ervaart je lichaam een alarmsignaal, ook al is er feitelijk geen acuut probleem.
Van belofte naar belasting
In eerste instantie ervaren veel gebruikers deze meldingen als steunend. De app geeft immers een gevoel van controle: “ik kan direct iets doen om mijn stress te verlagen.” Maar onderzoek laat zien dat dit effect snel afneemt. Gebruikers beschrijven frustratie en irritatie wanneer meldingen zich blijven herhalen of weinig variatie bieden. Een veelgehoorde klacht: “Ik had het gevoel dat ik steeds hetzelfde moest doen, terwijl ik geen echte vooruitgang merkte.”
Bovendien kan de constante monitoring leiden tot een tegengesteld effect: in plaats van afstand te nemen van piekergedachten, worden gebruikers juist hyperbewust van elke lichamelijke sensatie. Dit versterkt angst en maakt dat de app onderdeel wordt van het probleem, in plaats van de oplossing.
Hete en koude framing
Communicatiewetenschap biedt een nuttig kader om dit fenomeen te begrijpen. Er is een onderscheid tussen ‘hete’ framing (gericht op urgentie, emotie en alarm) en ‘koude’ framing (gericht op reflectie, rust en nuance). Veel apps maken gebruik van hete framing: rode badges, trillingen, animaties die aftellen of virtuele bloemen die verwelken als je een oefening overslaat. Deze aanpak vergroot betrokkenheid, maar zet gebruikers onder druk.
Voor mentale gezondheid is juist koude framing cruciaal. Cognitieve gedragstherapie, een bewezen effectieve behandelvorm, benadrukt het belang van afstand nemen van angstige gedachten en ruimte creëren voor reflectie. Een app die voortdurend alarmsignalen afgeeft, werkt daarmee direct tegen dit principe in.
Naar betere ontwerpkeuzes
De oplossing ligt niet in het afschrijven van digitale zorg, maar in slimmer ontwerp:
- Meldingslimieten: Studies tonen aan dat het bundelen van meldingen tot drie keer per dag stress verlaagt en gebruikers meer rust geeft.
- Opt-in monitoring: Laat gebruikers zelf bepalen of en wanneer zij biometrische data willen bijhouden, in plaats van standaard continue metingen.
- Intentionele frictie: Kleine drempels, zoals beperkte datavernieuwing of het instellen van vaste checkmomenten, doorbreken dwangmatig gebruik.
- Kleur en taal: Kalme kleuren en zachte formuleringen (“Wanneer je eraan toe bent, kun je een oefening proberen”) werken veel effectiever dan alarmerende meldingen.
- Persoonlijke regie: Apps zouden patiënten meer controle moeten geven over instellingen, timing en toon van meldingen, zodat de technologie ondersteunend is in plaats van belastend.
Digitale zelfzorg
Voor gebruikers betekent dit dat zij kritisch mogen kijken naar de digitale hulpmiddelen die zij inzetten. Draagt een melding werkelijk bij aan hun welzijn, of bedient de app vooral zijn eigen betrokkenheidsstatistieken? De meest radicale stap kan verrassend eenvoudig zijn: meldingen uitzetten, de app alleen gebruiken op eigen initiatief en meer vertrouwen op eigen veerkracht.
Digitale innovaties hebben de potentie om mentale zorg toegankelijker en persoonlijker te maken. Maar alleen als ze ontworpen worden met oog voor menselijke psychologie en de noodzaak tot rust. Misschien is de grootste innovatie wel een app die weet wanneer het beter is om stil te zijn.
In Nederland maakte ZN begin dit jaar bekend drie digitale gezondheidsapps financieel te zullen ondersteunen. Apps die voor patiënten laagdrempelig in gebruik zijn verdere inzet van zorg kunnen voorkomen. Daarmee helpen de apps bij passende zorg en kan hybride zorg worden gerealiseerd. Met huisartsenkoepels LHV en NHG, branchevereniging InEen en leveranciers wordt samengewerkt aan een structurele oplossing zodat wetenschappelijk bewezen gezondheidsapps blijvend kunnen worden ingezet.