Verslavend schermgebruik vergroot mentale risico’s bij jongeren

do 12 februari 2026 - 10:30
GGZ
Nieuws

Problematisch en verslavend gebruik van smartphones, sociale media en videogames in de vroege adolescentie hangt samen met een verhoogd risico op mentale gezondheidsproblemen, slaapstoornissen en suïcidaal gedrag. Dat blijkt uit nieuw longitudinaal onderzoek onder Amerikaanse jongeren van 11 en 12 jaar. De bevindingen laten zien dat niet zozeer de totale schermtijd, maar juist het oncontroleerbare, stress verhogende gebruik bepalend is voor latere gezondheidsrisico’s. Deze week werd ook een onderzoek van de Vodafone Foundation gepubliceerd. Daarin staat dat slechts 23 procent van de Nederlandse jongeren tussen de 13 en 18 jaar een goed digitaal welzijn ervaart.

De vroege adolescentie is een cruciale ontwikkelingsfase. In deze periode neemt het schermgebruik sterk toe, terwijl tegelijkertijd vaak de eerste tekenen van mentale problemen, slaapproblemen en middelengebruik ontstaan. In de Verenigde Staten heeft naar schatting bijna de helft van de adolescenten ooit te maken gehad met een psychische aandoening. Tot nu toe richtte veel onderzoek zich op oudere tieners en op het totaal aantal uren schermtijd. Deze studie verlegt de focus naar jongere adolescenten en naar problematische, verslavende patronen van digitaal gebruik.

Wat is problematisch schermgebruik?

Hoofdonderzoeker Jason M. Nagata, kinderarts en verbonden aan de University of California San Francisco, definieert problematisch schermgebruik als volgt: “Problematisch schermgebruik is wanneer kinderen hun tijd online niet meer onder controle hebben, zelfs als ze dat proberen, en stress, conflicten of problemen op school of thuis veroorzaakt. Het kan ook leiden tot afkick gevoelens, steeds meer schermtijd nodig hebben om tevreden te zijn en herhaaldelijk terugvallen, vergelijkbaar met andere verslavende gedragingen.”

De onderzoekers analyseerden gegevens van meer dan 8.000 deelnemers uit de grootschalige Adolescent Brain Cognitive Development (ABCD)-studie. Deze jongeren werden gevolgd vanaf de leeftijd van 11–12 jaar een jaar lang gevolgd. Het Amerikaanse onderzoek is onlangs gepubliceerd in het American Journal of Preventive Medicine.

Verhoogde risico’s

De resultaten laten zien dat problematisch gebruik van mobiele telefoons en sociale media samenhangt met hogere scores op depressieve klachten, lichamelijke klachten, aandachtstekort- en gedragsproblemen, evenals met suïcidaal gedrag, slaapverstoring en het starten met middelengebruik. Ook problematisch videogamegebruik bleek geassocieerd met meer depressieve symptomen, aandacht- en gedragsproblemen, slaapproblemen en suïcidaal gedrag.

Opvallend is dat deze verbanden sterker zijn dan eerder gerapporteerde relaties tussen mentale gezondheid en totale schermtijd. Daarmee onderstreept het onderzoek dat de aard van het gebruik belangrijker is dan de hoeveelheid tijd achter een scherm.

Digitaal welzijn jongeren

Het deze week tijdens Safer Internet Day gepubliceerde Connected Childhood rapport van Vodafone Foundation en Save the Children concludeert dus dat slechts 23 procent van de Nederlandse jongeren tussen de 13 en 18 jaar een goed digitaal welzijn ervaart. Hoewel jongeren in Nederland bovengemiddeld digitaal vaardig zijn en weten hoe zij online veilig moeten blijven, hebben zij grote moeite om hun online gedrag te reguleren en bewust offline te gaan.

Het onderzoek (Nederlandse pdf) maakt deel uit van de nieuwe Digital Wellbeing and Resilience Index (DWRI) 2026, waarin negen Europese landen zijn vergeleken. Daaruit blijkt dat ongeveer driekwart van de jongeren geen optimaal digitaal welzijn ervaart. Nederland scoort daarbij het laagst op ‘digitaal zelfmanagement’. Veel jongeren geven aan langer online te blijven dan zij willen, mede door het ontwerp van apps en sociale media. Dit leidt tot stress en slaapproblemen.

Volgens het rapport is digitale balans daarmee geen individuele verantwoordelijkheid meer, maar een systemisch vraagstuk. De organisaties pleiten voor strengere ‘safe by design’-standaarden voor platforms, structurele aandacht voor mediawijsheid en zelfregulatie in het onderwijs en betere ondersteuning voor ouders en docenten bij gesprekken over online gedrag.

Implicaties voor zorg en beleid

De Amerikaanse studie sluit aan bij zorgen die eerder zijn geuit door de Amerikaanse Surgeon General over sociale media en jeugdige mentale gezondheid. Door de prospectieve opzet en de focus op jonge adolescenten levert het onderzoek belangrijke nieuwe inzichten voor beleid en klinische praktijk. Volgens de onderzoekers vraagt dit om interventies die specifiek zijn gericht op deze leeftijdsgroep, juist omdat psychische kwetsbaarheden hier vaak voor het eerst zichtbaar worden.

Nagata benadrukt dat nuance belangrijk blijft. “Niet alle schermtijd is schadelijk. Het echte risico ontstaat wanneer gebruik verslavend of problematisch wordt, wanneer kinderen niet meer kunnen stoppen, stress ervaren zonder gebruik of wanneer slaap, stemming en dagelijks functioneren worden verstoord.”

Volgens hem ligt er ook een verantwoordelijkheid bij digitale platforms en gezinnen. “Onze bevindingen suggereren dat zowel ontwikkelaars als ouders moeten nadenken over manieren om verslavende kenmerken van apps en sociale media te verminderen. Deze gebruikspatronen zijn beïnvloedbaar en kunnen een grote impact hebben op de mentale gezondheid van jongeren.”

De studie benadrukt daarmee de noodzaak om digitale gezondheid expliciet mee te nemen in preventie, jeugdzorg en gezondheidsbeleid, met bijzondere aandacht voor de kwetsbare fase van de vroege adolescentie.