We stapelen AI-tools en noemen dat beweging; ik ben er klaar mee

ma 1 juni 2026 - 10:45
AI in de zorg
Blog

Ik ben klaar met AI, omdat we AI behandelen alsof het gereedschap is. Toen ik begon als arts, schreef ik met een pen. Daarna kwam het toetsenbord en tegenwoordig spreek ik mijn verslagen in. De röntgenfoto ging van een plastic plaat naar een beeld op het scherm. Handiger en sneller, maar de manier waarop we de zorg organiseerden veranderde geen millimeter. Het werk werd niet lichter, de wachtlijst niet korter en mijn werk werd zeker niet rustiger.

En met AI doen we dat nu weer. We schroeven Formule 1-wielen onder een Citroën 2CV, we bouwen er extra spoilers op en verbazen ons vervolgens dat hij niet sneller optrekt. De motor is nog steeds die van een Eend. Je kunt er zoveel toeters en bellen op zetten als je wilt; als je onder de motorkap niets verandert, gaat hij echt niet sneller. Peter Hinssen heeft er een mooi woord voor gevonden: “Eisenbahnscheinbewegung”. Het gevoel dat je beweegt omdat de trein naast je gaat rijden. Je zit stil, maar het voelt als snelheid.

AI-tools stapelen

Dit is precies wat er in de zorg gebeurt. We stapelen tools; een spraakmodel hier, een triage-algoritme daar, een chatbot voor de patiënt en ook nog een LLM voor de brief. Elke pilot verdient een persbericht, elke demo krijgt een applaus en dan, een jaar later, de teleurstelling: de zorg is niet houdbaarder geworden, het werk niet minder druk, de kosten blijven stijgen. Tot zelfs de reactie: “We moeten stoppen met technologie, want het werkt niet, kijk maar naar het EPD. Ik heb het nog nooit zo druk gehad sinds de invoering …”

De reactie is begrijpelijk, maar dit zijn geen tegenvallers. Dit is logica. Je maakt een systeem niet fundamenteel anders door er snellere onderdelen op te schroeven. Je maakt het alleen duurder en ingewikkelder. We optimaliseren ons een slag in de rondte, maar de olifant in de kamer is nooit een onderwerp van discussie geweest.

Waar eindigt het?

Wie wil weten waar dit eindigt, hoeft maar naar de mediawereld te kijken. Toen het internet opkwam en we massaal muziek gingen delen, deed de industrie precies wat wij nu doen: ze verdedigde het bestaande paradigma. De cd moest blijven, en als je toch echt digitaal je muziek moest hebben, dan was dat gewoon een iets snellere manier om hetzelfde te verkopen. Napster werd weggeprocedeerd en het model, losse dragers verkopen, bleef heilig. Het resultaat: tussen 2000 en 2014 kelderde de omzet van de muziekindustrie met bijna de helft, naar het laagste punt in 25 jaar.

De ommekeer kwam pas toen iemand het lege vel pakte. Streaming verkoopt geen kopie meer, het verkoopt toegang. Niet het product werd sneller, het hele businessmodel werd vervangen. Bezit werd stroom, en sindsdien groeit de markt elk jaar. Ze is meer dan verdubbeld en het leeuwendeel van de omzet komt nu uit streaming.

Blockbuster zag het aankomen en koos voor de koets. In 2000 kon het bedrijf Netflix kopen voor 50 miljoen dollar. De directie lachte de oprichters zowat de zaal uit. Blockbuster had toen bijna negenduizend winkels. Niet veel later was het failliet. Er staat nog precies één winkel, ergens in Oregon, als toeristische curiositeit. Netflix bouwde geen betere videotheek; het pakte een leeg vel en bouwde iets anders. Gevolg: het maakte de videotheek overbodig.

Wat kan de zorg leren?

Wat kunnen we in de zorg leren van deze twee voorbeelden? De verliezers maakten het oude sneller. De winnaars vervingen het fundament. Dit is wat we nu doen met tooltjes die de zorg iets sneller moeten maken en ons een paar procent extra tijd geven.

De denkfout die ons belemmert is als volgt: we zien AI als een apparaat dat je aanzet, terwijl het een laag is waarop je bouwt. Ai is geen boormachine, het is de elektriciteit waardoor de boormachine draait. Toen fabrieken voor het eerst stroom kregen, zetten ze één grote elektromotor neer op de plek van de oude stoommachine. Er veranderde in feite niets; de productie en het proces bleven hetzelfde. De winst kwam pas toen ze de hele fabriek opnieuw inrichtten rond wat elektriciteit mogelijk maakte. Niet het apparaat veranderde de zaak, maar de herinrichting deed dat.

Zo is AI voor de zorg wat elektriciteit was voor de fabriek. Een infrastructuur die de logica van het hele gebouw verandert: wie wat doet, waar de beslissingen vallen, welke schakels eigenlijk nog nodig zijn. Behandel je het als een tool, dan plak je het op je bestaande proces en hou je je 2CV met spoiler. Behandel je het als infrastructuur, dan vraag je je af of het hele proces zelf nog wel moet bestaan. En ja, dat is een ongemakkelijke vraag. Want het antwoord is vaak: nee.

Stop dus met het stapelen van tools en het bewonderen van de demo. Stop met applaudisseren en persberichten voor de zoveelste ‘succesvolle pilot’. Dat is geen transformatie. Dat is een trein naast je die wegrijdt.

Ubi pus, ibi evacua

Ik pleit voor iets pijnlijakers en eerlijkers. Pak een leeg vel. En stel niet de vraag: “Waar kan AI ons helpen?”, maar stel de vraag: “Als we de zorg vandaag opnieuw zouden ontwerpen, met deze infrastructuur als gegeven, hoe zag die er dan uit?” Het gaat er namelijk niet om welk gereedschap past in het oude gebouw, het gaat om welk gebouw je nu zou neerzetten.

Zoals elke arts in de opleiding leert: ubi pus, ibi evacua. Waar etter zit, moet je draineren. Niet nog een antibioticumkuurtje, maar de genezende werking van roestvrij staal. Je gaat snijden. En dat doe je niet omdat het prettig is, maar omdat niets anders geneest. Voor de zorg vraagt dit om radicale verbeelding en om de moed om te snijden in wat we gewend zijn. Ongemakkelijk en pijnlijk, ja. Maar het is de enige route naar een zorg die haalbaar, houdbaar en duurzaam is. De rest is comfort.


Ook dit onderwerp krijgt een prominente plek tijdens de ICT&health World Conference 2027. Wil je erbij zijn en niets missen? Reserveer dan tijdig je ticket.