Duitsland boekt vooruitgang bij de integratie van kunstmatige intelligentie (AI) in de gezondheidszorg, maar blijft in internationale vergelijkingen nog steeds achter bij de wereldleiders. Landen als Saoedi-Arabië zetten nieuwe maatstaven voor de bedrijfsbrede implementatie van AI-technologieën.
Dit blijkt uit de nieuwste studie, “The State of AI in the Healthcare and Life Sciences Industry 2025-2026”, van het technologiebedrijf HTEC. Voor de studie werden 253 leidinggevenden uit de gezondheidszorg- en life sciences-sectoren in Duitsland, de VS, het VK, Spanje, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten ondervraagd.
Internationaal in middenmoot
Volgens het onderzoek heeft 52,8 procent van de Duitse zorgorganisaties AI al in meerdere functionele gebieden geïntegreerd. Hiermee bevindt Duitsland zich in de internationale middenmoot. Wat betreft het aandeel organisaties dat AI volledig heeft geïntegreerd, staat Duitsland op 43,6 procent. Saoedi-Arabië bereikt daarentegen 53 procent, terwijl Spanje op slechts 39 procent staat.
De auteurs van het onderzoek schrijven de sterke positie van Saoedi-Arabië toe aan factoren als centrale digitaliseringsstrategieën, hoge investeringen en moderne IT-infrastructuren. Terwijl veel Europese zorginstellingen blijven worstelen met verouderde systemen en technische schulden, profiteren organisaties in het Midden-Oosten vaak van cloudgebaseerde, nieuw opgebouwde IT-landschappen.
Operationele hindernissen
Duitsland heeft ook een inhaalslag te maken als het gaat om afstemming tussen management- en implementatieniveau. 43,4 procent van de Duitse leidinggevenden noemt een gebrek aan afstemming als een belangrijke hindernis voor de invoering van AI. Tegelijkertijd geeft 77,3 procent aan dat hun organisatie strategisch sterk of volledig is afgestemd op AI.
In de praktijk ontbreekt het echter vaak aan consensus over welke use cases prioriteit moeten krijgen, hoe investeringen moeten worden toegewezen en hoe AI-oplossingen veilig kunnen worden opgeschaald. Het onderzoek beschrijft dus een typische discrepantie tussen strategische ambities en de operationele realiteit.
Tekort aan vaardigheden vertraagt innovatie
De uitdagingen op het gebied van technische vaardigheden zijn bijzonder duidelijk. Alle ondervraagde Duitse besluitvormers melden een tekort aan vaardigheden. Zij zien de grootste tekorten op het gebied van cyberbeveiliging, gegevensbescherming, AI- en machine learning-expertise, evenals DevOps en automatisering.
Volgens het onderzoek zijn de gevolgen meetbaar: 49 procent van de organisaties meldt een trager innovatietempo, 47 procent langere time-to-market-cycli en 34 procent stijgende kosten. Ondanks deze uitdagingen blijft het vertrouwen in nieuwe technologieën groot. Zo spreekt 95,3 procent van de Duitse respondenten zijn vertrouwen uit over de invoering van edge-AI-oplossingen.
Veel organisaties vertrouwen op hybride strategieën die edge- en cloudtechnologieën combineren. Partnerschappen met externe aanbieders spelen net zo'n grote rol als platforms van derden en interne ontwikkelingsmiddelen.
Schaalbaarheid grootste uitdaging
Volgens het onderzoek ligt de echte bottleneck minder in de technologie zelf dan in de schaalbaarheid. Slechts ongeveer een derde van de Duitse zorgorganisaties beschouwt zichzelf momenteel als in staat om AI-oplossingen snel en uitgebreid uit te rollen.
De ondervraagde leidinggevenden schatten dat de ontwikkeling en implementatie van een edge AI-roadmap alleen al gemiddeld 1,65 jaar in beslag neemt. Volgens de respondenten lopen degenen die het potentieel van AI en edge AI niet consequent benutten, het risico op een concurrentienadeel van gemiddeld 1,84 jaar.
De auteurs van het onderzoek trekken een duidelijke conclusie: zorgorganisaties moeten verder gaan dan pilotprojecten en geïsoleerde AI-toepassingen en AI strategisch, gecoördineerd en in de hele organisatie implementeren om op de lange termijn concurrerend te blijven.
Inhaalslag digitale zorg
Duitsland wordt niet voor niks het land van papieren bureaucratie genoemd. Hoewel het land economisch tot de sterkste landen van Europa behoort, loopt het op het gebied van digitale zorg al jaren achter op andere EU-landen. De zorgsector wordt nog sterk gedomineerd door papierprocessen. In 2023 werd, onder leiding van de toenmalige minister van Volksgezondheid Karl Lauterbach, een ambitieuze digitaliseringsagenda voor de zorg onthuld, ‘Gemeinsam Digital’. Centraal daarin stonden de invoering van het elektronisch patiëntendossier (EPD) en het beter beschikbaar maken van gezondheidsdata voor onderzoek.
Een eerdere digitale innovatie waren de zogenoemde Digital Health Applications (DiGA), waarmee artsen sinds 2019 gezondheidsapps kunnen voorschrijven en verzekeraars deze vergoeden. Ondanks internationale belangstelling bleef het gebruik beperkt. De huidige Ampel-coalitie wil de digitalisering versnellen. Onder leiding van minister Karl Lauterbach wordt de strategie vertaald naar nieuwe wetgeving rond digitale zorg en het gebruik van gezondheidsgegevens voor onderzoek.