De inzet van AI in de Europese gezondheidszorg groeit als kool, maar de randvoorwaarden voor verantwoorde implementatie blijven achter. Dat blijkt uit een nieuw, omvangrijk rapport van WHO/Europe, dat voor het eerst een gedetailleerd beeld schetst van AI-toepassingen binnen alle 27 lidstaten van de Europese Unie.
Het rapport, opgesteld in samenwerking met de Europese Commissie, is gebaseerd op data verzameld tussen juni 2024 en maart 2025. Het toont een sector die volop experimenteert en implementeert, maar tegelijkertijd worstelt met strategische afstemming, financiering en wetgeving. Daarmee bevindt AI in de zorg zich op een kantelpunt: de technologie is klaar voor opschaling, maar het ecosysteem nog niet.
Groei ongelijk verdeeld
AI begint zorgsystemen in de hele EU merkbaar te transformeren. Volgens het rapport biedt de technologie perspectief op efficiëntere dienstverlening, betere patiëntresultaten en verlichting van de druk op overbelaste zorgprofessionals. Met name AI-ondersteunde diagnostiek is sterk in opkomst, evenals chatbots die het contact met de patiënt en zelfmanagement ondersteunen.
Toch is de adoptie ongelijk verdeeld. Hoewel veel lidstaten prioritaire toepassingsgebieden hebben geïdentificeerd, heeft minder dan twee derde daadwerkelijk specifieke financiering vrijgemaakt voor ontwikkeling, testen en implementatie. De hoge initiële kosten voor technologie, infrastructuur en scholing vormen daarbij een belangrijke drempel, vooral voor landen met beperkte middelen.
Daarnaast spelen structurele belemmeringen een rol. Lidstaten noemen financiële haalbaarheid, juridische onzekerheid en tekortschietende datakwaliteit en -standaarden als belangrijkste obstakels. Zonder gerichte investeringen dreigt een tweedeling te ontstaan tussen landen die AI snel kunnen integreren en landen die achterblijven.
Strategie en praktijk lopen niet gelijk
Op beleidsniveau is vooruitgang zichtbaar, maar de samenhang ontbreekt vaak. De meeste EU-landen beschikken over nationale AI-strategieën, maar deze zijn doorgaans sector overstijgend en niet specifiek toegespitst op de zorg. Slechts enkele lidstaten hebben een aparte gezondheidsstrategie voor AI ontwikkeld of zijn daarmee bezig.
Volgens WHO/Europe schuilt daarin een risico. Brede strategieën bieden weliswaar consistentie, maar sluiten niet altijd aan bij de specifieke behoeften van zorgsystemen. Het rapport pleit daarom voor betere afstemming tussen algemene AI-beleidskaders en nationale gezondheidsdoelen.
Ook governance en verantwoordelijkheidsverdeling zijn nog in ontwikkeling. In veel landen ontbreekt een duidelijke aanwijzing van partijen die verantwoordelijk zijn voor de implementatie en monitoring van AI-strategieën. Dat belemmert effectieve coördinatie en kan leiden tot versnippering.
Vertrouwen en wetgeving onder druk
Een van de meest urgente knelpunten is de beperkte capaciteit van de zorgarbeidsmarkt. Minder dan de helft van de lidstaten heeft nieuwe functies gecreëerd voor AI- en data-expertise in de zorg, en opleidingsmogelijkheden blijven schaars. Dit terwijl zorgprofessionals wel verantwoordelijk blijven voor beslissingen waarbij AI een rol speelt.
Daarnaast blijkt stakeholderbetrokkenheid nog onvoldoende breed. Consultaties richten zich vooral op overheden, zorginstellingen en academische partijen, terwijl patiënten en burgers minder vaak worden betrokken. Volgens het rapport kan dit leiden tot oplossingen die onvoldoende aansluiten op de praktijk, minder draagvlak krijgen of zelfs bestaande gezondheidsverschillen vergroten.
Ook op juridisch en ethisch vlak is het landschap nog versnipperd. Hoewel veel landen werken aan het identificeren van wettelijke hiaten, zijn specifieke AI-regels voor de zorg nog zeldzaam. Post-market monitoring van AI-toepassingen is beperkt en aansprakelijkheidskwesties zijn vaak onduidelijk.
Het rapport benadrukt dat robuuste en geharmoniseerde regelgeving essentieel is om patiëntveiligheid te waarborgen en innovatie te ondersteunen. Daarbij hoort ook meer aandacht voor transparantie, risicobeoordeling, continue monitoring en duidelijke verantwoordelijkheden voor ontwikkelaars, zorgverleners en instellingen.
Tegelijkertijd wijst de Europese Commissie op het belang van Europese initiatieven zoals de European Health Data Space (EHDS), die vanaf 2029 een cruciale rol moet spelen in datadeling en de ontwikkeling van AI-toepassingen. Goede afstemming met bestaande regelgeving, zoals de AVG, is daarbij noodzakelijk.
Balans tussen innovatie en borging
Ondanks de uitdagingen is de richting duidelijk: AI zal een steeds centralere rol spelen in de Europese gezondheidszorg. De technologie biedt concrete kansen om zorg toegankelijker, efficiënter en patiëntgerichter te maken.
Echter, om die belofte waar te maken, is een integrale aanpak nodig. Het rapport pleit voor een combinatie van gerichte investeringen, versterking van vaardigheden, inclusieve beleidsvorming en duurzame financieringsmodellen. Ook het opzetten van expertisecentra en Europese platforms voor gevalideerde AI-oplossingen kan bijdragen aan veilige en eerlijke implementatie.
De kernboodschap van het WHO/Europe rapport is daarmee helder: technologische vooruitgang alleen is niet voldoende. Zonder sterke governance, breed draagvlak en goed opgeleide professionals dreigt AI in de zorg haar potentieel niet volledig te benutten. De komende jaren zullen bepalend zijn voor de vraag of Europa erin slaagt deze balans te vinden.