Programma

Blog

Lessons learned: technologische zorginnovatie in Estland

Het land van Skype, de meeste startups en het land waar alle burgers als eerste ter wereld toegang hadden tot hun digitale patiëntendossier. Het moet geweldig zijn en ik vraag me af waarom ik nog geen ‘e-resident’ van Estland ben. Een fantastisch idee dus van Rob Basjes, CEO Abena Healthcare, om een studiereis naar Tallinn te organiseren, met als doel innovatief denken in de langdurige zorg te stimuleren.

Tags

Lid redactieraad ICT&health

Lisa Morsink

Lisa  Morsink Meer van deze auteur

Deel dit artikel

En zo geschiedde en reisde een gezelschap van 31 zorgbestuurders en innovatiemanagers uit de Nederlandse langdurige zorg naar Tallinn voor de studiereis “Digital Health & Care”, die georganiseerd werd door ICT&health, Tallin Science Park Technopol, Connected Health en Abena Healthcare. Wat was er zoal te leren over zorginnovatie in Estland?

Digitale infrastructuur

Het eerste bezoek van deze studiereis aan de e-Estonia Showroom leerde ons hetgeen we verwacht hadden: digitaal is alles mogelijk. Inwoners kunnen (bijna) alles digitaal regelen; belastingaangifte doen, een verhuizing doorgeven, digitaal stemmen, een auto overschrijven, vergunningen aanvragen, identiteitsbewijzen aanvragen, inzien van persoonlijk patiëntendossier, etc. Naast de mogelijkheid om zaken te regelen zijn burgers ook in staat te monitoren wie hun persoonlijke dossier heeft ingezien of hierin wijzigingen in heeft aangebracht. Om te trouwen, scheiden of een huis te kopen zal men wel fysiek naar een overheidsloket moeten. Hier is dan ook bewust voor gekozen om deze grote beslissingen niet zo laagdrempelig mogelijk te maken.

Binnen de digitale infrastructuur is het ook mogelijk als niet inwoner van Estland ‘e-resident’ te worden. Als digitale burger kun je met een paar digitale handelingen je bedrijf in Estland oprichten. Estland probeert via dit ‘e-residency’ programma internationale start-ups aan te trekken, en doet dit met succes.

Hoe gerealiseerd?

Hoe hebben ze dit weten te realiseren? Na lang afhankelijk geweest te zijn van o.a. Rusland werd Estland pas in 1991 onafhankelijk. Zonder reeds ingerichte systemen en wetten had Estland de ultieme mogelijkheid om helemaal opnieuw te beginnen.

Estland is groter dan Nederland en heeft slechts 1,3 miljoen inwoners. Door de grote te overbruggen afstanden en beperkte resources was het inrichten van een traditionele overheidsorganisatie met lokale vestigingen geen optie. Er was dus een duidelijke noodzaak om de organisatie op een andere manier in te richten. Het internet werd beschikbaar voor het grote publiek en Estland wist slim gebruik te maken deze unieke situatie.

Estland weet deze digitale voorsprong erg goed te vermarkten. De E-Estonia showroom is speciaal ingericht om buitenlandse partijen te ontvangen en te informeren over het succes van de digitale samenleving en potentiële business te genereren.

Gezondheidsdata

Het digitale portaal geeft ook toegang tot allerlei gezondheidsdata. Estland was hiermee het eerste land waarin alle inwoners toegang hadden tot een persoonlijk elektronisch patiëntendossier. Dit ‘Health Information System’ (HIS) werd reeds in 2008 beschikbaar gesteld. Het aantal activiteiten door patiënten en zorgverleners en het aantal documenten in het HIS groeit nog elke dag. Het systeem integreert data van verschillende zorgorganisaties. Ongeveer 95 procent van de data gegenereerd door artsen en ziekenhuizen is opgenomen in het HIS. Van alle voorgeschreven medicatie wordt 99 procent digitaal voorgeschreven.

Estland heeft ook een biobank met genetische informatie van 72.000 inwoners. Het doel is om dit aantal binnen korte tijd te verdubbelen. Door de data uit het HIS en de data uit de biobank te combineren zullen burgers kunnen profiteren van gepersonaliseerde zorg, bijvoorbeeld voor het stellen van een gepersonaliseerde diagnose of samenstellen van een gepersonaliseerde behandeling.

Wat opvalt is het vertrouwen dat burgers hebben in de overheid. Waar veel Nederlanders bang zijn dat hun gegevens in verkeerde handen zullen vallen, lijken de Esten daar minder last van te hebben. Wat hierbij belangrijk is, is dat de Esten zelf mogen bepalen wie toegang heeft tot zijn of haar medische gegevens. In de werkelijkheid schermt echter minder dan 1 procent van de bevolking de gegevens maar af.

Zorginnovatie

Een bezoek aan het Connected Health Cluster van het Science Park Tehnopol gaf ons meer inzicht in daadwerkelijke toepassingen van technologie in de zorg. In het cluster komen zorgorganisaties, start-ups, bedrijven, kennisinstituten, overheid, patiëntenorganisaties en onderwijs samen met het doel om versnelling van de adoptie van ‘connected health solutions’ te realiseren.

Hier maakten we kennis met enkele start-ups uit het cluster. Twee start-ups die ook voor de Nederlandse markt interessant kunnen worden zijn TempID en Cognuse. TempID ontwikkelt een sticker die temperatuur van een patiënt over langere tijd kan meten. Het is draadloos en klein van formaat en data kan digitaal worden uitgelezen.

 

TempID is een goedkope, sticker-achtige patiënt-ID, lichaamstemperatuur monitoring oplossing. Door NFC en de nieuwste chiptechnologie te gebruiken, kunnen medisch gegevens worden verzameld.

 

Cognuse ontwikkelt gesproken protocollen die via een bluetooth headset tijdens medische handelingen worden voorgelezen aan zorgprofessionals. Twee toepassingen met toekomst, maar nog verre van geïmplementeerd in de dagelijkse zorgpraktijk. En succesvol geïmplementeerde digitale zorginnovaties hebben we tijdens deze studiereis niet kunnen vinden. En ook in de voorbereiding van deze reis gaven zorgorganisaties aan geen digitale innovaties in huis te hebben. Eén van de redenen hiervoor zou (ja, ook in Estland) de veelheid aan verschillende systemen zijn. Naast het HIS gebruiken zorgorganisaties ook nog andere systemen die niet met elkaar kunnen communiceren. Het blijkt zelfs zo te zijn dat zorgorganisaties onderling moeite hebben digitaal informatie uit te wisselen.

Estland versus Nederland

Estland heeft een prachtige digitale infrastructuur, en daarmee patiëntendossier, weten op te zetten voor haar burgers en heeft met dit succesverhaal de wereld veroverd. In Nederland zijn we op een heel ander niveau, namelijk dat van de zorgorganisatie, bezig om een infrastructuur voor informatie-uitwisseling tussen patiënt en professional te realiseren. Daarmee is Nederland ook op weg om (alle) burgers toegang te geven tot hun digitale patiëntendossier. We kunnen wel jaloers zijn op Estland dat één landelijk systeem heeft waarmee (bijna) alles digitaal te organiseren is.

De unieke situatie waarin Estland zich jaren geleden bevond om helemaal vanaf nul iets op te bouwen heeft er zeker aan bijgedragen om deze infrastructuur top-down op landsniveau te kunnen realiseren. Leren kunnen we zeker van ‘E-Estonia’, maar kopiëren kunnen we dit in Nederland niet. De situatie in Nederland vraagt om andere oplossingen, zoals bijvoorbeeld een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO).

Inwoners van Estland hebben veel vertrouwen in de overheid en zijn meer dan in Nederland bereid data ter beschikking te stellen. Dit kan gevolgen hebben voor de snelheid van de adoptie van bijvoorbeeld een digitaal patiëntendossier of de hiervoor genoemde biobank.

Daadwerkelijke zorginnovatie

Daadwerkelijke innovatie in de zorg lijkt in Estland nog ver weg. Zorginstellingen lijken hier nog niet klaar voor en een oplossing voor de veelheid aan systemen en de daardoor ontstane communicatieproblemen zou hier zeker aan bij kunnen dragen. Nederland is wereldwijd toonaangevend als het gaat om innovatie in de zorg en kan daarmee een voorbeeld voor Estland zijn.

Een groot aantal start-ups in Estland werkt aan oplossingen, maar tot daadwerkelijke implementatie heeft dit nog niet geleid. Waar veel buitenlandse partijen kijken naar Estland, lijkt Estland maar mondjesmaat gebruik te maken van reeds bestaande, elders ontwikkelde, oplossingen en best practices van innovatie in de zorg.

Conclusie

Ondanks dat Estland op de goede weg is en op hoog niveau een prachtige infrastructuur neer heeft neergezet, is de conclusie dat we het in Nederland zo slecht nog niet doen. Rob Basjes, Abena Healthcare, noemde de studiereis  zeer geslaagd, omdat in 2,5 dagen dag een “sterk informeel innovatienetwerk is ontstaan waarin ervaringen en ideeën worden uitgewisseld.”

Afgezien van de prachtige voorbeelden en initiatieven die tijdens de studiereis voorbij zijn gekomen, hebben de onderlinge verbindingen tussen de deelnemers zorginnovatie in Nederland ook een boost gegeven. Door te leren van elkaar en de goede voorbeelden uit Nederland komen we hier nog een stap verder.

Tags

Lid redactieraad ICT&health

Lisa Morsink

Lisa  Morsink Meer van deze auteur

Deel dit artikel

Mis niks en ontvang de spannendste ontwikkelingen