Digitale zorg moet altijd patiënt ten goede komen
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
“Als we niet samenwerken, dan gaat iedereen vanuit de eigen organisatie technologie ontwikkelen. Zo houdt men elkaar in een innovatieklem.”
Mark van Houdenhoven, voorzitter van de Raad van Bestuur van de Sint Maartenskliniek: ‘Niet innoveren om het innoveren.’
Technologie moet altijd de patiënt ten goede komen. Alleen dan zijn digitale zorginnovaties het investeren waard, meent Mark van Houdenhoven, voorzitter van de Raad van Bestuur van de St. Maartenskliniek in Nijmegen. “Als patiënten zich samen sterk maken voor het invoeren van nuttige e-health toepassingen, dan kunnen zij veel meer verandering teweeg brengen dan ze denken.”
Digitale technologie kan zorgen voor sterke verbetering van de gezondheidszorg. Dergelijke toepassingen ondersteunen een noodzakelijke verschuiving van zorg van instituten naar de omgeving van de patiënt. Op de ICT&health Experience eind januari in Utrecht benadrukte Mark van Houdenhoven (St. Maartenskliniek) het belang van praktische toepasbaarheid van digitale innovatie in de zorg en van de rol van patiënten, om ervoor te zorgen dat digitale technologie altijd tot doel heeft om hun kwaliteit van leven te verbeteren.
“Het gebeurt nu nog te vaak dat patiënten als cruciale stakeholder niet of te laat betrokken worden bij de ontwikkeling van digitale zorgtechnologie,” meent Van Houdenhoven. “Dat is de eerste veelgemaakte fout. Een tweede drempel voor het invoeren van praktische toepassingen op het gebied van bijvoorbeeld e- of m-health is dat patiënten hun eigen invloed onderschatten. Wanneer een diabetesvereniging die misschien wel één miljoen mensen vertegenwoordigt, om tafel gaat met zorgverzekeraars, dan kunnen zij er samen voor zorgen dat weerstand tegen de invoer van digitale technologie verdwijnt.”
Van Houdenhoven is sinds 2014 bestuursvoorzitter van de St. Maartenskliniek. Deze instelling is gespecialiseerd in de behandeling van aandoeningen op het gebied van houding en beweging en beschikt behalve over de hoofdvestiging in Nijmegen over diverse locaties in Woerden, Boxmeer en Tiel.
De St. Maartenskliniek probeert de kliniek voorop te lopen bij de invoering van digitale innovaties die patiënten op kleine en grotere schaal helpen om meer regie over hun behandeling en hun leven (terug) te krijgen. Een voorbeeld is het Nijmegen Decision Tool for Chronic Low Back Pain concept. Het doel hiervan is om middels continue monitoring, bundeling van beschikbare data en op termijn een aantal specifieke biomarkers, zoals imaging en via bloedtesten, een apart patiëntenprofiel te maken waarmee een behandeling op maat mogelijk wordt, met een voorspelbare uitkomst van de behandeling voor de patiënt.
Van Houdenhoven wijst erop hoe bedrijven zoals Philips of Unilever de mening en behoeften van hun eindklanten mee laten wegen bij de ontwikkeling van producten. “Zij luisteren ook zonder officiële klantadviesraden veel beter naar hun eindafnemers dan dat aanbieders van zorgproducten en –diensten dat vaak doen. Zorgaanbieders zoals ziekenhuizen moeten veel meer direct naar patiënten luisteren, niet via allerlei adviesraden die ertussen staan.”
Een belangrijke eerste stap is het verbeteren van de toegang tot informatie. Medische informatie van patiënten via het koppelen van zorgsystemen, maar ook beter zicht voor patiënten op wat er allemaal aan digitale zorgtechnologie beschikbaar is.
“Zo heeft de dwarslaesievereniging samen met leveranciers van oplossingen voor hen één portal ontwikkeld waar zij eenvoudig alle producten kunnen vinden die zij nodig hebben. Dat heeft die patiëntenvereniging helemaal zelf voor elkaar gekregen.”
Natuurlijk gaat het er niet om dat zorgaanbieders nu gaan afwachten tot patiënten hun stem laten horen. Het is vooral belangrijk om meer in samenspraak te kijken naar hoe zorg beter kan en welke rol digitale technologie daarin kan spelen, meent Van Houdenhoven.
Dat betekent ook dat er meer samengewerkt wordt in de ontwikkeling van digitale technologie, zodat het wiel niet tienmaal uitgevonden wordt. “Als we niet samenwerken, dan gaat iedereen vanuit de eigen organisatie technologie ontwikkelen. Wanneer het dan tijd is om op te schalen, wil iedereen dat doen met de eigen innovatie. Daar is tenslotte veel geld in gestopt. Zo houdt men elkaar in een innovatieklem, waardoor implementatie weer naar achteren wordt geschoven.”
Soms worden ‘drempels’, zoals financiering en regulering, ook misbruikt als excuus om iets niet te doen. Organisaties zijn net als de mensen die er deel van uitmaken soms moeilijk in beweging te krijgen, concludeert Van Houdenhoven. “Dan blijft men praten en discussiëren en gebeurt er niets. Ik denk dat het tijd is om te stoppen met innoveren alleen, om te stoppen met alles dood te discussiëren en gewoon met breed toepassen te beginnen.”