De interventiekamer van de toekomst draait niet om méér technologie, maar om betere integratie ervan. Dat was de centrale boodschap tijdens een persbijeenkomst van Philips over image-guided therapy (IGT). Door beeldvorming en medische devices samen te brengen met slimme software, wil het technologiebedrijf niet alleen procedures verbeteren, maar vooral de toegang tot hoogwaardige zorg vergroten. “Image-guided therapy is modern day surgery.” Met die uitspraak vatte Atul Gupta (Chief Medical Officer Diagnosis & Treatment bij Philips) de ontwikkeling samen die de manier waarop we opereren en behandelen de afgelopen decennia ingrijpend heeft veranderd.
De interventiekamer is een gespecialiseerde ziekenhuisruimte waar minimaal invasieve behandelingen worden uitgevoerd waarbij artsen via kleine toegangswegen, vaak via de bloedvaten, de patiënten behandelen met behulp van geavanceerde beeldvorming, zoals röntgen en echografie. Denk bijvoorbeeld aan het openen van een vernauwde kransslagader of het behandelen van een afwijking aan een hartklep.
Waar operaties traditioneel vaak grote incisies vereisten, maken minimaal invasieve technieken het mogelijk om steeds gerichter en met minder belasting voor de patiënt te behandelen. Volgens Philips ligt daar een belangrijke sleutel voor een van de grootste uitdagingen in de zorg: toegang. De zorgvraag groeit wereldwijd, onder meer door de toename van chronische aandoeningen zoals hart- en vaatziekten. Tegelijkertijd staan zorgprofessionals onder druk door personeelstekorten, complexere behandelingen en een steeds grotere hoeveelheid beschikbare informatie.
Van beeldvorming naar behandeling
Philips richt zich binnen IGT op het combineren van verschillende technologieën gedurende de behandeling. Waar medische beeldvorming vroeger vooral was bedoeld om een diagnose te stellen, wordt beeld nu steeds vaker direct gekoppeld aan behandeling. Een belangrijke ontwikkeling daarin was de introductie van minimaal invasieve interventies, zoals dotterbehandelingen waarbij een ballonnetje een vernauwde kransslagader (angioplastiek) opent. De eerste angioplastiek in 1977 vormde volgens Philips dan ook een belangrijk startpunt voor de verdere ontwikkeling van interventionele cardiologie en IGT.
De volgende stap is volgens Bert van Meurs, Executive Vice President en Chief Business Leader Image Guided Therapy bij Philips, niet simpelweg het ontwikkelen van nieuwe producten. “Het gaat om het verbeteren van procedures.” De focus verschuift daarmee van afzonderlijke apparaten naar de totale behandeling rondom de patiënt.
Een voorbeeld hiervan is het platform Azurion. Dit systeem brengt verschillende informatiestromen samen: van medische beelden tot gegevens van gebruikte devices. In plaats van meerdere losse schermen en systemen krijgen zorgverleners één geïntegreerde omgeving. Hierdoor kunnen zij zich meer richten op de patiënt en de procedure, in plaats van op het bedienen van technologie.
Minder belasting voor patiënt én zorgprofessional
De voordelen van IGT zijn volgens Philips op meerdere niveaus zichtbaar. Voor patiënten betekenen minder invasieve ingrepen vaak minder complicaties, een sneller herstel en soms zelfs ontslag op dezelfde dag. Voor zorgprofessionals kan geïntegreerde technologie juist helpen om de hoeveelheid informatie behapbaar te houden. Interventiekamers zijn de afgelopen jaren steeds voller geworden met schermen, kabels en apparaten.
“Hoe meer devices werden toegevoegd, hoe complexer de omgeving werd,” vertelde Gupta. Technologie die bedoeld was om zorg beter te maken, kon daardoor ook nieuwe uitdagingen creëren. De oplossing ligt volgens hem in het terugbrengen van overzicht. Door data, beeldvorming en devices te combineren ontstaat een rustiger werkomgeving waarin artsen ondersteund worden bij complexe beslissingen.
Nieuwe toepassingen maken behandeling mogelijk
Tijdens de persbijeenkomst werden verschillende toepassingen gedemonstreerd. Een daarvan was LumiGuide, ontwikkeld voor onder meer voor de ondersteuning van de behandeling van een aneurysma van de buikslagader. Bij deze behandeling wordt een stent geplaatst via de bloedvaten, waardoor een grote operatie vaak niet meer nodig is.
Traditioneel is tijdens zo’n procedure röntgenbeeldvorming nodig om de positie van instrumenten te bepalen. LumiGuide gebruikt in plaats daarvan lichtgeleiding via een dunne draad. Hierdoor kan de procedure sneller verlopen en wordt de hoeveelheid straling beperkt. Dat is niet alleen gunstig voor patiënten, maar ook voor zorgverleners die tijdens interventies langdurig aan röntgenstraling worden blootgesteld.
Een ander voorbeeld is Verisight Pro 3D ICE, gericht op structurele hartafwijkingen. Door verbeterde beeldvorming kunnen complexe hartklepbehandelingen mogelijk eenvoudiger worden uitgevoerd. Een dunnere sonde kan ervoor zorgen dat patiënten minder belastende voorbereidingen nodig hebben, waardoor behandelingen toegankelijker worden. Ook werd de Bridge Occlusion Balloon Catheter besproken. Dit device is bedoeld voor zeer zeldzame, maar levensbedreigende complicaties tijdens bepaalde hartprocedures. Door tijdelijk een bloeding te kunnen controleren, krijgen artsen extra tijd om een patiënt veilig naar de operatiekamer te brengen.
De rol van AI: ondersteuning, geen vervanging
Volgens Gupta wordt kunstmatige intelligentie een steeds belangrijker onderdeel van de interventiekamer. Niet als vervanging van de arts, maar als digitale assistent die helpt om grote hoeveelheden informatie te verwerken.
Een voorbeeld is AI die verschillende beeldbronnen, zoals röntgen en echografie, automatisch kan synchroniseren. Hierdoor ontstaat een beter 3D-overzicht tijdens complexe procedures. In Nederland wordt hier bijvoorbeeld mee gewerkt binnen het St. Antonius Ziekenhuis.
Ook in de diagnostiek speelt AI een steeds grotere rol, bijvoorbeeld bij het sneller uitvoeren en beoordelen van CT-scans met een lagere stralingsbelasting. Volgens Gupta ligt de uitdaging niet alleen in het toepassen van AI, maar vooral in het ontwikkelen van betrouwbare systemen voor specifieke medische vraagstukken. “De juiste AI-tool moet worden gebruikt voor het juiste probleem.” Hij ziet dat artsen nu soms terugvallen op generieke AI-tools, zoals ChatGPT, om hun werk te ondersteunen. Omdat deze systemen niet specifiek zijn ontwikkeld voor de medische praktijk, bestaat het risico dat ze onjuiste of onveilige adviezen geven wanneer de uitkomsten niet zorgvuldig worden gecontroleerd.
Naar een rustigere interventiekamer
Als Bert van Meurs vooruitkijkt naar de komende tien jaar, ziet hij vooral een interventiekamer waarin technologie minder zichtbaar aanwezig is. Niet meer losse systemen die aandacht vragen, maar een geïntegreerd platform dat zorgverleners ondersteunt. De kern blijft volgens Philips de patiënt. Iedere seconde wordt wereldwijd een patiënt behandeld met een Philips-systeem, maar de volgende stap is niet alleen méér technologie. Het gaat om slimmere procedures, betere samenwerking tussen mens en machine en uiteindelijk om meer patiënten toegang geven tot passende zorg.