Mental Care Group (MCG) heeft het behandelarenportaal Cortex in gebruik genomen. Cortex brengt informatie over het behandelproces samen en moet behandelaren tijd besparen bij administratie en het werken met verschillende systemen. De organisatie wil daarmee meer tijd beschikbaar maken voor behandeling, nu veel mensen langer op ggz-zorg wachten dan de afgesproken maximale termijn van veertien weken.
Cortex werd op 7 oktober gepresenteerd tijdens een werkbezoek van minister Mirjam Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport aan het hoofdkantoor van Mental Care Group in Woerden. Tijdens het bezoek kwamen verder de mogelijkheden van AI en de organisatie van de ggz aan bod. Sterk (met onder meer digitalisering, innovatie en AI in de zorg onder haar hoede) ontving ook het eerste exemplaar van ‘CTRL + ALT + GGZ’: een boek van CEO Jan Willem van der Windt en Chief Digital Officer Gerbrand van de Beek van de ggz-aanbieder.
Minder tijd kwijt
Het behandelarenportaal is deze maand in gebruik genomen. Door relevante informatie op één plek beschikbaar te maken, moeten behandelaren minder tijd kwijt zijn aan zoeken, schakelen tussen systemen en administratieve handelingen. Cortex is samen met behandelaren en regiomanagers ontwikkeld en stapsgewijs getest en ingevoerd.
Aan de cliëntkant gebruikt Mental Care Group het zelf ontwikkelde digitale platform Empower. Daarmee kunnen cliënten ook tussen gesprekken door aan hun behandeling werken, bijvoorbeeld met informatie, vragenlijsten en digitale interventies.
Mental Care Group biedt onder meer psychologische behandeling, jeugdzorg en begeleiding bij leerproblemen. Tot de groep behoren onder andere Mentaal Beter, HSK en Opdidakt. De organisatie heeft ruim 2.000 medewerkers, verspreid over ongeveer 150 locaties in Nederland.
Andere werkwijze
De ontwikkeling van Cortex volgt op een proef met een andere inrichting van behandelingen, ondersteund door technologie. Volgens Mental Care Group liet een eerste analyse door dr. Maarten Merkx van de Universiteit van Amsterdam bij ongeveer vijftig cliënten met PTSS en depressie vergelijkbare behandeluitkomsten zien met 30 procent minder behandeltijd.
Van der Windt noemt dit overigens slechts een eerste aanwijzing. De uitkomsten bewijzen volgens hem nog niet dat iedere behandeling korter kan. De ervaringen uit het experiment zijn wel meegenomen in de ontwikkeling van Cortex.
De ggz-organisatie wil vooral bekijken welke werkzaamheden de expertise van een behandelaar vragen en welke taken anders kunnen worden uitgevoerd. Van der Windt zegt hierover dat technologie niet centraal stond bij de invulling van Cortex, maar de vraag of de huidige ggz nog wel op de juiste manier georganiseerd is met de beschikbare mensen en capaciteit: “Hoeveel tijd besteedt een psycholoog daadwerkelijk aan werk waarvoor je een psycholoog nodig hebt?”
Volgens de CEO moet het portaal behandelaren ondersteunen bij die andere werkwijze. “Het systeem maakt mogelijk dat behandelaren zo veel mogelijk tijd kunnen besteden aan het werk waarvoor hun professionele expertise en het menselijke contact echt nodig zijn. Technologie moet werk uit handen nemen, niet extra werk creëren.” Deze visie vormt ook de kern van het eerdergenoemde boek ‘CTRL + ALT + GGZ’.

Gerbrand van de Beek en Jan Willem van der Windt overhandigen een exemplaar van hun nieuwe boek aan minister Mirjam Sterk.
Lange wachttijden
Landelijke cijfers laten al jaren zien hoe groot en groeiend de druk op de ggz is. Een in februari 2026 gepubliceerde analyse van MIND en Radar, op basis van NZa-data over oktober 2025, telde 101.134 wachtlijstmeldingen. Bij 48.368 daarvan werd de maximale wachttijd overschreden (de Treeknorm). Deze meldingen zijn geen aantallen unieke personen.
De gemiddelde totale wachttijd bedroeg volgens de analyse 24 weken. Voor een intake wachtten mensen gemiddeld veertien weken, tegenover een norm van vier weken. Voor de periode tussen intake en behandeling geldt een norm van tien weken. Bij persoonlijkheidsstoornissen liep de gemiddelde totale wachttijd op tot 32 weken.
Beter inzicht
Daarnaast is sinds juli 2026 een openbaar dashboard beschikbaar dat wachttijden achteraf berekent met declaratiedata van ggz-aanbieders. Vektis ontwikkelde dit met onder meer de NZa, MIND, brancheorganisaties, VWS en Zorgverzekeraars Nederland. Het toont de tijd tussen verwijzing, intake en behandelstart, ook bij kleinere aanbieders en vrijgevestigden. Het doel is om met betere inzichten uiteindelijk de wachtlijsten en -tijden terug te dringen.
Uit de eerste analyses blijkt dat iets meer dan de helft binnen veertien weken aan behandeling begint en ongeveer 80 procent binnen een half jaar. De gegevens moeten regionale knelpunten zichtbaar maken en helpen bij zorginkoop, capaciteitsbenutting en zorgbemiddeling. De methode wordt verder ontwikkeld; onjuiste of vertraagde declaraties kunnen de uitkomsten beïnvloeden.
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.