De druk op zorg en onderwijs neemt toe. Tekorten aan stageplaatsen, een krappe arbeidsmarkt en een groeiende zorgvraag dwingen opleiders om anders te kijken naar de voorbereiding van studenten op de praktijk. Simulatiegebaseerd leren met Virtual Reality (VR) wordt daarbij steeds vaker genoemd als kansrijke innovatie. Maar hoe maak je van een veelbelovende pilot een duurzaam en opschaalbaar onderdeel van het curriculum?
In editie 5, 2025 van ICT&health beschreven Maurice Magnée en Astrid Timman vanuit het lectoraat Technologie voor Gezondheid van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) hoe zij sinds 2019 werkten aan de ontwikkeling én structurele inbedding van VR in het zorgonderwijs. Hun traject – van eerste schets tot tien structureel ingezette VR-applicaties – resulteerde in een blauwdruk voor duurzame implementatie.
Van simulatie naar structurele inzet
De eerste VR-simulatie ontstond in 2019 in samenwerking met de Simulation Crew. Aanleiding waren concrete signalen van studenten: zij wilden vaker oefenen, met objectieve feedback en consistente scenario’s. In de VR-omgeving oefenen studenten communicatievaardigheden, zoals intake- en motiverende gesprekken. Het systeem reageert op verbaal en non-verbaal gedrag en geeft directe, gepersonaliseerde feedback. Via learning analytics analyseren studenten achteraf hun prestaties.
Co-creatie was vanaf het begin een uitgangspunt. Studenten, docenten, ontwikkelaars en toetsdeskundigen werkten samen aan inhoud en didactische borging. Nieuwe technische mogelijkheden, waaronder AI-gestuurde gesprekken met virtuele patiënten, werden steeds gekoppeld aan onderwijskundige principes.
De tien VR-apps die inmiddels beschikbaar zijn, worden structureel ingezet binnen opleidingen, met name voor communicatieonderwijs. Studenten kunnen zelfstandig oefenen, herhalen en beter voorbereid naar de les komen.
Onderzoek onderbouwt meerwaarde
De implementatie werd in opeenvolgende fasen onderzocht. In een testfase (2020, n=500) waardeerde 87 procent van de studenten de feedback als waardevol voor hun professionele ontwikkeling. Tijdens een pilot (2021, n=230) oefenden studenten gemiddeld vier tot zes keer per week; 68 procent voelde zich beter voorbereid op intakegesprekken.
In latere studies werd ook motivatie en acceptatie onderzocht, onder meer met de Modified ARCS-vragenlijst. Een gerandomiseerd opschalingsonderzoek in 2023 onder eerstejaars hbo-Verpleegkunde (n=470) liet een significante toename zien in zelfvertrouwen, zelfsturing en een realistischer zelfbeeld. Toetsscores bleven gelijk, maar de kwaliteit van leren nam aantoonbaar toe.
Van implementatie naar opschaling
Succesvolle pilots betekenen niet automatisch duurzame verankering. Daarom startte in 2023 het project Opschaling VR. Als kapstok werd het Vier in Balans-model van Schouwenburg (2023) gebruikt, met vier bouwstenen voor effectieve inzet van ICT in onderwijs: visie, deskundigheid, inhoud & toepassingen en infrastructuur.
De belangrijkste lessen: investeer in gedeelde visie en draagvlak, organiseer centrale ondersteuning, verbind techniek expliciet aan didactiek en creëer ruimte voor experiment én structurele borging. Deze inzichten zijn gebundeld in het rapport ‘Mind the Gap’.
Om organisaties te ondersteunen, ontwikkelde het lectoraat de masterclass ‘Van schets naar schaal’. In een tweedaags programma met werkbezoek krijgen onderwijs- en zorgorganisaties concrete handvatten om VR duurzaam te implementeren.
Samenwerkingen met landelijke programma’s zoals DUTCH en Npuls moeten bijdragen aan bredere toepassing en gedeelde infrastructuur. Daarmee groeit VR uit van innovatieve pilot naar structurele bouwsteen voor toekomstbestendig zorgonderwijs.
Het volledige artikel is te lezen in editie 5, 2025 van ICT&health en in het online magazine.