Digitale innovaties kunnen de ouderenzorg ondersteunen, maar alleen wanneer technologie aansluit op de dagelijkse praktijk van zorgverleners en cliënten. Volgens Arenda Jansen-Wegter, CNIO bij ouderenzorgorganisatie IJsselheem, vraagt dat om professionals die de taal van zowel zorg als digitalisering spreken. “Ik vind de combinatie tussen zorgverlener en CNIO onmisbaar om de zorg goed te kunnen transformeren", zo stelde zij in editie 6, 2025 van ICT&health.
De rol van de CNIO – Chief Nursing Information Officer – wint langzaam terrein binnen de zorg. In ziekenhuizen is de functie inmiddels bekender, maar in de VVT-sector staat deze ontwikkeling nog relatief aan het begin. Toch ziet Arenda Jansen-Wegter juist daar grote meerwaarde. Vanuit haar ervaring in de ouderenzorg houdt zij zich bezig met procesoptimalisatie, gegevensuitwisseling en digitale innovatie die daadwerkelijk werkbaar moet zijn voor zorgverleners en cliënten.
Jansen-Wegter werkt al meer dan twintig jaar in de ouderenzorg en combineert die praktijkervaring tegenwoordig met haar interesse in technologie. Volgens haar is die combinatie noodzakelijk in een sector die steeds sterker onder druk staat door personeelstekorten en toenemende zorgvraag.
Leren van de praktijk
Een belangrijk thema binnen haar werk is de inzet van PGO’s (Persoonlijke Gezondheidsomgevingen in de ouderenzorg. Bij IJsselheem onderzocht Jansen-Wegter hoe een PGO succesvol geïntegreerd kan worden binnen de VVT-sector. Dat leverde volgens haar waardevolle lessen op. Een PGO werkt alleen wanneer het een structureel onderdeel wordt van het zorgproces en niet als losse digitale toepassing.
Tegelijkertijd bleek dat veel cliënten én zorgmedewerkers nog onvoldoende bekend zijn met de mogelijkheden ervan. Daarom werkt IJsselheem samen met het ministerie van VWS en stichting MedMij aan verdere doorontwikkeling van de PGO, met cliënten nadrukkelijk in een centrale rol.
Brug tussen zorg en techniek
De ervaringen met digitalisering en gegevensuitwisseling brachten Jansen-Wegter uiteindelijk in de rol van CNIO. Die functie ziet zij nadrukkelijk als verbindende schakel tussen zorgpraktijk, beleid en technologie.
“Een CNIO is geen ICT’er en ook geen puur beleidsmedewerker. Het is juist een verpleegkundige of andere zorgverlener met kennis van de werkvloer én van digitale processen. Iemand die de taal van beide werelden spreekt en continu de vertaalslag tussen die twee werelden kan maken.”
Juist die brugfunctie ontbreekt volgens haar nog regelmatig bij digitale innovaties in de zorg. Technologie wordt dan te veel ontwikkeld vanuit systemen en te weinig vanuit de dagelijkse praktijk van zorgverleners en cliënten. Dat leidt volgens haar tot extra registraties, dubbel werk en frustratie op de werkvloer.
Daarnaast wijst ze op de grote versnippering van systemen binnen de zorg. Veel applicaties communiceren onvoldoende met elkaar, terwijl zorgverleners juist behoefte hebben aan eenvoud en overzicht.
Knelpunten herkennen
Volgens Jansen-Wegter is het belangrijk dat zorgverleners actief betrokken worden bij digitale ontwikkelingen. Niet alleen om draagvlak te creëren, maar ook omdat zij de knelpunten in de praktijk het beste herkennen. Zorgverleners hoeven volgens haar geen IT-specialist te worden, maar moeten wel kunnen aangeven wanneer systemen in de praktijk niet goed werken.
Daarnaast pleit ze voor meer samenwerking tussen organisaties. Binnen landelijke trajecten rond standaardisatie en gegevensuitwisseling ziet zij een belangrijke rol voor CNIO’s weggelegd. Zij kunnen helpen om praktijkervaring te vertalen naar strategische keuzes en beleid.
Daarmee vertegenwoordigt de CNIO volgens Jansen-Wegter niet alleen de belangen van zorgverleners, maar ook die van cliënten en mantelzorgers. Technologie moet uiteindelijk bijdragen aan betere zorg en meer werkplezier. Alleen dan heeft digitalisering volgens haar werkelijk waarde.
Dit artikel gemist? Lees het in ICT&health 6, 2025. Of lees het in ons online magazine.