Gebrekkige digitale vaardigheden kosten zorgprofessionals nog altijd veel tijd. Dat bleek vorig jaar uit het onderzoek ‘Tijdwinst door digitale vaardigheden’ van de Coalitie Digivaardig in de Zorg. Volgens hoogleraar digitale ongelijkheid Alexander van Deursen zijn digitale vaardigheden bovendien cruciaal om zorgmedewerkers aangehaakt te houden bij de snelle digitalisering van de zorg.
Digitale vaardigheden spelen een grotere rol in de dagelijkse zorgpraktijk dan vaak wordt gedacht. Dat concludeerde Alexander van Deursen in ICT&health 6, 2025, op basis van het vorig jaar gehouden onderzoek ‘Tijdwinst door digitale vaardigheden’, uitgevoerd in de ouderenzorg en huisartsenzorg. Als extern adviseur dacht hij mee over de onderzoeksopzet en rapportage.
Van Deursen legt daarbij nadrukkelijk de link met een eerder onderzoek uit 2012 naar digitale vaardigheden op de werkvloer. Destijds bleek al dat medewerkers veel tijd verloren door onvoldoende digitale vaardigheden en slecht functionerende ICT-systemen. Het recente onderzoek laat volgens hem zien dat die problematiek nog altijd actueel is.
Grote verschillen
Voor het nieuwe onderzoek observeerden onderzoekers 85 zorgmedewerkers tijdens het uitvoeren van digitale taken, zoals werken in het ECD, tekstverwerking en gegevensbeveiliging. De uitkomsten laten zien dat de verschillen tussen medewerkers groot zijn.
Sommige zorgprofessionals voeren digitale handelingen snel en efficiënt uit, terwijl anderen daar veel meer tijd voor nodig hebben. Volgens Van Deursen durven minder digivaardige medewerkers bovendien niet altijd hulp te vragen aan ICT-collega’s, omdat zij ervaren dat daarvoor weinig geduld bestaat. Daardoor ontstaat op de werkvloer een duidelijke kloof tussen digitaal vaardige en minder vaardige medewerkers.
Hoewel de steekproef kleiner was dan in het onderzoek uit 2012, noemt Van Deursen de gehanteerde methode wel betrouwbaarder. De observaties tijdens het uitvoeren van taken geven volgens hem een realistischer beeld van de dagelijkse praktijk.
Digitale inclusie
Vanuit het Centrum voor Digitale Inclusie onderzoekt Van Deursen samen met andere onderzoekers de impact van digitalisering op werk en samenleving. Daarbij is veel aandacht voor nieuwe technologieën zoals AI. “Met name kunstmatige intelligentie wordt steeds meer onderdeel van het dagelijks leven, of we dat nu willen of niet.”
Volgens Van Deursen hebben niet alle mensen dezelfde mogelijkheden om die snelle ontwikkelingen bij te benen. Vooral ouderen, laaggeletterden en mensen met een beperking lopen een groter risico om digitaal buitengesloten te raken.
Ook in de zorg heeft dat gevolgen. Zorgprofessionals krijgen steeds vaker te maken met data-analyse, slimme apparaten en AI-toepassingen. Onvoldoende digitale vaardigheden kunnen volgens Van Deursen leiden tot fouten in dossiers of verkeerde interpretaties van data. Dat heeft directe gevolgen voor de kwaliteit en veiligheid van zorg.
Structurele aandacht
Van Deursen benadrukt dat digitale vaardigheden een sleutelrol spelen bij het succesvol inzetten van digitale toepassingen in de zorg. “Zij zijn de brug tussen het gebruik van digitale middelen en de uitkomsten die je daarmee behaalt.” Daarbij gaat het niet alleen om basisvaardigheden, maar ook om kritisch informatiegebruik, digitaal samenwerken en het begrijpen van AI-systemen.
Volgens Van Deursen besteden organisaties nog te weinig structurele aandacht aan het versterken van die vaardigheden. Hij pleit daarom voor gerichte scholing, ondersteuning op de werkvloer en het inzetten van digicoaches of ICT-buddy’s. Alleen dan kunnen zorgorganisaties de digitale transitie effectief én inclusief vormgeven.
Dit artikel gemist? lees het in editie 6, 2025 van ICT&health. Of lees het in ons online magazine.