De zorg is lange tijd gebouwd op een bijna vanzelfsprekende rolverdeling: de professional zorgt, de patiënt ontvangt. Maar die wereld is aan het kantelen. Niet omdat zorgverleners minder betrokken zijn, maar omdat de samenleving verandert, technologieën en nieuwe mogelijkheden openen zich en mensen moeten of ze nou willen steeds vaker regie nemen over hun eigen gezondheid. De vraag is niet langer óf we verschuiven van “zorgen voor” naar “zelfzorg en zorgen met”, maar hoe we dat op een menswaardige, slimme en haalbare manier doen.
De digitale zorgwereld als katalysator
Digitale zorg is geen doel op zich, het is middel wat ik al jaren zeg. Het is een katalysator die oude patronen doorbreekt. Denk aan apps die bloeddruk meten, platforms waar patiënten hun eigen dossier kunnen inzien, of AI‑gestuurde triage die helpt bepalen of iemand een huisarts, een fysiotherapeut of vooral rust nodig heeft. Technologie maakt het mogelijk dat mensen niet pas in actie komen als er iets misgaat, maar continu inzicht hebben in hun gezondheid en op elk moment van de dag hun parameters kunnen meten. Toch is de echte verschuiving niet technologisch, maar relationeel. Het draait om een nieuwe balans tussen autonomie en ondersteuning, waar in de mens centraal staat in zijn eigen (digitale) zorgwereld.
Van afhankelijkheid naar partnerschap
Zorgen voor: klinkt warm, maar het kan ook verstikkend zijn. Het suggereert dat de één weet wat goed is voor de ander. In een digitale zorgwereld verschuift dat naar partnerschap: de patiënt wordt mede‑regisseur en heeft de regie, de professional coach en stuurt zo nodig bij.
Een voorbeeld uit de praktijk: Diabeteszorg
Waar patiënten vroeger afhankelijk waren van regelmatige controles, gebruiken ze nu sensoren die continu glucosewaarden meten. De data komen binnen op hun telefoon. Ze zien patronen, leren hun lichaam kennen en nemen zelf beslissingen. De zorgverlener kijkt mee op afstand en grijpt alleen in wanneer nodig. Dat is geen zorgverlener die “voor” iemand zorgt, maar iemand die “met” iemand meekijkt en zo nodig bijstuurt of zorgt.
Zelfzorg is geen solo‑zorg
Een misverstand is dat zelfzorg betekent dat mensen het allemaal alleen moeten doen. Dat is niet zo. Zelfzorg betekent dat iemand de ruimte, middelen en vaardigheden krijgt om zelf keuzes te maken. Digitale hulpmiddelen kunnen dat versterken, maar alleen als ze goed ingebed zijn in begeleiding.
Neem bijvoorbeeld: Digitale leefstijlcoaching.
Apps die slaap, beweging en voeding monitoren zijn nuttig, maar pas waardevol als een coach of huisarts helpt de data te interpreteren. De technologie verzamelt, de mens duidt. Zo ontstaat een gedeelde verantwoordelijkheid, maar laten we wel wezen, dat jezelf (eind)verantwoordelijk bent voor een groot deel van je eigen gezondheid.
Praktische voorbeelden van “zorgen met”
De verschuiving wordt tastbaar in kleine, concrete situaties:
Beeldbellen in de wijkverpleging: Een oudere vrouw met hartfalen hoeft niet meer drie keer per week bezoek te krijgen. Ze meet zelf haar gewicht en bloeddruk met een digitale meter. De wijkverpleegkundige kijkt dagelijks mee op afstand en belt alleen als er afwijkingen zijn. De vrouw voelt zich zelfstandiger, de verpleegkundige heeft meer tijd voor mensen die fysieke zorg nodig hebben.
Digitale dagboeken bij mentale gezondheid: Cliënten vullen dagelijks een kort digitaal dagboek in over stemming, slaap en stress. De therapeut gebruikt deze informatie om patronen te herkennen en gesprekken te verdiepen. De cliënt voelt zich gehoord, ook tussen sessies door. Het is geen zorgverlener die “voor” iemand denkt, maar iemand die “met” iemand reflecteert.
AI‑ondersteunde triage in de huisartsenpraktijk: Patiënten beantwoorden online vragen over hun klachten. De AI helpt inschatten of zelfzorg volstaat, of een consult nodig is. De patiënt krijgt direct advies, de huisarts krijgt beter voorbereide consulten. De zorg wordt slimmer verdeeld, zonder dat iemand aan zijn lot wordt overgelaten.
De uitdaging: digitale ongelijkheid
De verschuiving naar zelfzorg en zorgen met werkt alleen als iedereen mee kan doen. Niet iedereen heeft een smartphone, digitale vaardigheden of vertrouwen in technologie. Daarom moet digitale zorg altijd gepaard gaan met menselijke ondersteuning: uitleg, ontmoeting, oefening, opvoeding en alternatieven. Alleen zo komen we tot een inclusie samenleving en inclusie zorg die voor iedereen werkt.
De nieuwe zorgprofessional
In deze digitale wereld verandert ook het vak van zorgverlener. De professional wordt meer coach, gids en data‑duider. Dat vraagt nieuwe vaardigheden: digitaal inzicht, communicatieve sensitiviteit, en het vermogen om los te laten. Want zorgen met betekent ook dat je accepteert dat iemand zelf keuzes maakt, soms andere dan jij als professional zou adviseren.
De kern blijft menselijkheid
Technologie kan veel, maar niet luisteren, troosten of nuance aanbrengen. De kunst is om digitale middelen te gebruiken om juist méér ruimte te creëren voor menselijkheid. Minder administratie, minder onnodige consulten, meer tijd voor echte gesprekken.
Mijn conclusie
De beweging van “zorgen voor” naar “zelfzorg en zorgen met” is geen technologische revolutie, maar een culturele. Digitale zorg maakt het mogelijk, maar de echte verandering zit in houding en relatie. Als we technologie inzetten om mensen te versterken in plaats van te vervangen, ontstaat een zorgwereld waarin autonomie en verbondenheid hand in hand gaan. Een wereld waarin we niet minder zorgen, maar anders, misschien wel beter en waar we de patiënt meer in Regie zetten.
Together We Care!