Een internationale fase 3-studie heeft voor het eerst overtuigend aangetoond dat een behandeling op basis van de CRISPR-techniek effectief en veilig is voor patiënten met een erfelijke aandoening. Onderzoekers van Amsterdam UMC en andere ziekenhuizen onderzochten de therapie bij mensen met erfelijk angio-oedeem, een zeldzame ziekte die wordt gekenmerkt door ernstige en soms levensbedreigende zwellingen. De resultaten markeren een belangrijke stap in de ontwikkeling van gentherapie voor erfelijke aandoeningen.
In de studie werden tachtig patiënten gevolgd, waarbij ongeveer twee derde een eenmalige CRISPR-behandeling kreeg en de overige deelnemers een placebo ontvingen. Volgens de onderzoekers hadden patiënten die de behandeling kregen aanzienlijk minder ziekteverschijnselen dan de controlegroep. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift New England Journal of Medicine.
Goed perspectief
De studie is de eerste fase 3-onderzoek naar een CRISPR-therapie wereldwijd. In deze onderzoeksfase wordt een behandeling op grotere schaal getest op werkzaamheid en veiligheid voordat deze kan worden toegelaten voor regulier gebruik. De uitkomsten bieden volgens de onderzoekers niet alleen perspectief voor patiënten met erfelijk angio-oedeem, maar kunnen ook de weg vrijmaken voor de behandeling van andere erfelijke aandoeningen waarbij genetische fouten een rol spelen.
De onderzoeksresultaten laten zien dat de behandeling een aanzienlijk effect had op het ziekteverloop. De tachtig deelnemers kregen allemaal een eenmalig infuus, waarbij ongeveer twee derde werd behandeld met de CRISPR-therapie en de overige patiënten een placebo ontvingen. In de placebogroep kwamen zwellingsaanvallen ongeveer acht keer zo vaak voor als bij patiënten die de nieuwe behandeling kregen. Ook het aantal aanvallen waarvoor direct aanvullende medicatie nodig was, lag aanzienlijk lager. Ernstige en matig ernstige aanvallen namen eveneens sterk af.
Volledig aanvalsvrij
Een groot deel van de behandelde patiënten bleef gedurende de onderzoeksperiode volledig aanvalsvrij en had geen aanvullende onderhoudsmedicatie meer nodig. In de placebogroep gold dat voor een veel kleiner deel van de deelnemers. Daarnaast rapporteerden patiënten die de CRISPR-therapie ontvingen een duidelijke verbetering van hun kwaliteit van leven.
Volgens de onderzoekers moet bij de interpretatie van de resultaten wel rekening worden gehouden met het zogenoemde geblindeerde karakter van de studie. De deelnemers wisten niet of zij de werkzame behandeling of een placebo hadden gekregen. Daardoor grepen sommige patiënten mogelijk uit voorzorg al bij de eerste signalen van een mogelijke aanval naar noodmedicatie.
Onderzoeksleider Danny Cohn verwacht dat het aantal aanvalsvrije patiënten in de praktijk mogelijk nog hoger kan uitvallen wanneer patiënten weten dat zij daadwerkelijk de CRISPR-behandeling hebben ontvangen en daardoor meer vertrouwen hebben om af te wachten voordat zij aanvullende medicatie gebruiken.
Milde bijwerkingen
De behandeling werd over het algemeen goed verdragen door de deelnemers. De meest voorkomende bijwerkingen na toediening van het infuus waren mild van aard, zoals hoofdpijn, vermoeidheid en rugpijn. Deze klachten verdwenen doorgaans binnen korte tijd. Binnen de behandelgroep werden geen ernstige bijwerkingen vastgesteld.
Langetermijngegevens uit eerdere onderzoeken wijzen bovendien op een blijvend effect van de therapie. Bij 37 eerder behandelde deelnemers is vier jaar na toediening nog steeds sprake van behoud van werkzaamheid en veiligheid. Volgens de onderzoekers ondersteunt dit het perspectief dat een ernstige, chronische aandoening mogelijk met één behandeling langdurig onder controle kan worden gebracht.
Onderzoeksleider Danny Cohn wijst daarnaast op de bredere implicaties van de resultaten voor de ontwikkeling van gentherapie. Volgens hem laat de studie zien dat CRISPR-technologie niet alleen kan worden ingezet voor het corrigeren van genetische fouten, maar ook mogelijkheden biedt voor het verwijderen of toevoegen van genetisch materiaal bij andere erfelijke aandoeningen.
Opsporing van soa’s
Eind maart schreven we bijvoorbeeld over een onderzoek dat liet zien hoe CRISPR-technologie steeds breder wordt ingezet buiten genetische modificatie. In die lijn hebben onderzoekers van het Doherty Institute nu een nieuwe diagnostische toepassing ontwikkeld die de aanpak van seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) ingrijpend kan veranderen. Het gaat om een draagbaar point-of-care systeem dat in staat is om meerdere bacteriële soa’s, waaronder syfilis, tegelijk te detecteren. Dit kan binnen één uur en gebeurt op één enkel platform, wat snelle en laagdrempelige diagnostiek mogelijk maakt.
Hoewel CRISPR vooral bekendstaat als een techniek voor genbewerking, worden de onderliggende mechanismen in dit geval gebruikt voor een ander doel. In plaats van DNA te knippen of te wijzigen, wordt het CRISPR-Cas-systeem ingezet om genetisch materiaal van ziekteverwekkers te herkennen en dit signaal zichtbaar te maken.