AI vraagt om snelheid, maar met publieke regie

di 16 juni 2026 - 10:30
AI in de zorg
Blog

De zorg kan zich geen afwachtende houding veroorloven: de werkdruk is hoog, de personeelstekorten nemen toe en de toegankelijkheid staat onder druk. AI kan helpen om processen slimmer te maken, professionals te ontlasten en patiënten beter te ondersteunen. Tegelijkertijd moeten we eerlijk zijn: een groot deel van de AI-ontwikkeling vindt buiten de zorg plaats, bij technologiebedrijven met enorme investeringskracht, schaal en snelheid.

Daar zit een spanning die de komende jaren alleen maar groter wordt. We hebben technologie nodig om de zorg toegankelijk te houden. Maar als we niet goed opletten, raken we afhankelijk van partijen die niet vanzelf de publieke verantwoordelijkheid voelen zoals de zorg zelf.

Patiëntreis begint steeds vaker digitaal

Mensen vragen laagdrempelig advies over van alles via de chat en dus ook over klachten, symptomen, medicatie of zorgen die zij hebben. Voor veel mensen begint daarmee de patiëntreis allang niet meer bij de huisarts. Die begint thuis, op de bank, met een vraag aan dokter ChatGPT.

Dat is begrijpelijk. Het is toegankelijk, snel en vaak verrassend goed geformuleerd. Tegelijkertijd verschuift daarmee iets fundamenteels. Als mensen hun eerste gezondheidsvragen stellen aan systemen van grote technologiebedrijven, ontstaat een nieuwe vorm van invloed op de zorg. Niet via een ziekenhuis, huisarts of publieke voorziening, maar via een commerciële digitale ingang.

In de VS zien we al dat grote technologiepartijen medische diensten, chatomgevingen en zorggerelateerde platforms combineren. Sommige diensten daar, zoals AWS One Medical, combineren medische informatie met verzekeringsinformatie, persoonlijke data en advies over vervolgstappen.

Dat kan waardevol zijn, maar het roept ook een principiële vraag op: wie voert de regie over zorg, gezondheid en toegang? Wanneer die regie langzaam verschuift naar bedrijven die primair opereren vanuit platformlogica, moeten we als zorgsector wakker zijn.

Doorbraakmiddelen vragen gezamenlijke richting

Juist daarom is de timing van de AZWA-doorbraakmiddelen zo belangrijk. Vanaf 2027 worden deze middelen ingezet op toepassingen die direct invloed hebben op de dagelijkse zorgpraktijk zoals spraakgestuurd rapporteren en capaciteitsplanning. Dat zijn geen abstracte AI-thema’s, maar concrete onderwerpen waarop de zorg nu verlichting en verbetering nodig heeft.

Spraakgestuurd rapporteren kan administratieve lasten verminderen en het contact tussen patiënt en professional verbeteren. Capaciteitsplanning kan helpen om mensen, middelen en zorgvraag slimmer op elkaar af te stemmen. Precies op dit soort thema’s moeten we snelheid maken.

Maar snelheid zonder gezamenlijke richting leidt opnieuw tot versnippering. Daarom is het goed dat binnen AZWA en ook het programma Realisatie AI in de zorg wordt gewerkt aan een landelijke ondersteuningsstructuur. Die structuur moet helpen om kennis te delen, implementatie te versnellen, kwaliteit te borgen en te voorkomen dat iedere organisatie hetzelfde wiel opnieuw uitvindt. Het is helaas nog geen gelopen race of hier ook voldoende financiering voor komt.

In mijn coverstory in ICT&health 3 ga ik breder in op de vraag hoe AI de zorg daadwerkelijk kan transformeren. De kern daarvan is ook hier relevant: technologie zelf is niet genoeg. De waarde ontstaat pas als we AI goed organiseren, zorgvuldig implementeren en verbinden aan de echte problemen in de zorg.

Samenwerken zonder afhankelijkheid

Wij hebben het bedrijfsleven hard nodig. Zonder bedrijven geen schaalbare technologie, geen krachtige toepassingen en geen versnelling. De investeringen van sommige technologiebedrijven hebben geleid tot mogelijkheden die we een paar jaar geleden nauwelijks konden bedenken. Het zou onverstandig zijn om die ontwikkeling te negeren. Maar samenwerking is iets anders dan afhankelijkheid.

In de zorg werken we met kwetsbare mensen, gevoelige gegevens en publieke waarden. Dat vraagt om heldere kaders. We moeten kunnen bepalen welke technologie we inzetten, waarvoor, onder welke voorwaarden en met welke verantwoordelijkheid. Dat geldt zeker wanneer AI een onderdeel wordt van verslaglegging, triage, diagnostiek, planning, patiëntcommunicatie of vervolgacties in het zorgproces.

De vraag is dus niet of we met technologiebedrijven moeten samenwerken. De vraag is hóe we dat doen, zodanig dat we optimaal gebruik maken van de technologische mogelijkheden maar wel de regie bij de zorg behouden.

Europees alternatief geen luxe

Daarom zijn publieke en Europese routes zo belangrijk. De Nederlandse AI Fabriek NAILF, zie mijn eerdere blog) biedt Nederland de kans om binnen een Europees netwerk te werken aan AI-toepassingen waarin gevoelige data en publieke waarden serieus worden genomen. Dat is geen abstract infrastructuurverhaal. Het gaat er concreet om of we in staat zijn om AI te ontwikkelen die past bij onze zorg, onze professionals en onze patiënten.

Voor de zorg betekent dit dat we niet alleen gebruiker willen zijn van AI, maar ook medeontwerper. We moeten zelf de relevante vragen formuleren. Welke problemen moeten worden opgelost? Welke data zijn nodig? Welke toepassingen zijn veilig en waardevol? Welke rol houdt de zorgprofessional? En hoe zorgen we dat patiënten erop kunnen vertrouwen dat AI wordt ingezet in hun belang?

De komende jaren moeten we dus twee dingen tegelijk doen. We moeten AI sneller toepassen waar dat verantwoord kan, omdat de zorg onder grote druk staat. En we moeten publieke regie organiseren, omdat de zorg te belangrijk is om de digitale ingang, de data en de besluitvorming ongemerkt uit handen te geven.

Lees ook de eerdere blog van Bart Scheerder over de invloed van AI op de zorgsector.


Ook dit onderwerp krijgt een prominente plek tijdens de ICT&health World Conference 2027. Wil je erbij zijn en niets missen? Reserveer dan tijdig je ticket.