Jongeren willen minder schermtijd, maar vrezen uitsluiting

di 13 oktober 2026 - 12:15
Jongeren willen minder schermtijd, maar vrezen uitsluiting
GGZ
Onderzoek

Veel jongeren beseffen dat intensief smartphonegebruik en sociale media negatieve gevolgen kunnen hebben voor hun welzijn en (mentale) gezondheid. Toch blijkt het lastig om hun schermtijd te beperken. Niet alleen omdat digitale platforms voortdurend om aandacht vragen, maar ook omdat jongeren bang zijn sociale contacten en belangrijke gebeurtenissen te missen. Het alom bekende ‘Fear of missing out’. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam concluderen dat het verbeteren van digitaal welzijn daarom niet uitsluitend een kwestie is van individuele zelfbeheersing. Ouders, scholen, leeftijdsgenoten en technologiebedrijven spelen volgens hen eveneens een belangrijke rol.

Voor het onderzoek werden tien groepsgesprekken gevoerd met 78 Nederlandse scholieren met een gemiddelde leeftijd van 14 jaar van twee middelbare scholen De studie van onderzoekers Luka Todorovic, Annabel Bogaerts en Helle Larsen, richtte zich op de ervaringen van jongeren met digitale media, zoals sociale netwerken, smartphones en games. Daarbij onderzochten de wetenschappers hoe jongeren hun eigen mediagebruik beoordelen, waarom stoppen moeilijk is en welke veranderingen zij wenselijk vinden.

Mentale gezondheid onder druk

Uit de gesprekken kunnen twee, in de basis tegenstrijdige, conclusies getrokken worden. Jongeren waarderen sociale media omdat ze contact met vrienden mogelijk maken, ontspanning bieden en ruimte geven voor zelfexpressie. Tegelijkertijd ervaren ze sociale druk, afleiding, negatieve vergelijkingen met anderen en moeite om hun gebruik te beperken.

Vooral de invloed op slaap en dagelijks functioneren houdt jongeren bezig. Verschillende deelnemers vertelden dat ze langer online blijven dan gepland, waardoor ze minder slapen en zich de volgende dag vermoeid of prikkelbaar voelen. Ook herkennen jongeren dat sociale media hun stemming kunnen beïnvloeden. Online contact kan helpen bij verveling, eenzaamheid of negatieve gevoelens, maar dezelfde platforms kunnen ook onzekerheid en sociale druk versterken.

De onderzoekers benadrukken dat wetenschappelijk bewijs over de invloed van digitale media op het welzijn van jongeren niet eenduidig is. Vooral problematisch gebruik, waarbij jongeren de controle over hun online gedrag verliezen, wordt in eerder onderzoek in verband gebracht met verminderd welzijn. Het is daarom belangrijk onderscheid te maken tussen intensief en problematisch gebruik.

Veel tijd online doorbrengen betekent niet automatisch dat iemand psychische klachten ontwikkelt. De aard van het gebruik, persoonlijke kwetsbaarheid en de sociale omgeving spelen eveneens een rol. Bovendien betreft het nieuwe onderzoek een kwalitatieve studie. De bevindingen beschrijven ervaringen en opvattingen van jongeren, maar tonen geen oorzakelijk verband aan tussen smartphonegebruik en psychische problemen.

Waarom stoppen zo moeilijk is

Een belangrijke conclusie is dat jongeren vaak wel minder online willen zijn, maar moeite hebben om dat voornemen vol te houden. Deelnemers beschreven hoe korte video's, voortdurend nieuwe berichten en meldingen ervoor zorgen dat ze ongemerkt langer blijven kijken. De tijd lijkt sneller voorbij te gaan en het wordt steeds moeilijker om de telefoon weg te leggen. Schermtijdlimieten bieden volgens verschillende jongeren onvoldoende ondersteuning. Sommigen negeren waarschuwingen of gebruiken de resterende toegestane tijd juist volledig.

Daar komt dan ook nog eens de sociale factor bij. Groepsgesprekken, onderlinge afspraken en dagelijkse communicatie verlopen steeds vaker via digitale kanalen. Wie minder online is, loopt het risico gesprekken, grappen of activiteiten te missen. Daardoor ontstaat een dilemma: jongeren willen minder afhankelijk zijn van hun smartphone, maar vrezen tegelijkertijd buitensluiting wanneer ze hun gebruik beperken.

De onderzoekers constateren dat jongeren daarom behoefte hebben aan gezamenlijke afspraken. Wanneer vrienden, ouders en scholen dezelfde grenzen hanteren, wordt het gemakkelijker om offline te gaan zonder sociale gevolgen.

Helpen waarschuwingen en beperkingen?

De bevindingen sluiten aan bij eerder onderzoek waarover wij enkele weken geleden berichtten. Daarin werd een studie van Stanford Medicine besproken, waarin ruim duizend jongeren gezondheidswaarschuwingen over sociale media beoordeelden. Vooral de waarschuwingen over depressie, angst en andere mentale gezondheidsrisico's bleken jongeren aan te spreken. De deelnemers verwachtten dat dergelijke waarschuwingen hun gebruik zouden kunnen verminderen. Of deze meldingen daadwerkelijk tot gedragsverandering leiden, moet echter nog worden onderzocht.

Het Amsterdamse onderzoek laat zien waarom afzonderlijke maatregelen mogelijk onvoldoende zijn. Jongeren ervaren digitale media als een vanzelfsprekend onderdeel van hun sociale leven. Een waarschuwing of schermtijdlimiet verandert die sociale afhankelijkheid niet automatisch. Ook het eventueel verbieden of een leeftijdsgrens voor social media netwerken vragen om een zorgvuldige afweging. De onderzoekers wijzen erop dat beperkingen jongeren kunnen beschermen, maar tegelijkertijd hun mogelijkheden voor contact en zelfexpressie kunnen verminderen.

Jongeren betrekken bij oplossingen

Een vergelijkbare boodschap kwam eerder naar voren in een interview met Laurine Beele in ICT&health Magazine 3 van 2026. Beele, die zich inzet voor gezonder socialmediagebruik, vertelde hoe een periode zonder Snapchat en TikTok haar hielp om opnieuw ruimte te maken voor sport, sociale activiteiten en school. Tegelijkertijd waarschuwde zij tegen een uitsluitend negatieve benadering van sociale media. Volgens Beele moeten jongeren vooral leren bewustere keuzes te maken, zonder de positieve mogelijkheden van digitale communicatie te verliezen.

Met het initiatief UnbubbleX werkt zij aan een alternatief waarbij betrouwbare informatie en betekenisvolle contacten belangrijker moeten worden dan algoritmen die gebruikers zo lang mogelijk vasthouden. Die benadering sluit aan bij de conclusies van de Amsterdamse onderzoekers. Effectieve preventie vraagt niet alleen om individuele gedragsverandering, maar ook om een digitale omgeving waarin gezond gebruik gemakkelijker wordt.

Voor ouders, scholen, jeugdartsen en andere zorgprofessionals betekent dit dat gesprekken over schermtijd verder moeten gaan dan het aantal uren dat jongeren online zijn. Ook slaap, sociale druk, emotioneel welzijn en de redenen waarom jongeren hun smartphone gebruiken, verdienen aandacht. De belangrijkste les is dat jongeren niet uitsluitend bescherming nodig hebben tegen digitale risico's. Ze willen ook betrokken worden bij het ontwikkelen van oplossingen die hun mentale gezondheid ondersteunen, zonder hun sociale wereld onnodig te beperken.

Referenties

Journal of Adolescence (UvA onderzoek)

Voeg ICT&health toe aan Google

Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.

Toevoegen aan Google

Ook dit onderwerp krijgt een prominente plek tijdens de ICT&health World Conference 2027. Wil je erbij zijn en niets missen? Reserveer dan tijdig je ticket.