De Europese Commissie heeft plannen aangekondigd voor EU-brede beperkingen op de toegang tot sociale media en andere digitale diensten voor kinderen jonger dan 13 jaar, naar aanleiding van de publicatie van het rapport Child Safety Online. ICT&health sprak met dr. Maria Melchior, medevoorzitter van het deskundigenpanel dat het rapport heeft opgesteld.
Kinderen jonger dan 13 jaar zijn bijzonder kwetsbaar voor de risico’s van sociale media, waaronder verslavende ontwerpkenmerken, algoritmische versterking van schadelijke inhoud en intensievere sociale vergelijking, aldus een panel van vooraanstaande academici, praktijkdeskundigen, experts op het gebied van digitale gezondheid en vertegenwoordigers van jongeren- en ouderorganisaties uit heel Europa. De groep heeft vier maanden gewerkt aan het opstellen van haar aanbevelingen, die op 13 juli werden gepresenteerd.
In navolging van de invoering door Australië van een verbod op sociale media voor jongeren onder de 16 jaar op 10 december 2025 roept het panel digitale dienstverleners op om de bewijslast te dragen dat hun platforms ‘safe by design’ zijn. Zij moeten robuuste systemen voor leeftijdsverificatie implementeren en verslavende ontwerpkenmerken, zoals oneindig scrollen, aan banden leggen. De deskundigen pleiten voor een gezamenlijk verantwoordingskader waarbij ouders, opvoeders, platforms en toezichthouders betrokken zijn.
Naast het debat over verboden op sociale media stelt het rapport een bredere, op ontwikkeling gebaseerde aanpak voor wat betreft het digitale gebruik door kinderen: geen schermtijd vóór de leeftijd van twee jaar, gebruik onder toezicht van voor de leeftijd geschikte diensten en grotendeels apparaatvrije basisscholen voor kinderen van 3 tot 12 jaar, gevolgd door geleidelijk toenemende autonomie vanaf 13 jaar binnen platforms die standaard veilig zijn en worden ondersteund door ouderlijke begeleiding.
„Het is onze plicht om onze kinderen in de online wereld te beschermen, net zoals we dat in de offline wereld doen. En om dat effectief te doen, hebben we een geharmoniseerde Europese aanpak nodig“, aldus Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, toen zij het rapport van het Speciaal Panel voor de onlineveiligheid van kinderen in ontvangst nam.
Waarom is 13 jaar bepaald als de minimumleeftijd voor toegang tot sociale media?
Dr. Maria Melchior: De beslissing was gebaseerd op de ontwikkelingsfasen van kinderen en niet op één enkele studie. Tussen de geboorte en de volwassenheid maken kinderen een ingrijpende fysieke, psychologische en sociale ontwikkeling door, dus het bewijsmateriaal moet in die context worden geïnterpreteerd.
Het onderzoek wijst uit dat kinderen jonger dan 13 jaar over het algemeen niet volwassen genoeg zijn om zelfstandig met digitale diensten om te gaan of de risico’s die deze met zich meebrengen volledig te begrijpen. Als we het over digitale diensten hebben, bedoelen we meer dan alleen sociale media. Bepaalde functies van videogames en door AI aangestuurde applicaties geven aanleiding tot soortgelijke zorgen.
De vroege adolescentie is ook een cruciale periode voor het leren door middel van ervaringen in de echte wereld – omgaan met leeftijdsgenoten, sporten, deelnemen aan culturele activiteiten en het ontwikkelen van sociale vaardigheden. Die ervaringen blijven gedurende de hele adolescentie belangrijk, maar vóór de leeftijd van 13 jaar zijn ze bijzonder cruciaal en mogen ze niet worden verdrongen door tijd die op digitale platforms wordt doorgebracht.
In het rapport worden kinderen van 10 tot 12 jaar aangemerkt als bijzonder kwetsbaar. Waarom is deze periode zo cruciaal?
Het is een tijd van ingrijpende ontwikkelingsveranderingen. Kinderen beginnen de overstap te maken van voornamelijk op hun familie te vertrouwen naar het zoeken naar acceptatie bij hun leeftijdsgenoten, waardoor ze veel gevoeliger worden voor sociale normen, groepsdruk en externe bevestiging. Tegelijkertijd zijn ze nog bezig te leren hun emoties te beheersen en de sociale vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn voor gezonde relaties. Die vaardigheden worden verworven door interacties in de echte wereld, wat deze fase bijzonder belangrijk maakt.
Ook het wetenschappelijk bewijs wijst in dezelfde richting. Gegevens uit het Amerikaanse ABCD-onderzoek wijzen op significante verschillen in de geestelijke gezondheid tussen kinderen die op hun twaalfde beginnen met het gebruik van sociale media en kinderen die daar pas op hun dertiende mee beginnen. Dat was een van de bevindingen die onze aanbeveling kracht bijzette.
De leeftijdsgrens sluit ook aan bij de regels voor gegevensbescherming in veel Europese landen, waar 13 jaar algemeen wordt beschouwd als de minimumleeftijd waarop kinderen een zekere mate van autonomie kunnen uitoefenen over hun persoonsgegevens. Dat gezegd hebbende, zien wij 13 jaar als een minimum, niet als een ideaal. Frankrijk heeft bijvoorbeeld wetgeving aangenomen waarin de leeftijdsgrens op 16 jaar is vastgesteld, en verschillende landen overwegen soortgelijke maatregelen. In Nederland wordt ook al geruime tijd de discussie gevoerd over een minimum leeftijd voor social media toegang voor (jonge) kinderen. Er zijn wel al private initiatieven gelanceerd om jongeren te helpen met, en adviseren over, het veilig gebruik van sociale media en communiceren op internet.
Er wordt nog steeds gedebatteerd over de vraag of sociale media daadwerkelijk psychische gezondheidsproblemen veroorzaken. Hoe sterk is het bewijs op dit moment?
Het bewijs dat overmatig gebruik van digitale diensten in verband brengt met slechtere gezondheidsuitkomsten is zeer sterk, hoewel het verband vaak complex is. Uit recente Eurobarometer-gegevens blijkt dat jongeren van 13 tot 17 jaar doordeweeks ongeveer vijf uur per dag aan digitale diensten besteden en in het weekend ongeveer zes uur. De tijd die online wordt doorgebracht, gaat onvermijdelijk ten koste van andere activiteiten die essentieel zijn voor een gezonde ontwikkeling.
Het eerste slachtoffer is vaak lezen, gevolgd door lichaamsbeweging. We weten dat meer schermtijd gepaard gaat met meer sedentair gedrag, wat het risico op obesitas en andere lichamelijke gezondheidsproblemen vergroot. Er zijn ook aanwijzingen voor negatieve effecten op de gezondheid van het skelet.
Geestelijke gezondheid is ingewikkelder omdat het verband in twee richtingen werkt. Kinderen met psychische problemen brengen mogelijk vaker buitensporig veel tijd online door, terwijl overmatig gebruik die problemen ook kan verergeren. Om een oorzakelijk verband vast te stellen zijn daarom zorgvuldig opgezette longitudinale studies nodig.
We beschikken al over voldoende bewijs om preventieve maatregelen te rechtvaardigen, maar ja, we hebben meer langetermijnonderzoek nodig om te begrijpen hoe verschillende vormen van onlineactiviteit de gezondheid en ontwikkeling van kinderen in de loop van de tijd beïnvloeden.
Wat hebben we geleerd van de Australische beperkingen op sociale media?
Ten eerste dat leeftijdsbeperkingen alleen niet voldoende zijn. De ervaringen in Australië onderstrepen de noodzaak om niet alleen te reguleren wie toegang heeft tot digitale diensten, maar ook hoe die diensten zijn ontworpen. Functies die bedoeld zijn om de betrokkenheid te maximaliseren, waaronder functies die misbruik maken van de aandacht van kinderen, moeten naast leeftijdsbeperkingen worden aangepakt.
De Europese Unie beschikt hiervoor al over een regelgevend kader via de Wet op digitale diensten, waarin schadelijke en verslavende ontwerppraktijken worden geïdentificeerd. De uitdaging ligt nu in effectieve handhaving. De centrale aanbeveling van ons rapport is ervoor te zorgen dat digitale diensten vanaf het ontwerp veilig zijn voor kinderen en jongeren.
De tweede les is dat leeftijdsverificatie niet aan de platforms zelf mag worden overgelaten. De huidige systemen zijn inconsistent en kunnen te gemakkelijk worden omzeild. Onafhankelijke, betrouwbare mechanismen voor leeftijdsverificatie zijn essentieel om leeftijdsgebonden beperkingen effectief te laten zijn.
Dit beleid moet over een periode van jaren worden beoordeeld, in plaats van over maanden. Voorlopige gegevens uit Australië wijzen erop dat het gebruik van sociale media onder jongeren is afgenomen, ook al blijven veel jongeren onder de 16 jaar toegang krijgen tot de platforms. Gedragsverandering kost tijd, en voor een zinvolle beoordeling is een evaluatie op de lange termijn nodig.
U zei dat digitale diensten vanaf het ontwerp veilig moeten zijn. Maar kan er realistisch gezien van sociale-mediabedrijven worden verwacht dat ze hun producten minder verslavend maken? Hun bedrijfsmodel is immers afhankelijk van het maximaliseren van de aandacht en betrokkenheid van gebruikers.
Onze aanbevelingen zijn gericht aan de Europese Commissie, die nu moet beslissen hoever zij wil en kan gaan bij het handhaven van de bestaande wetgeving. De Europese Unie bevindt zich al in een sterkere positie dan veel andere rechtsgebieden, omdat de Wet op digitale diensten expliciet verslavende en schadelijke ontwerpkenmerken aanpakt die op jongeren zijn gericht.
Het wettelijk kader is dus grotendeels aanwezig. De echte uitdaging ligt bij de handhaving. Onderzoeken naar bedrijven als Meta en TikTok tonen aan dat de Commissie bereid is op te treden, maar die inspanningen moeten systematisch en consistent zijn. Dat is een van de centrale boodschappen van ons rapport.
De omvang van Europa geeft het ook aanzienlijke invloed. Als markt met honderden miljoenen consumenten heeft het de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de manier waarop mondiale technologiebedrijven hun producten ontwerpen en exploiteren, op een manier die individuele landen niet kunnen.
Ook het bredere regelgevingslandschap is aan het veranderen. Rechtszaken tegen grote platforms in de Verenigde Staten, in combinatie met de hervormingen in Australië, hebben het debat het afgelopen jaar aanzienlijk verschoven. Maatregelen die voorheen politiek onrealistisch leken, staan nu stevig op de beleidsagenda.
Ik verwacht niet dat bedrijven hun bedrijfsmodellen volledig zullen opgeven. Maar ik ben wel van mening dat van hen kan worden verlangd dat zij producten voor kinderen en jongeren anders ontwerpen. Dat is precies wat safe by design zou kunnen betekenen.
Platforms zoals Instagram hebben al ouderlijk toezicht ingevoerd om gezinnen meer inzicht te geven in de online activiteiten van hun kinderen. Is dat niet genoeg?
Het is zeker een stap in de goede richting, maar het bewijs dat we tot nu toe hebben, wijst erop dat ouderlijk toezicht alleen niet voldoende is. Uit evaluaties in Frankrijk blijkt dat het effect ervan beperkt is, hoewel ik graag vergelijkbare gegevens uit andere landen en van de platforms zelf zou willen zien.
Ouders moeten duidelijke grenzen kunnen stellen, met name voor jongere adolescenten. Ze hebben eenvoudige hulpmiddelen nodig om de schermtijd te beheren, de toegang tot bepaalde apps te beperken en te voorkomen dat apparaten worden gebruikt op momenten die belangrijk zijn voor de gezondheid en ontwikkeling van kinderen.
Ons rapport beveelt daarom aan om schermen – niet alleen sociale media, maar ook televisie en computerspelletjes – te vermijden vóór schooltijd, vóór het slapengaan en, voor zover mogelijk, tijdens gezinsmaaltijden. Technologie zou het handhaven van die grenzen gemakkelijker moeten maken.
Tegenwoordig is ouderlijk toezicht vaak te ingewikkeld of niet consistent op verschillende apparaten. Het instellen van automatische tijdslimieten of het blokkeren van de toegang tot bepaalde apps zou eenvoudig moeten zijn, ongeacht het platform of besturingssysteem. Ouders hebben hulpmiddelen nodig die gemakkelijk te begrijpen en te gebruiken zijn.
Wat heeft u het meest verrast tijdens het werken aan het rapport?
Wat opviel, was hoe sterk veel panelleden de nadruk legden op voorlichting aan ouders en mediageletterdheid. Dat weerspiegelt wellicht de culturele diversiteit in Europa, maar het benadrukt ook hoe verschillend gezinnen zijn toegerust om het digitale leven van kinderen in goede banen te leiden.
Mijn eigen onderzoek richt zich op sociale ongelijkheden in de geestelijke gezondheid van kinderen, en het is duidelijk dat sommige ouders meer tijd, kennis en middelen hebben om grenzen te stellen en online gedrag met hun kinderen te bespreken. Anderen staan voor veel grotere uitdagingen. Sommige kinderen groeien bijvoorbeeld op in de jeugdzorg en beschikken niet over dat niveau van dagelijkse ouderlijke ondersteuning.
Daarom kunnen deze aanbevelingen niet uitsluitend op ouders steunen. Krachtige, consequent gehandhaafde regelgeving is essentieel, omdat deze alle kinderen beschermt, met name degenen die het meest kwetsbaar zijn.