De arts typt terwijl de patiënt praat en kijkt naar het scherm in plaats van naar de persoon tegenover hem. De spraakassistent in de spreekkamer moet daar een einde aan maken: hij luistert mee en schrijft het verslag. Het programma Realisatie AI in de zorg regelt de invoering van dat ene hulpmiddel. Het is één puzzelstukje van het AI-fundament dat de zorg nodig heeft, maar de afbeelding op de doos ontbreekt.
Op 30 september publiceerde VWS op datavoorgezondheid.nl een samenvatting van het programma: negen pagina’s, een concept. Het Informatieberaad adviseerde positief. De eerste prioriteit is de administratieve werkdruk, en dat is de juiste keuze. Zorgverleners besteden volgens de tekst 30 tot 40 procent van hun tijd aan administratie; het kabinet wil dat terugbrengen tot 20 procent in 2030. Goed is ook de gezamenlijke inkoop tegen lock-in en het VWS-onderzoek naar publiek beschikbare AI-software voor medische taal.
Er zijn twee sporen: een vruchtbaar zorgklimaat en AI-toepassingen, te beginnen met spraakgestuurd rapporteren en capaciteitsplanning. Daarvoor kunnen zorgorganisaties AZWA-doorbraakmiddelen aanvragen, letterlijk “als stimulans (geen structurele financiering)”. Volgens ICT&health loopt de aanvraagperiode van 1 tot en met 31 januari 2027. In januari vragen organisaties dus geld voor een spraakassistent in de spreekkamer.
Waar komt het verslag van die spraakassistent terecht? In het EPD. Dit woord staat nergens in de negen pagina’s, noch het woord federatief.
Lees de vijf programmalijnen na (zie ook het bericht op ICT&health hiervoor): AI-readiness, randvoorwaarden, generieke AI-functionaliteiten, communicatie en educatie, landelijke ondersteuningsstructuur. Het zijn lijnen om organisaties voor te bereiden en bij te staan. Waar gegevens staan, waar modellen leren en wie ze toetst, komt in geen van de vijf aan bod. Het programma loopt tot 2030, hetzelfde jaar als het doel van 20 procent, en geen van de lijnen beschrijft hoe het epd, de registraties en de declaratie in 2030 op elkaar moeten aansluiten.
Drie keer vastgelegd
Zoals ik het waarneem, legt een ziekenhuis hetzelfde klinische feit drie keer vast. Eén keer in het EPD, voor de zorg. Eén keer in registraties voor kwaliteit en onderzoek, voor het leren. En een derde keer in de declaratie, voor de betaling. Met drie keer een eigen codering. De spraakassistent in de spreekkamer zet vrije tekst in het EPD en versnelt daarmee de eerste van die drie. De andere twee blijven zoals ze waren. Zo haalt u die 20 procent administratieve druk niet.
In een gerandomiseerde studie onder 238 poliklinische artsen uit 14 specialismen, in 2025 gepubliceerd in NEJM AI, verkortte de ene commerciële scribe de tijd aan het verslag met 9,5 procent en liet de andere geen effect zien dat statistisch standhield. Beide gaven minder werkdruk, al werden er af en toe klinisch relevante onjuistheden gemeld. Imke Bloemen, promovenda bij de Datahub van het Erasmus MC, zei het half augustus in dit blad: “Veel zorgverleners verwachten tijd te winnen, maar in de praktijk kost het controleren van AI-output ook tijd”.
Oerwoud met een kennisplein
In januari 2025 schreef ABDTopconsult, een adviesgroep van topambtenaren, in een rapport voor VWS dat Nederland bij digitale gegevensuitwisseling in de zorg “meer dan tien jaar achterloopt op andere landen, zoals België, Denemarken, Finland en Estland”. Het sprak van een “oerwoud van organisaties en overleggen” en adviseerde de taken onder te brengen in één publieke uitvoeringsorganisatie. Het programma voegt een kennisplein, een helpdesk en expertteams toe.
CumuluZ bouwt de landelijke laag voor gegevensbeschikbaarheid, het Landelijk Dekkend Netwerk. Nictiz beheert de standaarden, zoals de zorginformatiebouwstenen. Health-RI bouwt infrastructuur voor onderzoek met gegevens die op hun plek blijven. Geen van de drie staat in de rolverdeling, en de programmalijn generieke AI-functionaliteiten bestaat uit één regel: “Inventarisatie van generieke AI toepassingen voor zorgbrede inzet”.
Voor de (AI-)validatie bouwt het programma voort op RIGH:T, een consortium van onder meer ziekenhuizen, TU Delft en GGZ Noord-Holland-Noord. Bloemen zei daarover: “Er is geen one size fits all” en “Juist daarom moet je in de eigen praktijk testen en valideren.” De eerste versie van het raamwerk wordt in 2027 verwacht, de aanvraagronde sluit al op 31 januari 2027, en intussen dreigt elk ziekenhuis dezelfde spraakassistent opnieuw te toetsen, met eigen mensen en een kleine patiëntengroep.
We kunnen niet eerst een kathedraal bouwen, want de zorg wil volgend jaar resultaat. Daarom is de plaat nu nodig: de eerste aanvraagronde legt vast waar het verslag de komende jaren landt, en wie in fasen bouwt, heeft de tekening juist harder nodig dan wie alles tegelijk doet.
De afbeelding op de doos
Mijn voorstel om de bovengenoemde afbeelding op de doos te krijgen, heet ‘de lerende federatie’, een conceptmodel dat dit najaar bij collega’s ligt voor commentaar en dus geen bestaand beleid is. Neem de huisarts die op huisbezoek komt in plaats van dat de patiënt naar het ziekenhuis reist. Federatief werkt zo: gegevens blijven waar ze zijn, en vragen, rekencode en modellen reizen ernaartoe. Alleen uitkomsten gaan terug.
In de kern wordt elk klinisch feit één keer geregistreerd, gestructureerd en bij de bron, en uit die ene registratie volgen het dossier, de leerupdate en de declaratie. Het bouwplan heeft lagen. Bij elke zorgaanbieder staat een eigen datastation dat het dossier bewaart in open standaarden, los van de software waarmee je erin werkt.
Daarboven ligt een landelijke middenlaag die op het moment van zorg het dossier van een patiënt samenstelt zonder centrale kopie; dat bouwt CumuluZ. Dan volgt een lerende laag met een landelijk register van alle modellen en onafhankelijke federatieve validatie vóór gebruik. Op de werkplek is de spraakassistent één app die je kunt vervangen. Een betaallaag leidt de declaratie af uit de registratie, en één publieke uitvoeringsorganisatie met wettelijk mandaat houdt het geheel bij elkaar, zoals ABDTopconsult adviseerde.
Daar kunnen we in fasen naartoe. In 2027 komt er een standaard voor het datastation, met de eis dat de spraakassistent schrijft in zorginformatiebouwstenen: de Nederlandse standaard voor gestructureerde zorggegevens, met vaste velden voor bijvoorbeeld een diagnose. In 2028 volgen het landelijke modelregister en de eerste federatieve validaties.
In 2029 sluiten we aan op de Europese gezondheidsdataruimte (EHDS), waarvan de eerste verplichtingen vanaf 26 maart gelden voor prioritaire gegevens zoals patiëntsamenvattingen en recepten. Elk EPD-contract dat vanaf dan afloopt wordt opnieuw aanbesteed als datastation plus losse apps. Het pad kan na elke fase stoppen met iets bruikbaars in handen, en het EPD/ECD/HIS et cetera wordt contract voor contract vervangen.
Wat voor januari moet gebeuren
De tijd die een arts in de spreekkamer wint, mag na het spreekuur niet verdwijnen in registraties en declaraties. VWS kan dat vóór de aanvraagronde van januari 2027 regelen: zet de architectuur als stip op de horizon in het programmaplan; koppel de doorbraakmiddelen aan schrijven in zorginformatiebouwstenen en aan landelijke federatieve validatie; zet CumuluZ, Nictiz en Health-RI in de rolverdeling. Komt er publiek beschikbare AI-software voor medische taal, train en toets haar dan federatief.
Het Informatieberaad kan bij zijn volgende advies vragen naar de bouwtekening achter het programma. CMIO’s en bestuurders die in januari aanvragen, kunnen in hun eigen uitvraag al eisen dat de spraakassistent in de spreekkamer schrijft in zorginformatiebouwstenen en dat de gegevens van hen blijven.
Het spreekuur in 2031
Stel, als toekomstvisie: een vrouw van 38 met vijftien hoofdpijndagen per maand zit in 2031 bij de huisarts. Haar dossier wordt samengesteld uit de gegevens van huisarts en apotheek. Thuis vulde ze vooraf een gestructureerde hoofdpijnvragenlijst in. Een landelijk getraind model geeft de huisarts een inschatting van de kans op chronische migraine en van de behandeling waarop ze het best zou reageren, met de onzekerheid erbij en de groep waarop het is getest.
De spraakassistent schrijft het consult in vaste velden, de huisarts controleert en ondertekent, en dezelfde registratie is meteen de declaratie en leert het volgende model iets. De dokter schreef één keer. Het voorbeeld komt uit de migrainezorg omdat dat onderdeel van mijn specialisme is.
In juni schreef ik in een blog dat federatief leren geen onderzoeksparadigma meer is: “Een module wordt geïmplementeerd: een werkende laag wordt het substraat waarop andere processen draaien.” Het programma Realisatie AI in de zorg behandelt de spraakassistent nog als module. Ik denk dat de 20 procent administratieve druk in 2030 zonder gedeelde registratie niet te halen is.
De huisarts in die spreekkamer kijkt de vrouw ondertussen aan terwijl ze vertelt, leest na afloop het verslag na en tekent het, en roept dan de volgende patiënt binnen.
Referenties
Samenvatting Programma Realisatie AI in de zorg (VWS, 30 september 2026): programmalijnen, 30-40 en 20 procent, doorbraakmiddelen, rolverdeling, inkoop.
Gerandomiseerde studie naar AI-scribes: Lukac e.a., Ambient AI Scribes in Clinical Practice: A Randomized Trial, NEJM AI 2025.
Citaten van Imke Bloemen en het RIGH:T-raamwerk in 2027 (ICT&health, 17 augustus 2026).
ABDTopconsult, Eindrapport Vernieuwing besturing gegevensuitwisseling in de zorg (januari 2025).
Europese verordening over de gezondheidsdataruimte (EHDS), Verordening (EU) 2025/327; de datum van 26 maart 2029 staat in artikel 10.
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.