Honderdduizenden Nederlanders leven met hartfalen en het aantal patiënten dat hieraan lijdt, blijft stijgen. Een snelle en juiste medicijnbehandeling is daarbij cruciaal, maar in de praktijk duurt het instellen van de therapie vaak langer dan wenselijk. Dat blijkt uit een interview van ‘Zorg bij jou’ met verpleegkundig specialisten Kim van Zutphen (CWZ), Cindy Verstappen (Catharina Ziekenhuis) en Merel Scholten (OLVG). Volgens hen kan hybride zorg, een combinatie van ziekenhuisbehandeling en thuismonitoring, een belangrijke doorbraak bieden.
De drie zorgprofessionals, die ook deel uitmaken van het hartfalen-kernteam van Zorg bij jou, werken samen met collega’s uit de Santeon-ziekenhuizen aan een nieuw hybride zorgpad. Daarmee moet de behandeling sneller, beter afgestemd en toegankelijker worden voor een groeiende groep hartfalenpatiënten.
Juiste balans en dosering
Bij de medicamenteuze behandeling van hartfalen draait het om het zorgvuldig opbouwen van de juiste doseringen. Zorgverleners verhogen de medicatie stap voor stap, zodat ze patiënten nauwlettend kunnen volgen en tijdig kunnen ingrijpen bij bijwerkingen of veranderingen in de conditie. Dit proces, ook wel optitratie genoemd, kan weken tot maanden duren. Volgens Scholten gebeurt dit omdat “patiënten langer leven en een betere kwaliteit van leven hebben als ze medicatie in de optimale dosering nemen.”
In de praktijk blijkt optitratie vaak complex. Factoren zoals nierfunctie, medicijnbeschikbaarheid en de inzet van patiënten zelf kunnen het proces vertragen, zeker bij oudere patiënten. Ook personeelstekorten spelen een rol. Thuismonitoring biedt daarom een uitkomst, omdat zorgverleners sneller kunnen schakelen en afwijkingen eerder worden opgemerkt.
Steeds meer ziekenhuizen zetten thuismonitoring in bij hartfalen. Daarmee kunnen patiënten laagdrempeliger en op afstand worden gevolgd. Binnen de 7 Santeon ziekenhuizen maken inmiddels ruim 3.600 patiënten ervan gebruik bij hartfalen. Via een app voeren ze thuis dagelijks metingen in, zoals hun bloeddruk, hartslag en gewicht. Daarnaast vullen ze wekelijks een vragenlijst in over hun klachten, zoals kortademigheid. Het medisch servicecentrum (MSC) houdt de metingen scherp in de gaten. Zodra waarden afwijken, gaat er een signaal naar de monitoringsverpleegkundigen. Zij nemen praktische taken over van de verpleegkundig specialisten.
Medisch Service Centrum
Dankzij het MSC worden patiënten regelmatiger gevolgd en kunnen ze sneller stappen zetten in het aanpassen van de medicatie. Scholten geeft aan dat het ondanks de personeelskrapte nu lukt om wekelijks of op zijn minst elke twee weken contact met de patiënt te hebben en een stap in de optitratie te zetten. Volgens haar helpt dat om sneller resultaat te boeken dan de 3 tot 6 maanden die er eerder vaak voor nodig waren.
Harde cijfers ontbreken nog, maar lopend onderzoek moet in de komende jaren uitwijzen of de eerste positieve ervaringen zich vertalen in aantoonbare tijdwinst en betere uitkomsten voor de patiënt. Collega van het Catharina Ziekenhuis, Verstappen, vult aan dat het een jaar of 5 geleden soms wel 16 tot 20 weken duurde voordat een patiënt goed was ingesteld qua medicatie. De laatste jaren was volgens haar al teruggebracht naar 10 tot 12 weken. “Maar dat is nog steeds te lang als je weet hoeveel gezondheidswinst er te behalen valt bij een snellere optitratie. We zien nu dat we dankzij thuismonitoring nóg sneller kunnen optitreren.”
Niet voor iedereen
CWZ-collega Van Zutphen laat weten dat patiënten voornamelijk positief zijn over thuismonitoring: “Patiënten voelen zich veilig, vinden het prettig dat er op de achtergrond iemand meekijkt. Ze vinden het heel fijn dat er snel een reactie is als er iets niet klopt. Sommige patiënten hebben inmiddels echt een band opgebouwd met de betreffende medewerkers.”
Toch denkt Van Zutphen dat niet iedereen geschikt is voor thuismonitoring. Ze vertelt dat daarom binnen het kernteam eerst wordt onderzocht voor welke patiëntengroepen hybride zorg het meest geschikt is en hoe lang patiënten baat hebben bij het gebruik van een app. De geïnterviewden benadrukken verder dat wetenschappelijk onderzoek nog moet uitwijzen of de eerste praktijkervaringen zich vertalen in meetbare gezondheids- en tijdswinst.
Sensortechnologie
Cardiologen van het Albert Schweitzer ziekenhuis volgen hartfalenpatiënten op afstand met CardioMEMS. Het is een sensortechnologie waarbij een klein staafje in de longslagader continu veranderingen in de hartdruk registreert. Patiënten lezen de sensor dagelijks thuis uit via een speciaal kussen, waarna de gegevens automatisch naar het ziekenhuis gaan. Volgens cardioloog Marco van Gent voorkomt deze werkwijze ziekenhuisopnames. Het hartfalenteam beoordeelt de metingen en kan bij afwijkingen direct ingrijpen, vaak al met een eenvoudige medicatieaanpassing, zonder dat de patiënt naar het ziekenhuis hoeft te komen. In 2021 deed het UMC Utrecht al een grootschalig onderzoek naar het effect daarvan op de behandeling van hartfalen.