Ouderen met het laagste zorgprofiel voor een verpleeghuis, VV4, verhuizen steeds minder vaak naar een verpleeghuis. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van Zorginstituut Nederland over 2025. Vorig jaar maakte 5 procent van deze groep de overstap. In 2024 was dat nog 8 procent en in 2019 was 23 procent. De daling past bij de wens van veel ouderen om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen.
Ook sluit deze aan bij het overheidsbeleid, dat erop is gericht de meest kwetsbare ouderen sneller toegang te geven tot een plek in het verpleeghuis. Een VV4-zorgprofiel geeft recht op intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Sinds begin 2024 geldt voor deze groep het principe ‘zorg thuis, tenzij’. Opname in een verpleeghuis is daarmee pas aan de orde als thuis wonen niet langer veilig of haalbaar is. Omdat sommige verpleeghuizen nog zijn ingericht op ouderen met een VV4-zorgprofiel, kunnen kamers vaker leeg blijven staan.
Ook de verblijfsduur in verpleeghuizen neemt af. Uit de Monitor Verblijfsduur van Zorginstituut Nederland blijkt dat het aandeel bewoners dat langer dan 48 maanden in een verpleeghuis verblijft, daalde van 24% in 2019 naar 18% in 2025. Het aandeel bewoners met een verblijf korter dan drie maanden steeg in dezelfde periode van 17% naar 22%. Ouderen komen steeds vaker pas in een verpleeghuis terecht wanneer hun zorgbehoefte zeer groot is.
Instroom blijft achter bij uitstroom
In 2025 verlieten ongeveer 3.000 mensen meer de verpleeghuizen dan er nieuwe bewoners bijkwamen. De uitstroom door overlijden of vertrek lag daarmee hoger dan de instroom. Volgens Zorginstituut Nederland weerspiegelen deze cijfers de veranderingen in de ouderenzorg, waarin langer zelfstandig wonen en passende zorg thuis steeds belangrijker worden.
Binnen het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) werken zorgprofessionals, ouderenorganisaties, zorgverzekeraars en de overheid aan passende zorg en ondersteuning in de eigen leefomgeving. De afname van het aantal ouderen met een VV4-zorgprofiel in verpleeghuizen vraagt om aanpassingen in zowel het zorgaanbod als de beschikbare woonvormen.
Trajectzorg
Om ouderen met complexe zorgvragen langer thuis te laten wonen, wordt trajectzorg ingezet. Hierbij werken huisartsen intensief samen met specialisten ouderengeneeskunde om passende zorg te bieden en de kwaliteit van leven zo lang mogelijk te behouden. Sinds begin 2025 wordt trajectzorg vergoed vanuit het basispakket van de zorgverzekering. De zorgvorm is echter nog niet overal beschikbaar.
Passende woonzorg voor kwetsbare ouderen
Verpleeghuizen zullen zich naar verwachting steeds meer richten op kwetsbare ouderen met een intensieve zorgbehoefte. Om zorgprofessionals te ondersteunen bij de afweging of opname de meest passende oplossing is, ontwikkelde Zorginstituut Nederland in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) een afwegingskader.
Daarnaast wijst het Zorginstituut op het belang van een sterkere leefomgeving en de ontwikkeling van passende woonzorgvormen. Het nieuwe kabinet wil hierin meer investeren. Volgens Karin Timm, bestuurslid van Zorginstituut Nederland, is het belangrijk om tijdig in te spelen op veranderende zorgbehoeften, zodat ouderen zo veel mogelijk de regie over hun eigen leven kunnen behouden.
Zwaardere zorgbehoefte
De verschuiving naar langer zelfstandig wonen vraagt om een andere inrichting van de ouderenzorg. Uit eerder onderzoek van het RIVM blijkt dat ouderen steeds later naar een zorginstelling verhuizen en daar vaker met een zwaardere zorgbehoefte binnenkomen. Ook de gevolgen voor de bezetting van verpleeghuizen en de organisatie van zorg komen daarin aan bod.
Referenties
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.