Programma

Blog
Artikel delen

Waarom is bekostiging e-health zo complex? Het kan veel simpeler…

Opeens had ik het antwoord! Het viel zo in mijn gedachten. Ik zat in een ‘verhoor’ van de Commissie Volksgezondheid van de Tweede Kamer. De Kamerleden vroegen mij waarom “slimme zorg” zo traag tot schaal komt. Hoe ga je daar nu snel en simpel op antwoorden?

Tags

Gast auteur

  • Daan Dohmen, Founder & CEO Luscii

Deel dit artikel

In het debat was de algemene teneur dat de bekostiging van e-health complex is. Het maken van afspraken tussen ziekenhuizen en verzekeraars over e-health duurt lang en is erg afhankelijk van individuen. Dat kan ik onderschrijven.

Wettelijk gezien staat er niets in de weg en dat laten prachtige voorbeelden ook zien: Zilveren Kruis en Isala die 10 procent van de zorg naar huis verplaatsen. Menzis met Sensire en Slingeland met integrale bekostiging. Of CZ en Zuyderland waarmee we een diepgaande analyse doen. Maar dit is slechts het topje van de ijsberg.

Angst

De werkelijke situatie is een schrikbeeld voor veel ondernemers: je draait een succesvolle proef (ik vermijd het woord pilot liever) en wilt dan de dienst invoeren voor alle patiënten die in aanmerking komen. En dan begint het ‘wachten’. Een business case rondkrijgen duurt soms wel tientallen weken. En in de tussentijd ligt een project ‘stil’ in afwachting tot de definitieve afspraak tussen verzekeraar en ziekenhuis. Dat moet toch simpeler kunnen?

Wat is het probleem?

In discussies hoor je vaak dat het probleem bij dokters of ziekenhuizen zit. Zij zouden niet willen krimpen. Ik ben het daar niet mee eens. Tuurlijk speelt dit een rol maar de werkelijke discussie gaat niet over omzet maar over kosten van e-health. Wie gaat die betalen?

Wat ik in de praktijk zie, is dat iedereen naar elkaar wijst. Verzekeraars willen liever niet betalen want dan wordt de zorg alleen maar duurder. Ziekenhuizen leveren liever geen omzet in want waarom zouden ze. En leveranciers komen niet tot schaalgrootte waardoor ze te duur zijn.

Van groot naar klein

Deze situatie helpt in feite niemand. Er volgen ellenlange discussies en pilots vallen in de tussentijd stil. Onder druk van de vraag van de Tweede Kamerleden, deed ik iets wat ik meestal probeer te doen: het ‘grote probleem’ klein maken door het in onderdelen op te knippen.

Deze onderdelen zijn:

  1. Kosten van de zorg zelf: als een ziekenhuis gaat thuismeten dan kost dat tijd. Patiënten krijgen voorlichting. Dokters moeten reageren op alarmen van apps. Verpleegkundigen voeren videogesprekken met patiënten. Deze zorgtijd kost tijd en een ziekenhuis dus geld.
  2. Kosten van e-health software: patiënten krijgen apps. Een thuismeetsysteem moet in het EPD worden geintegreerd. En dokters of verpleegkundigen gebruiken slimme algorithmen die vaststellen wanneer er bij een patiënt een risico is. Een bedrijf stuurt daar een rekening voor.
  3. Kosten van meetapparatuur: om thuis te kunnen meten is apparatuur nodig. Een medisch gecertificeerde bloeddrukmeter. Een ECG-recorder. Apparatuur die patiënten vaak zelf niet hebben en op huurbasis beschikbaar wordt gesteld. Inclusief alle logistiek daaromheen zoals installatie, uitleg en retouren.

Wie betaalt wat?

Als je deze drie onderdelen bekijkt, dan gaan onderdeel 1 en 2 in mijn ogen helemaal goed. De verzekeraar onderhandelt met het ziekenhuis over de zorgtijd en vergoedingen. Er zijn DOT’s die het mogelijk maken videocontact en telemonitoring te registreren. Niets aan doen.

Ook de e-health software is volgens mij het probleem niet. Als leveranciers deze kosten reëel houden, dan is dit een gesprek tussen ziekenhuis en leverancier. Net zo min als de maatschappij of een verzekeraar een telefooncentrale betaalt, is ook e-health software in mijn ogen een investering van het ziekenhuis in zijn zorginfrastructuur. Vroeger kocht je bricks (stenen), nu koop je clicks (software). Door die slim in te zetten, kan je deze uit je bedrijfsvoering terug verdienen.

In de laatste groep – de meetapparatuur – zit het wezenlijke probleem. Hier is geen betaaltitel voor. Dat betekent dat de dokter of het ziekenhuis dus voor elke patiënt die op thuismeten wordt gezet, zelf de apparatuur moet betalen… waarom zouden ze dat doen?

Simpel voorbeeld: diabetes

Mensen met diabetes hebben hulpmiddelen nodig, zoals een glucosemeter. Hoeveel mensen zouden een glucosemeter thuis hebben als de dokter die zelf zou moeten betalen? Ik denk heel weinig. Daarom hebben we dat anders opgelost. Glucosemeters worden op indicatie van een arts door een verzekeraar vergoed. Niet onbeperkt, maar volgens bepaalde regels.

In mijn ogen zou dit principe bij e-health ook moeten gelden. Als een patiënt met hartfalen telebegeleiding krijgt, is er een gecertificeerde bloeddrukmeter en weegschaal nodig. Zoals het nu geregeld is, moet het ziekenhuis die zelf betalen.

Zelf betalen of vergoeden

Deze manier – zoals het nu gaat – zorgt voor een rem op de opschaling van e-health. Ik merk dat zelf elke dag bij gesprekken. Het is niet dat mensen deze kosten niet willen betalen, maar niemand heeft er simpelweg aan gedacht. En als je grote aantallen patiënten hebt, gaat dit in de papieren lopen. Laat staan bij meer geavanceerde apparatuur, zoals een ECG-monitor bij ritmestoornissen.

Een optie is dat patiënten deze apparatuur zelf betalen. Dit is een politieke afweging. Ik denk dat een bepaalde patiëntengroep dat best kan, maar er is ook een groep mensen die dit niet kan en dan buitengesloten wordt.

De in mijn ogen meest voor de hand liggende oplossing is daarom de Hulpmiddelenwet hiervoor te gebruiken. Deze wet is er al vanaf 1970. Het is een bekend concept bij alle verzekeraars en zorgverleners. Een arts of verpleegkundige indiceert op basis van criteria wanneer een patiënt in aanmerking komt voor thuismeetapparatuur. Vervolgens kan de patiënt deze bij een door de verzekeraar goedgekeurde instantie aanschaffen/huren wat uit zijn of haar verzekering wordt gedekt. Net als bij diabetes.

Wat als we dit zo gaan doen?

Als we dit zo gaan doen, wordt de grootschalige inzet van e-health in mijn ogen echt een stuk makkelijker. Zou de minister of NZa deze uitdaging kennen en de juiste richting in kunnen helpen? Of gaat het vanzelf gebeuren door de grote verzekeraars?

Wie het antwoord weet, mag het zeggen. Ik weet in elk geval dat we met deze stap de maatschappelijke investering ruimschoots terugverdienen. Alleen al door het enorme aantal gesprekken dat dan niet meer nodig is. En de patiënt is de grote winnaar, want die krijgt de juiste zorg op de juiste plek!

Waar wachten we nog op?

Tags

Gast auteur

  • Daan Dohmen, Founder & CEO Luscii

Deel dit artikel

Mis niks en ontvang de spannendste ontwikkelingen