Deze week worden Nederlandse scholieren gebeld met een heugelijk óf vervelende mededeling. Spanning alom. Maar ook aan de beleidstafels in Nederland is het spannend geweest; de uitkomst is een pot met doorbraakmiddelen ter waarde van 800 miljoen euro. Een van de doelen voor deze doorbraakmiddelen? Opschaling van digitale zorgpaden in de MSZ. Denk aan telemonitoring voor COPD, hartfalen, IBD en hyptertensie. Bij de term ‘doorbraak’ in combinatie met deze zorgpaden bekruipt ons een ongemakkelijk gevoel. Hoezo ‘doorbraak/? Wat dachten we van achterblijversbonus?
Laten we helder zijn: het gaat hier niet over sciencefiction-moonshoots of experimentele behandelingen; we hebben het over telemonitoring voor chronische patiënten met bekende ziektebeelden. Een zorgvorm waarvan nut, effectiviteit en patiënttevredenheid al jaren worden bewezen. En daarom een zorgvorm waarvan ieder zichzelf respecterend ziekenhuis al lang had moeten zeggen: “deze basishygiëne in onze zorgverlening hebben wij op orde – bij ons wordt je op afstand gemonitord als de omstandigheden dat toelaten”.
De omgekeerde wereld
Het wrange aan deze miljoenenregeling is de prikkel die ervan uitgaat. De koplopers in de zorg – aanbieders die jaren geleden al hun nek uitstaken, budgetten vrijmaakten en met veel enthousiasme digitale zorgpaden implementeerden – vissen nu achter het net. Ook zij kregen in veel gevallen wel steun in de vorm van transformatiemiddelen, maar betaalden daarentegen ook bijzonder veel leergeld omdat ze daadwerkelijk een doorbraak forceerden in de manier waarop we in Nederland zorg leveren.
De ziekenhuizen die destijds alles bij het oud hielden, klaagden dat het te druk was, of wachtten tot de storm overwaaide? Die worden nu beloond. Wie niet leerde voor zijn examens en vergat huiswerk te maken, krijgt nu een herexamen inclusief catering aangeboden.
Doorbraak of inhaalslag?
Natuurlijk is het winst voor de patiënt als deze digitale zorgpaden straks overal beschikbaar zijn. Natuurlijk moeten we als Nederland zorgen dat dit de standaard wordt. Tegelijkertijd roept de regeling een bredere vraag op. Wanneer houdt een innovatie op een innovatie te zijn en wordt zij onderdeel van reguliere zorg?
Voor aandoeningen als COPD, hartfalen, IBD en hypertensie wordt telemonitoring al jarenlang toegepast. De effecten zijn onderzocht, de technologie is beschikbaar en veel zorgorganisaties hebben inmiddels ervaring opgedaan met implementatie. Dat maakt de discussie over de nieuwe doorbraakmiddelen interessant. Gaat het hier om het mogelijk maken van nieuwe vormen van zorg, of om het versnellen van de invoering van toepassingen die hun waarde al hebben bewezen?
De uitdaging voor de komende jaren ligt waarschijnlijk niet alleen in het beschikbaar stellen van extra middelen, maar vooral in het voorkomen dat bewezen innovaties jarenlang afhankelijk blijven van tijdelijke stimuleringsprogramma’s voordat zij uitgroeien tot de nieuwe standaard in de zorg.