Op zoek naar een TEST-vriendelijke regio
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
Vrijwel iedere regio in de ontwikkelde wereld profileert zich tegenwoordig als ‘startup friendly’. Maar opvallend genoeg is er nauwelijks een regio die zich expliciet positioneert als testvriendelijke omgeving. Een regio die tegen innovatieve bedrijven zegt: kom hierheen om uw product, technologie of hypothese veilig en gecontroleerd te testen en te valideren.
Volgens Bart Collet ligt juist daar een enorme kans. Niet alleen voor startups, maar ook voor overheden, zorgorganisaties en kennisinstellingen die innovatie daadwerkelijk willen versnellen. Een echte testregio biedt namelijk veel meer dan alleen kantoorruimte of subsidies. Het gaat om een ecosysteem waarin regelgeving, data, praktijkomgevingen, certificering, expertise en directe toegang tot zorgorganisaties samenkomen.
Toen Collet jaren geleden de vraag stelde waar zo’n regio eigenlijk bestond, bleek niemand daar een duidelijk antwoord op te hebben. Sommige regio’s boden wel onderdelen van het gewenste model, maar nergens kwam het volledige plaatje samen. Dubai werd genoemd als mogelijke uitzondering, al lag daar de nadruk volgens hem vooral op intensieve kennisuitwisseling.
Volgens Collet zijn juist open en pluralistische regio’s beter in staat om innovatie te stimuleren. Regio’s die internationaal talent aantrekken en verschillende perspectieven combineren, creëren vaak de meest vernieuwende ideeën en oplossingen.
Een regio die actief ruimte maakt voor experimenten en validatie kan volgens Collet op meerdere fronten impact maken:
• Innovaties sneller laten falen én verbeteren • Meer kennisuitwisseling stimuleren • De kwaliteit van zorg en gezondheid verbeteren • Nieuwe economische activiteit creëren
Maar een testomgeving alleen is niet voldoende, benadrukt hij. Om startups echt succesvol te laten doorgroeien, moet zo’n regio verbonden zijn aan een sterk consortium van bedrijven en organisaties die kunnen helpen bij verdere ontwikkeling, financiering en internationale opschaling.
Hoewel Collet het idee van een ‘testregio’ of ‘overheid als deeltjesversneller’ jarenlang onder de aandacht bracht bij beleidsmakers, kwam daar volgens hem pas vanaf 2016 serieuze belangstelling voor.
Om duidelijk te maken welke innovaties baat kunnen hebben bij een dergelijke omgeving, verwijst Collet naar een reeks technologische ontwikkelingen die destijds in opkomst waren.
Zo noemt hij vOICe-technologie, waarmee live camerabeelden worden omgezet in geluid zodat blinden via audio ruimtelijke informatie kunnen interpreteren. Het open karakter van het platform maakte het volgens hem extra interessant voor verdere experimenten en doorontwikkeling.
Ook virtual reality zag hij als een veelbelovende toepassing binnen de zorg. Een Nederlandse startup ontwikkelde destijds een VR-ervaring waarbij gebruikers met dolfijnen konden zwemmen, geïnspireerd op de effecten van dolfijnondersteunde therapie, maar zonder echte dieren te gebruiken.
Daarnaast wees Collet op nieuwe vormen van continue gezondheidsmonitoring. Onderzoek naar ECG-metingen via slimme oordopjes liet zien dat hartritmes ongemerkt en langdurig konden worden gevolgd. Volgens hem opende dat de deur naar nieuwe vormen van preventie en monitoring via draagbare technologie.
Ook blockchain kreeg aandacht in het artikel. Collet zag destijds potentie voor toepassingen rond registratie, toegangsbeheer en gegevensuitwisseling in de zorg. Tegelijkertijd stelde hij kritische vragen over energieverbruik en schaalbaarheid. Daarom wees hij op de opkomst van Hashgraph, een alternatief distributed ledger-systeem dat volgens hem efficiënter en duurzamer werkte dan traditionele blockchaintechnologieën zoals Bitcoin en Ethereum.
Verder beschreef hij innovaties rond mobiliteit en ouderenzorg. Zo werkte het Canadese bedrijf X-Matik aan systemen waarmee oudere auto’s gedeeltelijk zelfrijdende functionaliteiten konden krijgen. Een ontwikkeling die vooral relevant werd geacht voor ouderen en mensen met degeneratieve aandoeningen.
Ook voorspellende monitoring kreeg aandacht. Het CarePredict-platform gebruikte draagbare sensoren en datapatronen om veranderingen in gedrag van ouderen vroegtijdig te signaleren. Niet om diagnoses te stellen, maar om zorgverleners eerder inzicht te geven in mogelijke achteruitgang of depressieve signalen.
Tot slot noemt Collet een innovatieve huidkankerdetector van studenten van McMaster University. Door temperatuurveranderingen in de huid te meten met thermistoren, kon het systeem mogelijke melanomen visualiseren via een warmtekaart. Een voorbeeld van hoe relatief eenvoudige technologie diagnostiek toegankelijker kan maken.
Terugkijkend blijkt de centrale vraag uit 2017 nog altijd relevant: welke regio durft zich echt te positioneren als veilige en toegankelijke testomgeving voor zorginnovatie?
Veel van de technologieën die toen nog experimenteel waren, zoals AI-monitoring, wearables, VR-toepassingen en datagedreven zorg, zijn inmiddels onderdeel geworden van de bredere zorgtransformatie. Tegelijkertijd blijft de behoefte aan praktijkgerichte testomgevingen groot. Want innovatie ontstaat niet alleen door technologie te ontwikkelen, maar vooral door ruimte te creëren om die technologie veilig, snel en verantwoord in de praktijk te brengen.