‘Minder ideologie en meer doen maakt zorg toekomstbestendig’
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
De Nederlandse zorg staat onder druk: personeelstekorten lopen op, systemen sluiten slecht op elkaar aan en professionals voelen de bureaucratie dagelijks in hun werk. Wie hier met Edith Schippers over praat, merkt al snel dat achter haar weloverwogen woorden een heldere overtuiging schuilgaat: het systeem knarst, maar de oplossing ligt voor onze neus. Want terwijl wachtlijsten groeien en zorgverleners naar adem happen, ziet de CEO van Mosadex (een coöperatie voor en door zelfstandige openbare apothekers) in de praktijk juist een golf van vernieuwing ontstaan. Deze golf wordt gedragen door apothekers, huisartsen en digitale pioniers die al lang zijn gestopt met wachten op beleid. In deze coverstory rekent Schippers genadeloos af met de blinde vlekken van het huidige stelsel en vertelt ze bevlogen hoe volgens haar de zorg lef nodig heeft om toekomstbestendig te kunnen worden onder het motto: minder ideologie, meer doen.
“Als je met name naar de farmacie kijkt, waren apothekers voorheen een behoorlijk goedverdienende beroepsgroep. Betaald uit premiegelden, kon dat best een tandje minder. Twintig jaar stapeling van preferentiebeleid, prijsarrangementen, clawback1 en ander beleid, leidt ertoe dat momenteel de bekostiging vastloopt en toe is aan vernieuwing. In tegenstelling tot het heersende beeld is inmiddels wat door apothekers op medicatie verdiend kan worden vrijwel verdampt. Sterker nog, de apotheker moet tegen een vaste eindprijs afleveren. We zien dat door stapeling van beleid door de overheid, de zorgverzekeraar en prijsverhogingen door de fabrikant, de apotheker dat soms met verlies moet doen. Dat is een onhoudbare situatie.”
“We moeten echt de bekostiging opschonen, vereenvoudigen en logisch maken. We hebben nu naast de noodzaak van kostenbeheersing in de zorg ook te maken met het gebrek aan voldoende arbeidskrachten. Zeker nu onderzoek heeft aangetoond dat het beroep van apothekersassistent een van de meest stressvolle beroepen is. We zien in de zorg dat er overal wachttijden en wachtlijsten ontstaan zijn. Er zijn te weinig huisartsen en ziekenhuizen beschikken soms zelfs over te weinig personeel om de productieplafonds te kunnen halen. Toen ik minister was, zagen we de problemen op de arbeidsmarkt al wel aankomen en hebben we ook diverse maatregelen doorgevoerd en voorgesteld. Bijvoorbeeld het automatiseren van administratieve en bepaalde zorgtaken, het op elkaar aansluiten van IT-systemen en het landelijk doorvoeren van succesvolle innovaties. Maar in Nederland moet het meestal eerst heel hard regenen voordat het dak wordt gerepareerd. Er is wel het één en ander in gang gezet, maar te weinig naar mijn mening. Samen met technologische veranderingen hebben we te maken met een mix die niet alleen bedreigingen oplevert, maar gelukkig ook kansen. Inzetten op technologische ontwikkelingen die het bestaande personeel werk uit handen kan nemen, is daarmee van cruciaal belang geworden. Dat betekent onder meer gericht innoveren, inzetten op automatisering, en zorgen dat systemen op elkaar zijn afgestemd zodat er meer zorgcapaciteit ontstaat.”
“In de praktijk is de eerste lijn absoluut de plek waar de meeste zorg per euro wordt geleverd. De eerste lijn is echter heel erg versnipperd, en we zouden hier veel winst kunnen behalen met het beter inzetten van automatisering, zodat we zorg leveren die is afgestemd op elkaar. Er moet meer naar elkaar gekeken worden als ‘medebehandelaar’ in de zin van: samenwerkend aan hetzelfde doel, namelijk het leveren van zorg aan de patiënt. De huisarts is in dat licht geen andere diersoort dan een apotheker, want beiden zijn behandelaars, waarbij de apotheker verantwoordelijk is voor het farmaceutische deel van de zorg.”
“Naast de eerste lijn is ook de preventie een belangrijk onderdeel van de zorg waar de euro veel op kan leveren. In Nederland is bijvoorbeeld een groep mensen verslaafd aan slaappillen. Hoewel de effectiviteit van slaappillen na een week of zes afneemt, slikken veel mensen ze langdurig. Dat geldt ook voor het langdurig slikken van pijnstillers. Via de apotheek kunnen mensen hier door middel van intensieve begeleiding vanaf worden geholpen. Daarmee neemt de kwaliteit van leven van deze mensen enorm toe en je ziet ze vervolgens ook veel minder terug in de tweede lijn.”
“Hoewel er in de praktijk al veel meer wordt samengewerkt, denken we nog steeds te veel in eilandjes. Dat die samenwerking grootschaliger wordt, is cruciaal. In de praktijk zie ik gelukkig al heel veel mooie dingen gebeuren, onder andere in de gezondheidscentra, waar huisarts en apotheker met succes samenwerken. En in de praktijk vind je enorm veel positieve energie, want juist daar zien zorgverleners wat ze beter kunnen doen voor de patiënt. We moeten zorgen dat al die positieve druppels golven worden door de zaken meer integraal aan te pakken. Dat kan, als we barrières wegnemen die dit proces verstoren, zoals een eigen risico op de zorgprestaties van apothekers. Zorg dat apothekers hun zesjarig opleiding optimaal kunnen inzetten voor de zorg aan de patiënt, bijvoorbeeld door ze de mogelijkheid te geven zonder tussenkomst van een huisarts een lab-analyse te laten aanvragen. Of zorg dat de barrière van de niet op elkaar afgestemde IT- systemen verdwijnt.”
“Ook als minister had ik al de overtuiging dat er in de praktijk veel moois gebeurde. Ik heb veel ruimte gegeven voor pilots. In de praktijk bleek overigens dat de wet al heel veel ruimte biedt. Jammer is alleen dat heel succesvolle pilots toch onder in de la verdwenen onder het motto: ‘not invented here’. Ook heb ik destijds de interventieteams bedacht, die door het land gingen om daar waar zaken vastliepen, praktisch te helpen dit weer los te trekken. Ik pleit dus echt voor een pragmatische insteek, en niet voor enorme ideologische discussies over de gezondheidszorg. We moeten focussen op het toekomstbestendig maken van de zorg, en daarbij moeten we een beetje lef tonen en doen. Niet elkaar gevangenhouden in discussies maar praktische afspraken maken.”
“Mensen zijn gewoontedieren, ze doen wat ze gewend zijn om te doen. Verandering realiseren in het werkgedrag van mensen is heel moeilijk, maar het kan wel! Zeker als je professionals vraagt wat er beter zou kunnen. Dus laten we dat vooral mogelijk maken en kijken hoe we het voor mensen makkelijker kunnen maken om te veranderen. Dat kan bijvoorbeeld door het financieel haalbaar of zelfs interessant te maken voor alle partijen. Als een apotheker een kwetsbare patiënt moet motiveren om bijvoorbeeld te stoppen met slaap- of pijnmedicatie, en die patiënt moet daar ook nog zelf voor betalen omdat dit binnen het eigen risico valt, dan is gedragsverandering bijzonder lastig te bewerkstelligen. Dat geldt ook voor de apotheker zelf. Als die extra inspanningen moet gaan leveren die meer tijd van hem vragen, maar hij wordt daar vervolgens niet voor gecompenseerd, dan zal hij daar minder toe gemotiveerd zijn. Zo geldt dat voor alles, ook voor het verbeteren en vergroten van de samenwerking. Als je dat voor elkaar wilt krijgen, moet er aan verschillende knoppen tegelijkertijd worden gedraaid. Maar het kan zeker.”
“Dat vraagt in ieder geval om een gedegen samenwerking tussen ontwikkelaars, gebruikers en professionals, zodat vraag en aanbod optimaal kunnen worden afgestemd. Maar de grootste ergernis van de professionals in het zorgveld is dat systemen nog steeds niet met elkaar kunnen communiceren. We moeten er echt prioriteit aan geven om dat probleem op te lossen. Om de professional te ondersteunen en het tekort aan arbeidskrachten op te kunnen vangen, werken we behalve met technologie bovendien steeds meer met AI-toepassingen. Dit doen we overigens al langere tijd op het gebied van medicatierollen. De medicatie is per innamemoment verpakt in één zakje, wat essentieel is om overzicht te bewaren en therapietrouw te verhogen. Het is een zeer nauwkeurig proces om alle rollen op maat samen te stellen. Automatisering speelt hierbij een rol, maar we maken ook gebruik van AI om te kijken of wat er in de rol zit juist is en samen gebruikt mag worden. Ook zetten we AI steeds meer als ondersteuning in de apotheek zelf in, bijvoorbeeld als gespreksassistent van de apotheker tijdens een consult.”
“Dat kan ik heel goed benoemen dankzij de service-apotheek-app, die wordt gebruikt door 700.000 patiënten en/of hun mantelzorgers. Meer dan 250.000 van deze patiënten gebruiken via deze app ook een digitaal zorgprogramma. Daaruit blijkt dat als je iets ontwikkelt waarvan de patiënt enorm veel baat ondervindt, dat tot een aanzienlijke verlichting van de druk op de apotheek kan leiden. Dankzij de app kun je als patiënt zelf herhaalrecepten of je actuele medische paspoort aanvragen, een zorgprogramma volgen, of advies krijgen over medicijngebruik, zonder dat je daarvoor naar de apotheek moet. Dat levert dus meer gebruikersgemak en meer eigen regie voor de patiënt op, en het betekent voor de apotheker een efficiëntieslag.”
“Dat is volgens mij niet alleen een vraag voor de zorgsector. Ik denk dat het cruciaal is dat je inclusief innoveert en dat je altijd moet kijken naar wat het betekent voor mensen die niet vooroplopen en die bijvoorbeeld niet handig zijn met het gebruik van technologische en digitale middelen. Voor alle mensen moet zorg toegankelijk blijven. Digitale middelen moeten hand in hand blijven gaan met de laagdrempelige apotheekvoorziening in de wijk.
Overigens is achter de schermen van de apotheek wel al enorm veel gedigitaliseerd en geautomatiseerd om zo efficiënt mogelijk te kunnen werken. Nederland blinkt bijvoorbeeld internationaal uit in efficiënte logistiek.”
“Ik denk dat we in ons land lang niet allemaal voldoende op de hoogte zijn van de rol die de apotheker al heeft op het gebied van onze gezondheid. De apotheker speelt bijvoorbeeld een hele belangrijke rol op het gebied van bewaking van onze fysieke veiligheid, vooral als we verschillende geneesmiddelen slikken die door verschillende zorgverleners worden voorgeschreven. Die rol van de apotheker blijft veelal onderbelicht, omdat zijn interventie vaak achter de schermen gebeurt. In veel andere landen mag de apotheker zelf medicatie voorschrijven. Wij hebben dat hier anders geregeld. Het lijkt mij echter heel logisch dat als er een alternatief medicijn voorgeschreven moet worden vanuit een medische noodzaak, dat de apotheker dit dan zelf kan bepalen. Het lijkt mij ook logisch dat een apotheker een nierfunctieanalyse, maar ook andere labwaarden naar eigen inzicht kan aanvragen en afhankelijk van de uitkomst hiervan de medicatie kan aanpassen. En waarom gebruiken we de infrastructuur van de apotheken in de wijken niet voor vaccinaties? Ook dat lijkt me een logische keuze. Ik ben er voorstander van om de apothekers de huisartsen te laten ondersteunen bij medicatiegerelateerde taken, zodat de huisarts meer ruimte krijgt om andere zorg te verlenen en de apotheker de kans krijgt zijn deskundigheid optimaal in te zetten. In beleidsland is er nog veel discussie over het al dan niet regelen van herhaalrecepten door de apotheker, maar als de apothekers hier morgen mee zouden stoppen, dan zou de zorg onmiddellijk vastlopen.”
“Er is sprake van wereldwijde tekorten van bepaalde medicijnen en/of grondstoffen. Daar kun je als Nederland weinig aan doen. Maar de tekorten zijn in Nederland wel groter dan in andere landen, omdat wij het minst willen betalen voor onze medicijnen. Daarnaast gaan door ons preferentiebeleid zorgverzekeraars meer tenderen, wat als gevolg heeft dat er minder aanbieders actief zijn in ons land. Als er dan iets gebeurt met de productie van die ene wel gecontracteerde aanbieder, dan hebben wij dus sneller het probleem dat we tegen een medicatietekort aanlopen. Dat gebeurt minder snel in landen die met veel meer aanbieders werken. Willen we zorgen voor een robuustere keten, dan zullen we aan beide zaken iets moeten veranderen.”
“Als we kijken wat we met geneesmiddelen hebben kunnen doen om ziektes te genezen of mensen langer te laten leven dankzij chronische medicatie, dan is dat echt revolutionair. Dat neemt niet weg dat we er met elkaar voor moeten blijven zorgen dat geneesmiddelen betaalbaar blijven. Dat is een andere kwestie. Maar als het gaat om vernieuwing, dan is Farma een enorme innovator. Onze wereld zou er anders uitzien zonder de farma. Kijk naar de ontwikkeling van personalized medicine en wat dat betekent voor de levensverwachting van kankerpatiënten. Of de kwaliteit van leven van bijvoorbeeld migrainepatiënten die door nieuwe CGRP-remmers kunnen werken en weer volop leven daar waar zij eerder ernstig werden beperkt. Het zijn maar een paar voorbeelden, ik kan nog wel even doorgaan.”
“Ik denk dat we de afgelopen jaren het systeem verwaarloosd hebben en dat we een aantal belemmeringen in het systeem moeten opruimen om van de druppels golven te maken. Ik zou een nieuwe minister willen aanraden om het vooral praktisch te houden en te zorgen dat er daadwerkelijk dingen verbeteren. En pas de rol van de verzekeraars aan. Een aantal beperkt zich in toenemende mate tot het sluiten van basiscontracten - en die gaan de broodnodige transitie in de eerste lijn niet tot stand brengen. Die basiscontracten gaan alleen over geld en luiden een race to the bottom in. Apothekers en assistenten knappen af, terwijl we die nou juist nodig hebben om zorg te verlenen. Ons stelsel gaat ervan uit dat verzekeraars inkopen op toegankelijkheid, betaalbaarheid èn kwaliteit. We hebben intelligente contractvormen nodig om een zorginfarct te voorkomen. En het mooie is, als we het slimmer organiseren, kunnen we dat ook.”
“Alle zorgverleners, of het nu een POH is, een huisarts, een apotheker of een medisch specialist, de hele medische sector moet gericht zijn op preventie. Zij zouden allemaal hetzelfde verhaal moeten vertellen om het goed tussen de oren van de patiënt te krijgen. We weten allemaal hoe moeilijk het is om je leefstijl te veranderen, en daarom is het van het grootste belang dat zorgverleners er alles aan doen om dat de patiënt zo makkelijk mogelijk te maken via goede begeleiding. En we moeten er dus op alle niveaus voor zorgen dat de belemmeringen worden opgelost zoals schotten tussen verschillende (financierings-) systemen. Dat vraagt om lef. We kunnen nòg zoveel pilots draaien om aan te tonen dat iets werkt, als we vervolgens niet de stappen zetten die nodig zijn, zullen de druppels nooit golven worden.”
‘Niet blijven praten over pilots, maar doorpakken!’
“De huidige situatie vraagt erom dat we slimmer opereren op het gebied van financiën, capaciteit en mankracht. Er komt een nieuwe regering aan en die moet de keuze maken: gaan we verder verschralen, zodat straks alleen de mensen die het kunnen betalen goede zorg krijgen, of het zo nodig in het buitenland gaan halen terwijl de rest geconfronteerd wordt met een uitgeklede zorg door tekorten in geld en menskracht? Of zijn we slimmer en organiseren we de zorg zo dat die solidair en toekomstbestendig blijft. Voor dat laatste is een krachtige regierol nodig van de overheid. Die moet afdwingen dat zorgverzekeraars in hun contractering gaan sturen op de transformatie die nodig is. Die kwalitatief goede zorg, efficiënt en in samenhang geleverd, belonen met een goed contract. Die standaardisatie in IT en automatisering afdwingen. En die zorgverleners maximaal inzetten waar ze nodig zijn. Dat kunnen ze ook. De overheid moet dat faciliteren in regelgeving- of het verwijderen ervan.”
“Al heb ik best wat uitstapjes gemaakt, de zorg is de meest boeiende sector die er is! Dat voel ik zo, omdat deze sector over mensen gaat. En wij krijgen allemaal, vroeg of laat, te maken met de zorg. Ik vind gezondheidszorg zo belangrijk, dat we moeten zorgen dat we de toegankelijkheid voor iedereen waarborgen. We moeten ervoor strijden dat iemand die afhankelijk is van een uitkering dezelfde gezondheidszorg krijgt als iemand met een topinkomen. En ik ben er trots op dat dat in Nederland ook echt zo is. Dat lijkt misschien voor ons allemaal hier heel normaal, maar kijk om je heen in de wereld: dat is het niet. Dat zijn de gouden eieren waar Nederland op zit en die moeten we koesteren.”
“Daarnaast moeten we ervoor zorgen dat onze gezondheidszorg betaalbaar blijft. En dat is niet alleen een kwestie van geld, dat heeft ook alles te maken met het zorgvuldig omgaan met de capaciteit van mensen.”

"Ik ben opgeleid als politicoloog - gespecialiseerd in buitenlandse politiek - en toevallig de zorg ingerold. Dat heeft me eigenlijk nooit meer losgelaten. De zorg zit vol dilemma’s op allerlei terreinen, en dat maakt het ook intellectueel uitdagend. Voor mij is het een levenslange verslaving om te helpen deze dilemma’s op te lossen. Ik heb daarbij altijd de potentie van de beroepsgroep gezien en hoog ingeschat.”
“Ik vind dit een ontzettend moeilijke vraag… Want je hebt altijd te maken met emoties én empathie. Maar een dilemma vraagt altijd om keuzes maken, dus ook om daadkracht. En keuzes maken als het gaat om schaarste is ongelooflijk moeilijk. Waar ik altijd op reken, zijn de mensen om mij heen, de mensen waar ik mee werk. Allemaal mensen met het hart op de juiste plek, die knokken voor het goede, maar die tegelijkertijd ook slim genoeg zijn om te weten dat een meer analytische blik op de zaak, of een kritische blik op de financieringsmethode onontbeerlijk is. Mijn dochter zou zeggen ‘Saai mam!’, maar het is nodig om te zorgen dat we de zorg kunnen blijven betalen, de patiënt de juiste zorg kunnen bieden. Dat de zorgverlener zich kan blijven ontwikkelen, zijn werk nog met plezier kan doen en dat de apothekersassistent niet wegloopt omdat hij gek wordt van de bureaucratie.”
“Dat wij nog steeds toegankelijk zijn voor iedereen die zorg nodig heeft en we dus selecteren op de noodzaak van zorg en of die passend is, en niet op de omvang van iemands portemonnee. Daarnaast dat we in Nederland nog steeds kwalitatief hoogwaardige zorg leveren in vergelijking met andere landen doordat we blijven innoveren. Dat mogen we niet verliezen. Niet meer innoveren is achteruitgang.”
“Toen ik minister was, heb ik me daarnaast altijd hard gemaakt voor de regie van de patiënt en het belang van het samen beslissen. Je moet de patiënt meenemen in de keuzes die er zijn. Mede dankzij technologie is dat steeds meer mogelijk, zoals via de app van Service Apotheek. Ik denk dat dat ook nodig is, omdat we steeds meer van de patiënt moeten vragen in de toekomst. De schaarste vraagt om een grotere zelfredzaamheid, en ik hoop dat we daar in 2030 belangrijke stappen in hebben gezet.”
“Samengevat komt het dus voor mij altijd weer neer op toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit. We kunnen innovatie daarom niet ‘even’ op een laag pitje zetten, want we hebben die keihard nodig voor de zorg van de toekomst.”