Technologie inbedden in het zorgsysteem om innovatie mogelijk te maken
Om onderstaande en alle andere premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
U kunt nog {free_articles_left} premium artikel gratis lezen. Om meer premium artikelen te lezen, moet u inloggen of een account aanmaken.
De gelijke toegang tot zorg die we in Nederland kennen, is een groot goed, stelt Misja Mikkers (hoogleraar health systems engineering aan de faculteit behavioral management and social sciences van de Universiteit Twente). Maar nog waardevoller is het als de stap kan worden gezet naar gelijke gezondheidsuitkomsten. Technologie speelt een rol om dit doel te kunnen bereiken, maar wel onder bepaalde voorwaarden. En met een vergaande consequentie voor ons zorgstelsel.
HealthTech – technologie die gezondheidsuitkomsten verbetert en arbeidsproductiviteit verhoogt – is cruciaal om zorginnovatie mogelijk te maken, stelt Mikkers. Met dit in het achterhoofd is het logisch dat hij in 2024 de overstap maakte van Tilburg University (waar hij bijzonder hoogleraar organisatie en financiering van de zorgsector was) naar de Universiteit Twente. Zijn overstap is een strategische stap om bij te dragen aan de urgente uitdagingen in de zorg, stelde hij bij zijn inaugurale rede. “Ik geloof in multidisciplinariteit", zegt hij nu, “zoals ik die in Tilburg bijvoorbeeld met sociale wetenschappers kende. In Twente komt daar de nauwe samenwerking met wiskundigen, ingenieurs en technologische disciplines bij, bijvoorbeeld binnen het Technisch Medisch Centrum (TechMed Centrum).”
De kennis en expertise die aan de Universiteit Twente breed beschikbaar is, is onmisbaar om de zorginnovatie te realiseren die zo hard nodig is, stelt hij. Maar hij plaatst hierbij wel een kanttekening: “Technologie krijgt pas waarde als die is ingebed in het zorgsysteem. In de workflow, de bekostiging, de coördinatie van zorg en het menselijk gedrag. Met andere woorden: er is minder focus nodig op de technologie op zich, en meer op de context waarin die wordt benut. HealthTech moet passen in de organisatie van de zorg, de financiering moet kloppen, en er moet een regionaal lerend zorgsysteem zijn waarin het geïntegreerd wordt.”
Als voorbeeld van een regionaal lerend zorgsysteem haalde Mikkers in zijn oratie Beter samen in Noord aan. Dit is het initiatief van acht organisaties voor zorg en welzijn in Amsterdam Noord voor het verbeteren van de gezondheid en het verkleinen van de gezondheidsverschillen van de inwoners. “Het gaat om de weg van gelijke toegang tot zorg naar gelijke gezondheidsuitkomsten”, zegt hij. “De zorg doet zijn best om patiënten goed te behandelen, en technologie speelt daar een rol in. Maar je moet een stap verder kijken: wie wordt patiënt en hoe kunnen we dat voorkomen? Dat is wat in Amsterdam Noord gebeurt. Wat je daar ziet, is een causaal verband tussen armoede en chronische ziekte. Er is een wijk in Noord waar veertig procent van de mensen een chronische aandoening heeft, en dat begint al rond het 35ste of 40ste levensjaar.”
Hoe pak je dat aan? “Daarin spelen meerdere facetten een rol”, zegt Mikkers. “Als eerste een cultuur waarin leiderschap en datagedreven werken een belangrijke rol spelen. Daarnaast een organisatie- en governancestructuur die gericht is op het bieden van oplossingen die er nu nog niet zijn. En als derde financiering. Daar wordt het lastig, want het leidt tot een zorgtransformatie waarin altijd een partij verlies leidt. Omdat dit stadsdeel enorm groeit, is die financiering in Amsterdam Noord een minder groot probleem. Maar dat is natuurlijk niet overal zo.”
Om samenwerking in de zorg echt van de grond te krijgen, zijn volgens Mikkers andere bekostigingsmodellen nodig. Tijdens Mikkers’ oratie wees Edwin van der Meer, bestuursvoorzitter van het BovenIJ ziekenhuis, erop dat het voorkomen van zorg en het streven naar gelijke uitkomsten ook moet leiden tot een verschuiving in de financieringsstromen. “Als er aan de voorkant iets bij komt,” zei hij, “dan kan er aan de achterkant ook iets af.” Dat vraagt om vormen van bekostiging die samenwerking daadwerkelijk mogelijk maken, zoals bundled payments en populatiegebonden financiering.
'Door zaken eerder in het proces te alloceren, kan efficiëntie in de keten worden bereikt'
Een zorgtransformatie zoals die nu in Amsterdam-Noord plaatsvindt – en die volgens Mikkers noodzakelijk is – heeft echter ook onvermijdelijk systeemconsequenties. “Als overal zulke regionale samenwerkingsconstructies ontstaan, dan ontstaan ook machtsposities. Zorgverzekeraars kunnen in zo’n regio in de praktijk niet meer buiten het samenwerkingsverband om contracteren. Daarmee komt de marktmacht steeds meer bij de aanbieders te liggen.” Om zulke constructies financieel haalbaar te maken, is bovendien afstemming tussen zorgverzekeraars nodig in de contractering: het zogenoemde volgbeleid. Maar ook dat heeft gevolgen. “Als verzekeraars dezelfde contracten en contractvormen hanteren, kunnen zij zich niet meer onderscheiden in hun inkoop. Daarmee verdwijnt een belangrijk deel van de concurrentie tussen verzekeraars.”
“Je ziet dus dat samenwerking essentieel is voor een toekomstbestendige zorg,” zegt Mikkers, “maar dat die samenwerking het stelsel ook fundamenteel verandert. Dat spanningsveld vraagt om een herbezinning op hoe we de zorg georganiseerd en gefinancierd hebben. We hebben nu een prachtig solidair systeem natuurlijk. Maar wel op toegang, en niet op uitkomsten. En als je wel die kant op wil, ontkom je dus niet aan een systeemdiscussie.”
Hoewel volgens Mikkers voor de toekomst van de zorg dus meer nodig is dan technologie, speelt die wel degelijk een belangrijke rol. “Het is zaak datagedreven te werken. Je kunt met data in kaart brengen welke patiënten vaak naar het ziekenhuis komen, welke interventies je kunt plegen om dit te voorkomen en hoeveel effect die hebben. In de uitwerking hiervan spelen financiering en governance een rol. Als je niet het ziekenhuis maar de keten centraal stelt, wil je voorkomen dat het ziekenhuis weer nieuwe zorg gaat aanbieden om de financiële consequenties van het wegvallen van zorg op te vangen. Dit vraagt om draagvlak, ook bij medewerkers. En als het proces in gang is, moet het voortdurend worden gemonitord.”
Op basis van die monitoring, data-analyse, moeten aannames over wat met de zorgtransformatie kan worden bereikt steeds worden bijgestuurd. “Dit hebben we in Amsterdam Noord gedaan in een pilot”, vertelt Mikkers. “Met inzet van verpleegkundig specialisten van ggz-aanbieder Arkin in de huisartspraktijk kon een deel van de potentiële ggz-patiënten worden verwezen naar een buurtteam in plaats van de tweede lijn. We willen weten of dit opschaalbaar is. Op basis van de data vanuit de praktijk kunnen we dan in kaart brengen waarom dit in de ene huisartspraktijk meer succesvol is dan in de andere, en daarop interventies plegen.”
Als dit lukt, wordt HealthTech dus inderdaad ingezet om gezondheidsuitkomsten te verbeteren (patiënten worden gericht geholpen) en de arbeidsproductiviteit te verhogen (de tweedelijns ggz wordt ontlast). Waarbij dus wel – zoals eerder gesteld – sprake is van een partij die verlies leidt. In dit geval de ggz, die minder patiënten krijgt. Wat dus betekent dat de financiering en de governance erop moeten zijn ingesteld om dit mogelijk te maken.
Daarop gaat het vaak mis. “Losstaande pilots worden niet opgeschaald”, zegt Mikkers. “Er zijn niet altijd prikkels om datagedreven oplossingen die zorg besparen te agenderen. Het ontbreekt aan interoperabiliteit en de focus blijft te veel liggen op de technologie zelf, zonder voldoende te kijken naar wat verder nodig is.” Juist dat laatste doet Mikkers dus wel. En daarvoor is de Universiteit Twente net zo interessant voor hem als omgekeerd. “Met mijn achtergrond bij de Nederlandse Zorgautoriteit (waar hij directeur strategie was) ben ik voor de onderzoekers van het TechMed Centrum interessant omdat ik kennis kan inbrengen over hoe onderzoek in de zorg kan worden gefinancierd”, zegt hij. “En in CHOIR, het Center for Healthcare Operations & Research, werken we op basis van operations research samen aan het verbeteren van zorgprocessen. De gedachte hierbij sluit aan bij wat in Amsterdam Noord gebeurt en wat we ook met de pilot hebben gedaan: door zaken eerder in het proces te alloceren – meer te richten op preventie dus – kan efficiëntie in de keten worden bereikt.”
Het TechMed Centrum van de UT omvat drie interdisciplinaire bachelor- en masteropleidingen die focussen op het verbeteren van de zorg door middel van technologie:
Voor meer informatie over bachelor-opleidingen aan de Universiteit Twente: link