Nieuwe technologieën kunnen bijdragen aan betere zorg en een hogere arbeidsproductiviteit. “Maar, dan is het wel nodig dat die technologieën ook daadwerkelijk landen in de dagelijkse zorgpraktijk”, zegt Jerien den Blanken, strategisch adviseur en business developer bij TNO. “Toch stranden veel zorginnovaties. Niet omdat de technologie tekortschiet, maar omdat te laat wordt nagedacht over de impact ervan op medewerkers, de werkprocessen en de organisaties.” De onderzoeks- en innovatie-organisatie komt daarom met een sleutel tot succesvolle innovatie.
“Een innovatie implementeren waarvan je alles van tevoren helemaal kunt uitstippelen, dat bestaat eigenlijk niet”, aldus Den Blanken. Hij werkt samen met onderzoeker Lilian Woudstra aan methoden om zorginnovaties wél duurzaam te laten landen in de praktijk. Niet techniek alleen is bepalend, maar vooral wat eromheen gebeurt. “Zorgorganisaties zijn niet altijd heel bewust bezig met hun innovatieproces”, stelt Woudstra. “Ze zijn heel erg bezig met het wat - en wat ze daarmee willen bereiken - maar minder met het hoe.”
De vraag is niet alleen welke technologie de zorg nodig heeft, maar vooral wat nodig is om die technologie werkelijk te laten werken. Hiervoor ontwikkelt TNO aanpakken die de ontwikkeling, implementatie en opschaling van innovaties verbindt. Woudstra hierover: “De innovatie-adoptieprocessen lijken in verschillende sectoren op elkaar, maar de context is anders. Je hebt andere regelgeving, ketens, andere typen mensen, andere omstandigheden. Innovatie in de ziekenhuiszorg kan andere stappen in het innovatieproces vragen dan in de thuiszorg en de ggz.”
Aan technologie is geen gebrek. AI, robotisering, sensortechnologie, zorg op afstand en digitale ondersteuning bieden kansen voor een sector met een groeiende zorgvraag en personeelstekorten. Toch blijft de stap van een succesvolle proef naar dagelijks gebruik lastig. “De toegevoegde waarde van zorgtechnologie is voor organisaties die ermee moeten gaan werken niet altijd duidelijk genoeg”, meent Woudstra. “Het wordt nog regelmatig gezien als een soort nice-to-have in plaats van een need-to-have. Dat heeft er onder meer mee te maken dat er niet altijd wordt gekeken vanuit het bredere geheel.”
Ze noemt de ggz als voorbeeld. “Je hebt bijvoorbeeld slaaprobots die mensen rustig maken. Dan wordt gedacht: dat is fijn voor de cliënt en misschien ook voor de medewerkers als het leidt tot minder incidenten. Maar er wordt vervolgens niet doorgedacht over de vraag: als je dat nou op een grootschalige manier zou kunnen inzetten, kun je misschien de werkdruk in de organisatie structureel verlagen of is minder bezetting in de nacht nodig.” Daar komt een typisch zorgprobleem bij. In de zorg wordt verbouwd terwijl de winkel open moet blijven. “Dat is een hele lastige situatie, Zeker nu die zorg al onder druk staat”, meent Woudstra.
Innovatie is organisatieverandering
Een nieuwe technologie invoeren betekent volgens Den Blanken meer dan een pilot draaien: “Eigenlijk gaat het ook om een organisatieverandering. Directies proberen veranderingen vaak klein en behapbaar te houden. Nieuwe technologie wordt voorzichtig ingevoerd. Eerst een paar toepassingsmogelijkheden, eerst een kleine groep medewerkers.”
Het gevaar is dan dat de volgende stap nooit komt. Innovatie moet onderdeel worden van de dagelijkse praktijk en de eigenheid van de bedrijfsvoering. Den Blanken: “Het moet nog worden ingepast in jouw organisatie, dus in jouw werkprocessen, systemen, protocollen en samenwerking tussen partijen. Dat vraagt altijd om uitwerking.”
Wat bij de ene organisatie werkt, hoeft ook niet automatisch elders te werken, vult Woudstra aan. “Elke zorgorganisatie heeft zijn eigen doelgroep, zijn eigen medewerkers. Het is niet iets wat je zo even van de plank plukt om het over te nemen van hoe het bij een andere organisatie is. Het gaat steeds om het op elkaar afstemmen van technologie, mens en organisatie. Dat vraagt om maatwerk.”
Gewenningsperiode
Een project waarin TNO betrokken is bij de implementatie van een slimme medicijndispenser in verzorgings- en verpleeghuizen, laat zien hoe groot het verschil kan zijn tussen een technisch werkende innovatie en daadwerkelijke toepassing. De dispenser zelf functioneert goed, maar zorgverleners waren volgens Woudstra eerst terughoudend.
“Zij dachten: dat kan allemaal wel, maar ik heb er nog niet per se vertrouwen in dat ik dit zomaar aan de technologie kan overlaten. Je hebt dus een gewenningsperiode nodig om de technologie te laten landen. Dat is een proces. In het geval van de medicijndispenser gingen zorgverleners toch telkens zelf langs de kamers om te zien of de medicijnen wel waren ingenomen. Na enkele weken veranderde dat. Toen begonnen ze te zien dat die extra check niet nodig was.”
"In de zorg wordt verbouwd terwijl de winkel open moet blijven"
Daarmee veranderde ook hun blik op de techniek, schetst Woudstra. “Inmiddels hebben ze vertrouwen en gaan ze ook vragen om andere functionaliteiten die in die medicijndispenser zitten. Dat deden ze in eerste instantie niet, omdat ze eigenlijk al besloten hadden: ik kan het toch nooit aan de technologie overlaten.”
Een ander onderdeel van de gewenningsperiode is leren omgaan met de techniek. De onderzoeker vervolgt: “Er wordt in de zorg veel gesproken over het gebrek aan digitale vaardigheden van medewerkers, maar misschien moeten we ook kijken naar de manier waarop we het leren werken met de techniek organiseren. Zorgmedewerkers in de VVT hebben vaak op een hele andere manier leren dan theoretisch geschoolden. Niet via het lezen van lange handleidingen vol instructies, maar veel meer door het zien doen, het samen doen en het zelf gaan doen”.
Geen innovatie op een eiland
Geen enkele organisatie kan innovatie alleen laten slagen. “Zorgtechnologie staat niet op zichzelf”, zegt Den Blanken. “Het is een onderdeel van een bredere transitie, een transitie naar passende zorg. Dus heb je iedereen nodig die betrokken is om die bredere transitie mogelijk te maken.”
Bij een medicijndispenser gaat het volgens Den Blanken niet alleen om zorgverlener en cliënt, maar ook om de apotheek, producent, mantelzorger, leverancier, financier en zorgverzekeraar. “Het lijkt eerst vrij simpel: je hebt een werkende technologie, je hebt je cliënten en je gaat dat ding inzetten. Maar dat heeft allemaal gevolgen voor die hele keten. De medicatie moet op een bepaalde manier worden aangeleverd, de werknemers moeten worden geïnstrueerd en misschien moeten de cliënten en mantelzorgers zelf ook weten hoe het werkt. Als je het hele ecosysteem niet meeneemt, gaat daar ergens een kink in de kabel komen.”
Technologie én sociale innovatie
Juist nu technologische ontwikkelingen elkaar snel opvolgen, is die brede blik volgens TNO belangrijk. Woudstra: “Je moet technologische innovatie altijd verbinden met sociale innovatie. Je kijkt dus niet alleen naar hoe je de technologie technisch inbedt, maar ook hoe mensen ermee kunnen werken, naar de maatschappelijke inbedding en naar de kwaliteit van arbeid. Je kijkt naar het bredere geheel.” Dat is volgens Woudstra en Den Blanken uiteindelijk de maatstaf voor succes.