Toekomstige 6G-netwerken kunnen een belangrijke impuls geven aan telegeneeskunde en andere digitale zorgtoepassingen. Onderzoekers van de Technische Universiteit München (TUM) en het TUM-ziekenhuis hebben een methode ontwikkeld waarmee medische applicaties slimmer over een netwerk kunnen worden verdeeld. Volgens simulaties maakt die aanpak het mogelijk om tot 40 procent meer medische toepassingen gelijktijdig te laten draaien, zelfs wanneer netwerkcapaciteit en rekenkracht beperkt zijn.
Toepassingen als telegeneeskunde, continue patiëntmonitoring en zorg op afstand worden steeds belangrijker. Om deze veilig en betrouwbaar in de dagelijkse praktijk te kunnen inzetten, moeten gegevens zonder vertraging en onderbrekingen worden verwerkt. Vooral bij toepassingen zoals tele-operatie kunnen storingen of vertragingen grote gevolgen hebben.
Rekenkracht slim verdelen
Het onderzoek richt zich op de vraag waar medische applicaties het beste kunnen worden uitgevoerd. Dat kan dicht bij de patiënt gebeuren, binnen het ziekenhuis, bij een nabijgelegen netwerkknooppunt of in een extern datacenter.
Verwerking dicht bij de patiënt beperkt vertragingen en verbetert de prestaties. Tegelijkertijd kunnen lokale systemen overbelast raken wanneer alle toepassingen daar worden ondergebracht. De onderzoekers ontwikkelden daarom een methode die voortdurend bepaalt waar applicaties het meest efficiënt kunnen worden uitgevoerd, afhankelijk van beschikbare netwerk- en rekenresources.
“Voor medische toepassingen is het niet voldoende om data zo snel mogelijk van A naar B te transporteren”, stelt Wolfgang Kellerer, hoogleraar communicatienetwerken aan de Technische Universiteit München. “Toekomstige netwerken moeten kunnen bepalen waar rekenkracht nodig is, welke toepassingen prioriteit hebben en wanneer functies binnen het netwerk moeten worden verplaatst.”
Volgens de onderzoekers kan deze aanpak de benutting van toekomstige 6G-netwerken aanzienlijk verbeteren. De resultaten werden gepresenteerd tijdens de IFIP Networking 2026 Conference in Lugano, Zwitserland.
Nieuwe mogelijkheden voor de zorg
6G-netwerken worden rond 2030 verwacht en moeten een grote stap voorwaarts betekenen ten opzichte van 5G. Naast aanzienlijk hogere snelheden en een vrijwel verwaarloosbare latency wordt kunstmatige intelligentie een integraal onderdeel van de netwerkinfrastructuur. Ook krijgen toekomstige netwerken zogenoemde sensing-capaciteiten, waarmee objecten en bewegingen kunnen worden waargenomen.
Voor de zorgsector opent dat nieuwe mogelijkheden. Denk aan continue monitoring van patiënten via draadloze sensoren en wearables, AI-gestuurde digitale tweelingen van patiënten, holografische consulten en telechirurgie waarbij specialisten op afstand opereren met robotondersteuning.
De extreem lage vertragingen die 6G mogelijk maakt, zijn daarbij essentieel. Bij toepassingen zoals robotchirurgie of realtime klinische besluitvorming kan zelfs een minimale vertraging invloed hebben op de kwaliteit en veiligheid van zorg.
Nederlandse investeringen in 6G
Ook in Nederland wordt gewerkt aan de ontwikkeling van 6G-technologie. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor het Future Network Services (FNS)-consortium. Dit nationale samenwerkingsverband brengt telecomaanbieders, technische universiteiten, onderzoeksinstituten zoals TNO en innovatieve mkb-bedrijven samen.
Het consortium werkt aan betrouwbare, energiezuinige en intelligente netwerken die rond 2030 beschikbaar moeten komen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar datacommunicatie, maar ook naar sensing-functionaliteit, waarbij mobiele netwerken tevens kunnen fungeren als een vorm van radar.
Voor de tweede fase van het programma heeft het Nationaal Groeifonds 142 miljoen euro beschikbaar gesteld. De deelnemende organisaties investeren daarnaast gezamenlijk nog eens 72 miljoen euro. Als onderdeel van het programma is inmiddels een Nationaal 6G Testbed opgezet, ondersteund door vijf regionale 6G-Fieldlabs waar nieuwe toepassingen worden ontwikkeld en getest.
Hoewel commerciële invoering van 6G nog enkele jaren op zich laat wachten, laat het Duitse onderzoek zien welke rol deze technologie in de toekomst kan spelen als fundament onder betrouwbare, schaalbare en digitaal ondersteunde zorg.