De druk op de eerstelijnszorg door hart- en vaatziekten neemt toe en zorgverleners en patiënten zoeken daarom steeds vaker naar manieren om zorg buiten de spreekkamer te organiseren. In een nieuwe studie van NeLL (National eHealth Living Lab) wordt onderzocht hoe thuismonitoring en digitale ondersteuning via het Care@Home-platform kunnen worden ingebed in de dagelijkse praktijk. Daarbij ligt de nadruk op zelfmanagement, leefstijlbegeleiding en de vraag of zorg op afstand gelijkwaardig kan functioneren aan reguliere controles, zonder dat de kwaliteit van zorg verloren gaat.
Hart- en vaatziekten vormen al jaren een van de grootste uitdagingen voor de eerstelijnszorg. Het gaat niet alleen om de medische behandeling, maar vooral om langdurige begeleiding van patiënten met een verhoogd risico. Tegelijkertijd staat diezelfde eerstelijnszorg onder druk. Huisartsen en praktijkondersteuners hebben te maken met een groeiende zorgvraag, terwijl de beschikbare tijd en capaciteit beperkt blijven. Dat dwingt tot een herbezinning op hoe zorg wordt georganiseerd en hoe patiënten beter buiten de spreekkamer kunnen worden ondersteund.
Thuis meten
Binnen die context wordt in de studie ‘Intelligente Zorg op Afstand’ onderzocht hoe digitale zorgmodellen kunnen bijdragen aan toekomstbestendige cardiovasculaire zorg. Centraal staat het Care@Home-platform, dat thuismonitoring combineert met ondersteuning bij zelfmanagement en leefstijlverandering. Patiënten meten thuis onder meer bloeddruk, gewicht en lichamelijke activiteit. Die gegevens worden niet op zichzelf bekeken, maar gekoppeld aan dagelijkse factoren zoals voeding, slaap, stress en beweging.
Waar traditionele zorgmomenten vaak los van elkaar staan, probeert deze aanpak juist continuïteit te creëren. Patiënten krijgen inzicht in hun waarden en worden gestimuleerd om verbanden te leggen tussen leefstijl en gezondheid. Daarmee verschuift de rol van de patiënt geleidelijk van passieve ontvanger naar actieve deelnemer in het zorgproces. Dat vraagt niet alleen om technologie, maar ook om begeleiding en een andere manier van samenwerken tussen patiënt en zorgverlener.
In de studie wordt reguliere zorg vergeleken met een model waarin Care@Home wordt ingezet als ondersteuning in de dagelijkse praktijk. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar medische uitkomsten, maar juist ook naar de uitvoerbaarheid. Hoe goed past deze vorm van zorg in bestaande werkprocessen binnen de huisartsenpraktijk? Welke afspraken, ondersteuning en digitale infrastructuur zijn nodig om het werkbaar te maken? En welke factoren bepalen of een dergelijke aanpak breder kan worden opgeschaald?
Niet slechter dan gebruikelijke zorg
De studie is opgezet als een non-inferioriteitsstudie. Dat betekent dat wordt onderzocht of zorg op afstand in ieder geval niet slechter is dan de gebruikelijke zorg. Maar de ambitie reikt verder dan dat. De onderzoekers richten zich vooral op de vraag hoe digitale zorg praktisch en duurzaam kan worden ingebed in de dagelijkse praktijk van de eerstelijnszorg.
Het project is het resultaat van een brede samenwerking tussen verschillende partijen uit zorg, wetenschap en digitale gezondheid. Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) levert expertise op het gebied van cardiologie, eHealth en thuismonitoring. Vanuit het UMCG zijn onder meer specialisten betrokken op het snijvlak van eerstelijnszorg, implementatieonderzoek en digitale zorginnovatie. Daarnaast dragen technologie- en zorgpartners Ancora Health B.V. en Valtes Care B.V. bij met hun ervaring in digitale leefstijlinterventies, platformontwikkeling en de praktische inrichting van zorg op afstand.
Binnen deze samenwerking werken onder anderen cardiologen, onderzoekers en implementatiespecialisten samen, waaronder prof. dr. Douwe Atsma en dr. Tobias Bonten vanuit het LUMC en dr. Esther Metting en prof. dr. Marco Blanker vanuit het UMCG. De gezamenlijke inzet is om klinische kennis, technologische ontwikkeling en praktijkervaring samen te brengen in één werkbaar zorgmodel.
Praktische routekaart
Voor patiënten kan dit betekenen dat zij meer grip krijgen op hun eigen gezondheid doordat meetwaarden vaker en directer inzichtelijk zijn. Voor zorgverleners biedt het systeem de mogelijkheid om tussen consulten door beter te volgen hoe het met iemand gaat en sneller te reageren als waarden veranderen of klachten toenemen.
Uiteindelijk moet de studie leiden tot een praktische routekaart voor de opschaling van digitale cardiovasculaire zorg. Niet als vervanging van de bestaande zorg, maar als aanvulling die kan helpen om de toenemende druk in de eerste lijn beter op te vangen en tegelijkertijd de zorg persoonlijker en preventiever te maken.
Vroegtijdig signaleren
Bij hart- en vaatziekten wordt ook steeds vaker AI ingezet, bijvoorbeeld om gezondheidsrisico’s vroegtijdig te signaleren en zorg beter af te stemmen op de individuele patiënt. Tegelijkertijd roept de toepassing van AI in de klinische praktijk belangrijke vragen op over betrouwbaarheid, transparantie, juridische verantwoordelijkheid en ethisch gebruik. Juist bij aandoeningen met potentieel grote gezondheidsrisico’s, zoals hart- en vaatziekten, is het van belang dat beslisondersteunende systemen zorgvuldig worden ontwikkeld en toegepast.
Het onderzoeksproject DECIDE-VerA waarover we vorig jaar schreven, dat liep van de winter van 2022 tot het voorjaar van 2025, richtte zich daarom niet op het ontwikkelen van nieuwe AI-technologieën, maar op de vraag hoe AI-gestuurde beslisondersteunende systemen op een betrouwbare, bruikbare, ethisch verantwoorde en juridisch correcte manier kunnen worden ontworpen en geïmplementeerd in de zorgpraktijk.