AI-toepassingen zoals ChatGPT, Gemini en Copilot worden steeds vaker geraadpleegd als het gaat om informatie over hartproblematiek. Inmiddels noemt 17 procent van de Nederlanders AI-tools als bron van informatie over hartinfarcten. Onder 18- tot 39-jarigen is dat 26 procent. Huisartsen en voorlichtingswebsites worden echter nog altijd vaker geraadpleegd. Dat blijkt uit onderzoek onder 3.173 volwassenen, uitgevoerd in opdracht van Amgen. Veel mensen willen hun risico tijdig kennen, maar ondernemen vaak pas actie bij klachten. De resultaten van de studie naar kennis, risicoperceptie en preventiegedrag rondom hartinfarcten is gepubliceerd in het kader van Wereld Hart Dag.
Voor informatie over hartinfarcten noemt 48 procent van de respondenten de huisarts of specialist, 42 procent voorlichtingswebsites zoals die van de Hartstichting en Thuisarts.nl, en 36 procent zoekmachines. AI-tools worden door 17 procent genoemd; 8 procent gebruikt een gezondheidsapp of smartwatch als informatiebron. Het onderzoek meet welke bronnen mensen raadplegen, niet of die toepassingen hun hartgezondheid verbeteren.
AI voor eerste oriëntatie
Het gebruik van AI verschilt per leeftijd: 26 procent van de 18- tot 39-jarigen noemt de technologie als bron, tegenover 17 procent van de 40- tot 59-jarigen en 8 procent van de 60-plussers. Van degenen die AI-tools voor deze informatie gebruiken, beschouwt 40 procent de antwoorden als een eerste oriëntatie. Bijna de helft (46 procent) zegt de informatie altijd bij een arts te controleren. Dertien procent vertrouwt de antwoorden volledig en handelt er ook naar.
Dat sluit aan bij de opkomst van AI als bron voor gezondheidsvragen waarover ICT&health eerder berichtte. In een Duitse peiling zei 46 procent voorafgaand aan een artsenbezoek al eens AI voor een medische diagnose te hebben geraadpleegd. In Amerikaans onderzoek gebruikte 19,1 procent van de ondervraagde jongeren een chatbot voor ondersteuning bij mentale problemen. Die onderzoeken gaan over andere groepen en vragen; de percentages zijn niet rechtstreeks vergelijkbaar met het Nederlandse hartonderzoek.
Ook buiten AI om zoeken mensen na een consult verder: 54 procent zegt na een huisartsbezoek vaak zelf nog informatie op te zoeken. Tegelijk vertrouwt 70 procent het advies van de eigen huisarts volledig. Digitale informatie lijkt in deze peiling dus vooral naast de persoonlijke zorgrelatie te staan, al laat de groep die volledig op AI vertrouwt zien waarom controle van medische informatie belangrijk blijft.
Klachten vaak geen aanleiding
De interesse in vroegtijdig inzicht vertaalt zich niet altijd in preventief handelen. 69 procent vindt het belangrijk om risico’s op een hartinfarct vroeg in beeld te krijgen, ook als de uitslag confronterend is. Toch laat 33 procent zich minstens jaarlijks preventief controleren. Maar tegelijkertijd doet een kwart dat niet en is het ook niet van plan. Van die laatste groep vindt 46 procent een controle zonder klachten onnodig. Klachten zijn voor 32 procent de belangrijkste aanleiding om iets voor de hartgezondheid te doen.
Cardioloog Bas Hamer (Meander Medisch Centrum) benoemt het gevaar van te laat acteren: “Veel mensen denken dat ze pas iets hoeven te doen als ze klachten krijgen. Dat is precies het probleem. Risicofactoren, zoals hoge bloeddruk, roken, overgewicht en een hoog cholesterol, geven vaak lange tijd geen klachten. Ze kunnen het risico op hart- en vaatziekten wel verhogen.”
De animo voor toegankelijke controles is groot: ongeveer driekwart zegt gebruik te zullen maken van een gratis bloeddruk-, cholesterol- of bloedsuikermeting in de buurt. Bij jongvolwassenen is de kloof tussen risicoperceptie en gedrag opvallend. Van de 18- tot 39-jarigen schat 32 procent de eigen kans op een hartinfarct klein of zeer klein, terwijl 63 procent minstens wekelijks veel stress rapporteert.
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.