Waarom blijft de zorg hangen in pilots?

di 29 september 2026 - 12:15
Waarom blijft de zorg hangen in pilots?
Zorgtransformatie
Nieuws

De zorg zit vol met goede ideeën en veelbelovende technologische ontwikkelingen. Maar zodra een pilot succesvol blijkt, ontstaat een nieuwe uitdaging: hoe krijg je die digitale toepassing van de grond en op grotere schaal? In aanloop naar het Vlielandberaad 2026 deelt Michiel Pot van Zorgnetoost zijn visie op wat nodig is om de stap van experiment naar brede toepassing te maken.

Van pilot naar praktijk

Een pilot opzetten lukt vaak genoeg. Er is subsidie, een enthousiast team en een overzichtelijke scope. Maar zodra blijkt dat een oplossing werkt, begint misschien wel de moeilijkste fase. De toepassing moet onderdeel worden van de dagelijkse praktijk, passen binnen bestaande begrotingen en aansluiten op afspraken tussen verschillende organisaties. ‘Daar ontbreekt het vaak aan eigenaarschap’, aldus Pot. Dat heeft volgens hem ook te maken met de manier waarop het zorgstelsel is ingericht. ‘Ons stelsel is zo ingericht dat iedere organisatie vooral voor zichzelf optimaliseert. De winst van digitale zorg komt vaak bij een ander terecht dan bij de partij die de investering doet.’

Opschalen is geen kopiëren

Een succesvolle pilot is daarmee nog geen blauwdruk voor landelijke opschaling. ‘Dat je een succesvol product alleen nog maar hoeft “uit te rollen” is een misvatting’, zegt Pot. ‘Opschalen is geen kopiëren, het is een zorgvuldig proces van testen, leren en verbeteren.’ Elke regio heeft haar eigen dynamiek, systemen en tempo. Tegelijkertijd hoeft niet overal opnieuw het wiel te worden uitgevonden. ‘Wat je wél kunt hergebruiken zijn de bouwstenen: de architectuur, de standaarden, de afspraken en de aanpak. Vervolgens moet je ruimte laten voor lokale inpassing.’

Ook meer pilots zijn volgens hem niet automatisch de oplossing. ‘Een tweede misvatting is dat meer pilots vanzelf tot opschaling leiden. Vaak werkt het juist andersom: we hebben er te veel en ze zijn te versnipperd.’ De uitdaging is daarom om succesvolle oplossingen te herkennen en die gezamenlijk verder te brengen.

Succes werkt aanstekelijk

Daarbij begint opschaling volgens Pot bij de praktijk. Zodra professionals zelf ervaren dat een oplossing daadwerkelijk helpt, ontstaat draagvlak om verder te gaan. Hij ziet dat bijvoorbeeld binnen het regionale IZA-programma ‘Versneld verbinden’, bij het eerste gebruik van het 360-gradenbeeld. ‘De verlichtende woorden klonken “oh, hier hebben we heel lang op gewacht!”. Dan is temporiseren opeens de uitdaging in plaats van opschalen.’ Een bewezen oplossing hoeft dan niet meer overtuigd te worden; de behoefte is er al. ‘Mensen willen deel uitmaken van succes.

Het is dus nodig om succes te maken en om succes te delen.’ Maar om zo'n succes ook buiten de eigen regio te kunnen benutten, zijn volgens hem een aantal keuzes nodig. Een belangrijke is aansluiten bij wat landelijk al ligt. ‘De ontwikkelingen in de IZA regio’s, de landelijke standaarden en de architectuurkaders bieden richting. Wij bouwen daarop voort in plaats van in de regio iets eigens te verzinnen.’

Eerst het fundament, dan de use case

Ook generieke oplossingen zijn belangrijk. ‘Een oplossing die tachtig procent van de vraag dekt en in elke regio werkt, is meer waard dan een perfecte oplossing die alleen bij ons past.’ Hetzelfde geldt voor het aantal leveranciers. ‘Als je voor elk vraagstuk een aparte leverancier kiest, bouw je een nieuw integratieprobleem.’ Convergeren naar een beperkt aantal gedeelde bouwstenen is volgens Pot misschien minder spannend, maar wel nodig voor structureel beheer en betaalbaarheid. Daarvoor moet eerst het fundament staan. ‘Als de infrastructuur en de afspraken staan, kun je nieuwe toepassingen in weken in plaats van jaren toevoegen.’ Dat vraagt soms om het loslaten van de eigen oplossing. En juist daar wordt het ingewikkeld. Lef, eigenaarschap en vertrouwen.

‘Bij opschaling verschuift het eigenaarschap van lokaal naar regionaal, en uiteindelijk naar landelijk.’ Daarmee komen vragen op tafel die verder gaan dan techniek: wie is eigenaar van de oplossing, wie betaalt het structurele beheer en wie beslist over de doorontwikkeling? ‘Wie betaalt structureel, als de projectgelden op zijn?’ vraagt Pot. Ook governance is een uitdaging, zeker wanneer organisaties verschillende belangen hebben of elkaar als concurrent zien. Uiteindelijk draait het volgens hem om vertrouwen. ‘Dat vraagt om samenwerking en vooral om vertrouwen: vertrouwen dat de ander jouw belang net zo goed behartigt als je dat zelf zou doen.’

Dat vertrouwen laat zich niet simpelweg vastleggen in afspraken. ‘Dat vertrouwen is niet te regelen in een contract, dat moet je opbouwen.’ Daarbij speelt ook het ‘not invented here’-syndroom: regio’s willen graag hun eigen variant ontwikkelen. ‘Het loslaten daarvan vraagt moed, leiderschap en visie.’ De verantwoordelijkheid voor opschaling ligt volgens Pot bij meerdere partijen. Zorgaanbieders moeten het samen dragen, zorgverzekeraars moeten zorgen voor structurele bekostiging en duidelijkheid en de overheid moet kaders en standaarden neerzetten. Regionale netwerkorganisaties zoals de RSO’s kunnen daarbij een verbindende en uitvoerende rol pakken.

Een stap in de juiste richting

Er zijn volgens hem al bewegingen in die richting. ‘Je ziet verzekeraars bovenregionaal samenwerken en regio’s die steeds vaker bouwen op elkaars oplossingen.’ Maar om echt een volgende stap te zetten, is meer nodig. ‘Centrale regie gecombineerd met structurele, gezamenlijke bekostiging voor bewezen digitale infrastructuur en werkwijzen, over de grenzen van organisaties en domeinen heen.’ Oftewel: niet eindeloos nieuwe pilots starten, maar succesvolle oplossingen structureel beschikbaar maken. ‘Geen projectgeld meer, maar een vaste voorziening zodra iets heeft bewezen dat het werkt.’ Dan verandert volgens Pot ook de centrale vraag: ‘Dan verschuift de vraag van “wie betaalt?” naar “hoe snel kunnen we aansluiten?”

Het gesprek op Vlieland

Aankomend congres het Vlielandberaad is daarom volgens hem een geschikte plek voor dit gesprek. ‘Op het Vlielandberaad zitten de mensen die het verschil kunnen maken bij elkaar: zij die op kunnen staan en invloed hebben, weg van de waan van de dag.’ Want uiteindelijk gaat opschaling niet alleen over techniek of bestuur: ‘het vraagt om een doenersmentaliteit.’

Zijn wens voor het beraad is dan ook concreet: ‘Na afloop zou ik het fantastisch vinden dat we geactiveerd het eiland weer verlaten. Geïnspireerd om samen te werken aan eenduidigheid, succesverhalen delen en een gezamenlijke visie kunnen ontwikkelen die langzaam door druppelt in alle regio’s in Nederland.’

Voeg ICT&health toe aan Google

Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.

Toevoegen aan Google

Ook dit onderwerp krijgt een prominente plek tijdens de ICT&health World Conference 2027. Wil je erbij zijn en niets missen? Reserveer dan tijdig je ticket.