Programma

Nieuws
Artikel delen

Blokhuis wil VIPP-programma voor ggz

Er komt een VIPP-programma om digitalisering van informatie-uitwisseling in de ggz te versnellen. Staatssecretaris Paul Blokhuis stelt hierover in gesprek te zijn met met onder meer GGZ Nederland, MIND en de LVVP. Voor de ziekenhuissector loopt er al een dergelijk programma. Blokhuis stelt in een brief aan de Tweede Kamer dat er in 2018 en 2019 voor investeringen in e-health en informatie-uitwisseling in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) 50 miljoen euro beschikbaar is.

Het VIPP-programma dat ziekenhuizen en andere instellingen ondersteund om gegevensuitwisseling met patiënten te verbeteren, krijgt steeds meer tractie, zo melde brancheorganisatie NVZ onlangs. 31 Nederlandse ziekenhuizen en drie categorale instellingen bieden al online medische gegevens aan hun patiënten aan via een patiëntenportaal. 28 ziekenhuizen en 13 categorale instellingen bieden e-healthmetingen aan. Nog eens 106 instellingen schreven zich in 2017 in voor deelname aan VIPP. De eerste VIPP-assessment is in januari 2018 goed doorstaan door het Bredase Amphia ziekenhuis.

Leunen op VIPP-programma ziekenhuizen

Bij de uitwerking van de regeling voor ggz zal gebruik worden gemaakt van de ervaringen uit het VIPP-programma voor ziekenhuizen en overige instellingen voor medisch specialistische zorg. De inzet van het overleg is volgens Blokhuis in de kamerbrief om een regeling op te stellen die de initiatieven van de veldpartijen zelf ondersteunt, waarbij individuele organisaties die in de sector werkzaam zijn een financiële bijdrage kunnen krijgen als zij bepaalde resultaten behalen, zodat ‘de digitale basis’ op orde wordt gebracht.

De digitale basis op orde houdt in dat de patiënt regie krijgt over zijn gegevens, deze gegevens desgewenst kan delen met andere zorgverleners en kan gebruiken in een app of andere e-healthtoepassingen, aldus Blokhuis. ‘Daarnaast worden goede, breed gedragen apps en websites vindbaar voor de patiënten en de professionals die deze willen inzetten in de zorg door deze op één plek samen te brengen. Als deze basis op orde is kunnen ICT en e-health beter ingezet worden om de ggz-zorg verder te verbeteren, wachttijden in de ggz terug te dringen en administratieve lasten te beperken.’

Voordelen gestandaardiseerde toegang

Blokhuis schetst vijf zaken waar gestandaardiseerde toegang tot en uitwisseling van informatie in de ggz via een VIPP-programma aan kan bijdragen:

  • De eigen regie en zelfredzaamheid kan worden vergroot doordat patiënten meer inzicht krijgen in hun behandeling en doordat zij feedback krijgen op de gevolgen van hun eigen gedrag.
  • De patiënt op het moment dat hij niet bij een zorgverlener is informatie ontvangen of oefeningen doen die hem helpen bij het aanpakken van zijn problemen of het verminderen van klachten.
  • E-health kan ondersteunend zijn aan het gesprek in de spreekkamer. De cliënt kan zich vooraf met vragenlijsten voorbereiden op een consult, kan thuis zelfmetingen uitvoeren die meer inzicht geven wanneer welke klachten optreden en na het consult informatie nalezen en oefeningen doen op een voor hem geschikt moment.
  • Het verbeteren van de medicatieveiligheid doordat het gebruik van standaarden de interoperabiliteit en betrouwbaarheid van gegevens vergroot en de kans op fouten verkleint. Medicatie-informatie wordt bijvoorbeeld nog vaak naar de apotheker gefaxt in de zorg. Het gestandaardiseerd vastleggen aan de bron bijdragen aan het beperken van administratieve lasten, omdat er minder overgetikt of dubbel vastgelegd hoeft te worden.

Mooie initiatieven, lange weg te gaan

In de ggz zijn er volgens Blokhuis veel mooie initiatieven waar e-health ingezet wordt om de zorg te verbeteren. De patiënt kan op diverse sites terecht als hij zelf meer informatie wil over de problemen die hij heeft, hoe die aan te pakken en waar eventueel hulp te vinden is (bijvoorbeeld Proud2Bme, Mirro en Welshop).

Er is echter  een weg te gaan als het gaat om het delen van informatie met de patiënt en het gebruik van standaarden in het vastleggen van informatie. Voorbeelden zijn gebrek aan standaarden waarop informatie wordt vastgelegd die uitwisseling ervan beperkt, veelal lokale e-health-initiatieven zonder bredere verspreiding en opschaling en een centrale locatie waar de patiënt en zorgverlener terecht kunnen voor de goede en betrouwbare e-health oplossingen die samen met de patiënt ontwikkeld zijn.

Al in juli 2014 stelde de regering in een Kamerbrief dat het wenselijk is om gegevens met de patiënt te delen, de interoperabiliteit te vergroten en de patiënt een goed e-healthaanbod ter beschikking te stellen. Er is een bredere aanpak nodig voor de grootschalige implementatie van e-health. Blokhuis: ‘Deze implementatie blijft achter bij de verwachtingen terwijl het aanbod van e-healthoplossingen er gewoon is. Ik constateer, bijna vier jaar na het verschijnen van de brief over e-health en zorgverbetering, dat extra inzet op de digitalisering nodig is om de ambities hieruit te realiseren.’

Uitwerking doelstellingen

In de bestuurlijke afspraken wachttijden ggz is er in totaal 50 miljoen euro beschikbaar gesteld voor twee doelen waarmee de wachttijden worden teruggedrongen: inzet en beter gebruik van e-health: verbeterde informatie-uitwisseling in de ggz (tussen patiënt en professional en professionals onderling).

  • Als investering in de bevordering van inzet van e-health in de ggz wordt gedacht aan één ggz-appstore/website, die naar andere initiatieven kan doorverwijzen. Dit om e-health beter vindbaar en toegankelijk te maken, om op deze manier medicalisering te voorkomen, mensen zelfredzaam te maken en de groei van de vraag naar ggz in goede banen te leiden.
  • Om de informatie-uitwisseling te verbeteren is het voorstel dat ggz-instellingen en vrijgevestigden hun ICT-infrastructuur aanpassen zodat zij (bepaalde) medische gegevens op een (veilige) gestandaardiseerde wijze elektronisch naar patiënten ontsluiten en patiënten mogelijk ook informatie kunnen aanleveren/toevoegen. Daarnaast zorgt de gestandaardiseerde informatie huishouding er ook voor dat ehealth interventies op een generieke manier gekoppeld kunnen worden aan beschikbare patiëntenportalen van de zorgverlener en persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO’s).

Invulling en uitgangspunten VIPP-programma

Voor de invulling van het programma zal geput worden uit de visie die GGZ Nederland in december publiceerde over de verdere digitalisering van de ggz. Ook zal worden aangesloten bij de zorgbrede afspraken die in het Informatieberaad worden gemaakt. De uitgangspunten voor het VIPP-programma in de ggz zijn:

  • Eigen regie voor de patiënt zowel over zijn gegevens als zo veel mogelijk over zijn zorg.
  • Programma’s die zo veel mogelijk van en voor het veld zelf zijn.
  • Merkbaar effect voor de patiënt: als er subsidies aan zorgaanbieders gegeven worden, zullen deze zo veel mogelijk resultaatsverplichtingen kennen in plaats van inspanningsverplichtingen.
  • Zowel voor koplopers als achterblijvers: de subsidieregeling zal een modulaire aanpak kennen: waar een instelling een module kan aanvragen die past bij zijn digitaliseringsopgave.
  • Een basis voor informatie-uitwisseling binnen en tussen sectoren: er wordt gebruik gemaakt van beschikbare MedMijstandaarden en de Zorginformatiebouwstenen (ZIB’s) die al door de ziekenhuizen worden gebruikt.
  • Een tijdelijke impuls: dit programma betreft nadrukkelijk een tijdelijke impuls. Zorgaanbieders zijn in principe zelf verantwoordelijk voor hun bedrijfsvoering, maar deze impuls is nodig om het tempo van de digitalisering bij te kunnen benen op een gestandaardiseerde wijze. Er wordt eveneens een tijdelijke impuls voor de inzet van e-health gegeven. De NZa werkt nu samen met partijen uit de ggz-sector, verzekeraars en vertegenwoordigers van patiënten aan een nieuwe ggz-bekostiging.

Mis niks en ontvang de spannendste ontwikkelingen