Drie zorgorganisaties, één zorgrobot en drie totaal verschillende leerwegen. tanteLouise, Zorggroep Elde Maasduinen en Avoord werken sinds enkele jaren met SARA, een sociale zorgrobot. Wat begon als drie losse trajecten, bevestigde het belang van innoveren en onderzoeken, en vooral: leren van elkaars ervaringen.
SARA is een zorgrobot. Wat doet deze zoal? SARA biedt bewoners rust waar dat nodig is, bijvoorbeeld in de vorm van muziek waar de cliënt van houdt, persoonlijke video's of een spel. Maar ze wordt net zo goed ingezet om ze te activeren en hun zelfredzaamheid te stimuleren: zelf aankleden, bewegen, een gespreksonderwerp starten... Ook ondersteunt SARA de medewerkers die ermee werken. Terwijl de zorgrobot een cliënt bezig of rustig houdt, kan de zorgprofessional zich richten op taken die echt menselijk contact vereisen. tanteLouise, Zorggroep Elde Maasduinen en Avoord zijn drie van de inmiddels vele organisaties die SARA inzetten.
Innoveren omdat het moet, niet omdat het kan
Voor bestuurders Jan-Kees van Wijnen (tanteLouise), Miranda de Vries (Zorggroep Elde Maasduinen ) en Saskia van Opijnen (Avoord) is innovatie geen doel op zich. En ze blijken daarin opvallend eensgezind. Alle drie redeneren ze vanuit zowel het perspectief van de cliënt als dat van de medewerker, en allemaal met de lange termijn voor ogen. "Je wilt gewoon toekomstbestendig zijn," zegt De Vries. Voor haar betekent het dat medewerkers hun werk goed kunnen blijven doen en dat cliënten hun zelfstandigheid en eigen regie zo lang mogelijk behouden. Saskia van Opijnen herkent dat volledig: haar innovaties zetten in op zelfredzaamheid en samenredzaamheid, op zorg die met minder mensen geleverd kan worden, en op werk dat minder belastend is voor medewerkers. "Bij Avoord innoveren we niet om te kunnen besparen," benadrukt ze, "maar om effectiever met de krapte om te kunnen gaan."
Innovatie: niet zomaar een nice-to-have
Ook bij tanteLouise draait het om diezelfde combinatie van cliënt, medewerker en lange termijn. Het is geen toeval dat de organisatie de ambitie heeft uitgesproken om in 2030 op te schalen naar maar liefst vijftig SARA's. Drie organisaties, één overtuiging: innovatie is niet zomaar een nice-to-have; het is essentieel om antwoord te kunnen bieden op een structureel vraagstuk.
De spanning tussen bewijs en praktijk
De zorginstellingen gingen niet over één nacht ijs en deden, elk op hun eigen manier, uitgebreid onderzoek naar de mogelijke opbrengsten en voordelen van SARA. Bij Zorggroep Elde Maasduinen lag de nadruk in eerste instantie op wetenschappelijk onderzoek, uitgevoerd in Europees samenwerkingsverband met LUMC en zorginstelling Ipse de Bruggen. Het onderzoek toonde weliswaar aan dat SARA effect had op rust en welzijn, maar de gemeten verschillen tussen de onderzochte groepen waren minimaal.
"Innovaties doen we niet om te besparen, maar om effectiever met arbeidsmarktkrapte om te gaan."
Saskia van Opijnen, Avoord
Rolling Stones vs. Jan Smit
"De reden daarvoor was niet dat SARA niet zou werken," legt De Vries uit. "Maar een wetenschappelijke methode vraagt om vergelijkbaarheid en dus krijgt elke bewoner in principe dezelfde interventie. Logisch, alleen ga je zo wel voorbij aan datgene wat SARA juist zo effectief maakt: dat de inzet individueel kan worden afgestemd. En dus zet je bij de ene bewoner muziek van de Rolling Stones op om rustig te worden en bij de ander draai je Jan Smit."
Kleinschalig, praktijkgericht en bruikbaar
Het bracht Zorggroep Elde Maasduinen tot een duidelijke koerswijziging. Waar het eerste onderzoek nog volledig wetenschappelijk was opgezet, liet de organisatie een vervolgonderzoek uitvoeren door een eigen medewerker, inmiddels opgeleid tot expert innovatie: kleinschaliger, praktijkgerichter en volgens De Vries voor de praktijk bruikbaarder. "Ervaringen op de werkvloer bleken minstens zo waardevol als de wetenschappelijke inzichten," concludeert ze.
De snel veranderende praktijk bijbenen
Voor Jan-Kees van Wijnen is die conclusie herkenbaar. Bij tanteLouise koos men vanaf het begin bewust voor praktijkonderzoek in plaats van een strikt wetenschappelijke opzet. "Het voordeel van praktijkonderzoek naast wetenschappelijk onderzoek, is dat het niet alleen aantoont óf iets werkt, maar vooral ook voor wie, en onder welke voorwaarden."
Vier criteria
Voordat een nieuwe technologie in aanmerking komt voor introductie bij tanteLouise, moet die voldoen aan vier vaste criteria:
- Tijdsbesparing voor medewerkers
- Meerwaarde voor kwaliteit van leven
- Lagere zorgkosten
- Duurzaamheid
Postcodegeluk
Waar precies een innovatie zich in dat traject bevindt, brengt tanteLouise in kaart met het honingraatmodel van Vilans, van verkennen tot borgen. En de organisatie gelooft niet in wat Van Wijnen 'postcodegeluk' noemt: "Werkt iets op een paar locaties, dan verplichten we ons om het ook op onze andere locaties in te zetten. Dit voorkomt dat cliënten en medewerkers op de ene locatie van meer innovaties gebruik kunnen maken dan op een andere."
"Praktijkonderzoek toont niet alleen aan óf iets werkt, maar ook voor wie, en onder welke voorwaarden."
Jan-Kees van Wijnen, tanteLouise
Wat bracht SARA teweeg?
Het praktijkonderzoek bij tanteLouise-locatie de Bosgaard onderbouwt die aanpak. SARA werd daar ingezet om onrust tegen te gaan, en bij een deel van de bewoners juist ook om te activeren: zelf opstaan, bewegen, meedoen aan een dagbesteding. Behalve een gevoel van zelfredzaamheid en meer levensgeluk, leverde dat gemiddeld 86 minuten tijdswinst per dienst op. Bovendien zorgde SARA bij vrijwel alle onderzochte bewoners voor minder onrust en dwaalgedrag. Reden genoeg om meer locaties te laten meeprofiteren van deze voordelen.
Collectieve inzet in groepsverband
Avoord startte later dan tanteLouise met SARA en maakte dankbaar gebruik van de al opgedane ervaringen. Met als gevolg een vlotte implementatie. Toch paste Saskia van Opijnen de aanpak ook aan op haar eigen doelgroep. Waar tanteLouise vooral inzette op individueel gebruik, koos Avoord ook voor collectieve inzet in groepsverband. Dat werkt in de praktijk goed: SARA kan meerdere bewoners tegelijk activeren of tot rust brengen, in plaats van één voor één. Daarnaast bleef Avoord minstens zo hard investeren in het nog persoonsgerichter maken van SARA.
De rol van implementatiebegeleider
Toch verliep niet elke implementatie bij Avoord soepel. Op één afdeling bleef het gebruik zelfs steken bij een enkele medewerker. Hoewel SARA daardoor grotendeels ongebruikt bleef staan, koos Van Opijnen er toch voor om door te zetten in plaats van te stoppen. De sleutel bleek te liggen bij twee rollen die elkaar aanvullen. Binnen het zorgteam is er de key user: iemand die SARA steeds weer inzet, het goede voorbeeld geeft, collega's aanspreekt en betrekt, en ter plekke helpt. Daarnaast is er de operationeel zorginnovator, die de ervaringen uit de praktijk ophaalt, vertaalt naar verbetervoorstellen en andere manieren van inzet, en de brug slaat tussen afdelingen. Behandelaren, waaronder psychologen, versterken de inzet nog eens door de inzet van SARA zelfs in hun adviezen op te nemen.
Samen doorontwikkelen met de leverancier
Minstens zo belangrijk is volgens Van Opijnen de samenwerking met de leverancier zelf. Doordat feedback uit de praktijk daadwerkelijk wordt meegenomen in de doorontwikkeling van SARA, is de inzet inmiddels veel persoonsgerichter geworden dan aanvankelijk mogelijk was. Van Opijnen noemt dat co-makership: niet alleen gebruiken wat er is, maar samen met de leverancier blijven bouwen aan wat een innovatie nog beter kan maken.
Niemand hoeft het wiel opnieuw uit te vinden
De drie bestuurders wijzen op hetzelfde onderliggende principe: zorgorganisaties maken gebruik van belastinggeld en dat brengt een verplichting met zich mee. "We werken allemaal met maatschappelijk geld," aldus De Vries. "Ik zie het dan ook als onze plicht om de kennis die we opbouwen te delen met anderen."
"We werken allemaal met maatschappelijk geld. De kennis die we opbouwen, zijn we dan ook verplicht om te delen."
Miranda de Vries, Zorggroep Elde Maasduinen
Anders Werken in de Zorg
Van Opijnen sluit zich daarbij volmondig aan: "Ik ben als bestuurder een groot voorstander van samen optrekken, kennis delen en het wiel niet steeds opnieuw hoeven uitvinden." Dat gedachtegoed krijgt concreet vorm in het netwerk Anders Werken in de Zorg, ooit gestart vanuit tanteLouise en inmiddels uitgegroeid tot een stichting met meer dan 175 aangesloten organisaties, waaronder ook Zorggroep Elde Maasduinen en Avoord.
De grens van wat een team aankan
Hoewel de drie bestuurders in verschillende vormen regelmatig ervaringen uitwisselen en overleg hebben over nieuwe manieren van zorg verlenen, zijn ze ook opvallend eerlijk over de keerzijde van voortdurend innoveren. Van Opijnen herkent bij haar eigen medewerkers al snel het gevoel dat een innovatie 'van bovenaf wordt opgelegd', zeker wanneer deze niet uit de teams zelf is voortgekomen. De Vries voegt daaraan toe dat innoveren tijd en energie kost. "Niet iedereen staat daar direct om te springen in tijden van personeelstekorten, vergrijzing en hoge werkdruk. Er zijn al veel veranderingen in het werken in de ouderenzorg, zoals de naasten meer betrekken en het opendeurenbeleid. Je moet dus selectief zijn in je keuzes."
Een bewuste pas op de plaats
Dat besef heeft ertoe geleid dat Zorggroep Elde Maasduinen de verdere ontwikkeling van SARA momenteel bewust op een lager pitje heeft gezet, ten gunste van innovaties die makkelijker op te schalen zijn, zoals bedsensoren en spraakgestuurd rapporteren. "Geen afscheid," benadrukt ze. "Maar een bewuste prioritering: SARA blijft in beeld, mocht de doorontwikkeling verder vruchten afwerpen."
Wat andere zorgorganisaties hieraan hebben
Wat de drie trajecten van deze organisaties met elkaar verbindt, is niet dat SARA overal hetzelfde effect heeft. Het gaat erom dat wetenschappelijk onderzoek, praktijkonderzoek en implementatieondersteuning elkaar nodig hebben om een compleet beeld te geven. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dát iets werkt. Praktijkonderzoek laat zien hóe het werkt voor een specifieke doelgroep. En pas met doorlopende aandacht en ondersteuning, zoals die van de key user en de operationeel zorginnovator, en met een leverancier die meebeweegt op feedback uit de praktijk, landt een innovatie daadwerkelijk en blijvend op de werkvloer.
Niemand hoeft het alleen te doen
Geen van de drie organisaties claimt het complete antwoord te hebben, en dat is precies waarom ze elkaar opzoeken. Door van elkaar te leren, en door eerlijk te zijn over wat wel en niet werkte, wordt zichtbaar wat andere zorgorganisaties nodig hebben om innovatie duurzaam vorm te geven: een heldere visie, ruimte om te leren van tegenslag, en het besef dat geen enkele organisatie dit alleen hoeft uit te zoeken.
Voeg ICT&health toe aan Google
Toon meer content van ICT&health in Google Zoeken.