De Nederlandse zorg staat op een kantelpunt. De analyse van Martin van Rijn en Edwin Velzel in Zorgvisie magazine 2 benadrukt wat steeds zichtbaarder wordt: het huidige zorgmodel kraakt in zijn voegen. De reflex is om te zoeken naar méér digitalisering, méér systemen en méér sturing. Maar wat als de oplossing juist ligt in minder systeem en méér mens?
Internationaal laat Patients Know Best (PKB) zien dat het anders kan. Met miljoenen gebruikers en snelle groei bewijst het platform dat patiënt gestuurde zorg geen toekomstbeeld is, maar realiteit. Volgens Richard Smith (voormalig hoofdredacteur BMJ) en Mohammad Al-Ubaydli (CEO PKB) is de richting onvermijdelijk: weg van een systeem waarin zorg wordt geleverd, naar een werkelijkheid waarin mensen hun gezondheid zelf organiseren – ondersteund door professionals en technologie. De vraag is niet langer óf die beweging komt, maar of we bereid zijn haar te volgen.
De illusie van controle
De realiteit is dat zorg zich grotendeels buiten het zorgsysteem afspeelt. Een patiënt met een chronische aandoening ziet zijn arts slechts enkele uren per jaar. De rest van de tijd ligt de regie bij de patiënt zelf. Toch blijven we doen alsof professionals de controle hebben.
Dat is precies de spanning die Van Rijn en Velzel benoemen. De zorgvraag groeit, het aantal chronisch zieken stijgt en de kosten lopen op. Digitalisering wordt vaak als oplossing gepresenteerd, maar zolang deze de bestaande systeemlogica versterkt, verandert er weinig. Otwin van Dijk (Bestuursvoorzitter Slingeland Ziekenhuis) noemt dat treffend “systeemgekte”. Meer systemen toevoegen aan een systeem dat al vastloopt, is geen transformatie.
Van zorg consumeren naar gezondheid organiseren
De echte verschuiving zit niet in technologie, maar in regie. Niet langer zorg consumeren, maar gezondheid organiseren. Daar ligt de kracht van patiënt gestuurde platforms en regionale zorgcommunicatie-oplossingen: zij maken de patiënt het centrale knooppunt. Niet als passieve ontvanger, maar als actieve regisseur. Dat is geen ideologie, maar noodzaak.
Demedicalisering: de vergeten sleutel
Een groot deel van de zorgvraag is niet medisch, maar organisatorisch of sociaal: wachttijden, gebrek aan vervolgzorg, of ondersteuning buiten het medische domein. Toch blijven we dit oplossen binnen medische structuren.
Demedicalisering betekent: gezondheid terugbrengen naar de leefwereld. Digitale middelen maken het mogelijk om zorg dichter bij huis te organiseren en alleen medisch te maken waar dat nodig is. Dat vraagt om een andere digitale infrastructuur, waarin niet het ziekenhuis maar de burger centraal staat.
Corona als reality check
De pandemie liet zien dat verandering wél kan. In korte tijd werden digitale consulten, monitoring op afstand en triage breed ingevoerd. Wat jarenlang onmogelijk leek, gebeurde ineens.
Maar nu dreigt het systeem terug te vallen in oude patronen. Veel initiatieven blijven hangen in pilots en losse oplossingen. De echte vraag is: durven we de structurele consequenties van die versnelling te trekken?
Data: van bezit naar gebruik
Een belangrijk obstakel is hoe we omgaan met data. Nog te vaak wordt data gezien als bezit in plaats van als middel. Smith is duidelijk: systemen die data afschermen zijn niet toekomstbestendig. De patiënt beweegt tussen alle zorgverleners en systemen en is daarmee de enige constante factor. Daar hoort ook de regie over data te liggen.
Voor Nederland betekent dit: samenwerking is geen keuze, maar een randvoorwaarde.
De mythe van de zelfredzame patiënt
Patiënt gestuurde zorg betekent niet dat mensen het alleen moeten doen. Gezondheid is geen individueel project.
Het vraagt om samenwerking tussen patiënt, familie, mantelzorgers en professionals. Digitale platforms moeten die samenwerking faciliteren. De vraag is dus niet of patiënten het kunnen, maar hoe we het samen organiseren.
De les uit het Verenigd Koninkrijk
PKB laat zien dat deze beweging niet top-down ontstaat. Integendeel: eerdere grootschalige IT-programma’s van de Britse overheid mislukten juist door hun centrale aanpak.
De doorbraak kwam pas toen oplossingen aansloten bij de praktijk van zorgverleners én het dagelijks leven van patiënten.
De les voor Nederland: niet één centraal systeem bouwen, maar een ecosysteem waarin de patiënt het verbindende element is.
Conclusie: een onvermijdelijke verschuiving
Wat Van Rijn en Velzel signaleren, krijgt in de visie van Smith en Al-Ubaydli een duidelijke richting: patiënt gestuurde zorg is geen keuze meer.
Het is een onvermijdelijke verschuiving. Van systeem naar mens. Van behandeling naar gezondheid. Van controle naar samenwerking.
De enige vraag die resteert: passen we het systeem op tijd aan, of blijft het zichzelf in stand houden – totdat het niet meer kan? Van Rijn en Velzel geven het antwoord.