Programma

Nieuws

E-health helpt nog weinig bij verlichten eerstelijns zorgdruk

Nieuwe technologie heeft steeds meer impact op samenleving en bedrijfsleven. Van de verwachting dat digitale toepassingen op basis van onder meer smartphones de toenemende druk op de eerstelijnszorg kunnen verlichten, komt in de praktijk echter nog weinig terecht. Dat stelt Martine Huygens in haar proefschrift ‘A patient perspective on eHealth in primary care: critical reflections on the implementation and use of online care services’. Huygens verdedigt haar proefschrift op 11 januari aan de Universiteit van Maastricht.

De zorgvraag groeit onder meer door vergrijzing en toename van het aantal chronische patiënten, maar ook door het overhevelen van taken vanuit de tweede- naar de eerstelijn. Zaken zoals online patiëntportalen, zorgapps en thuismeet-apparaatjes worden op grote schaal ontwikkeld met als doel de kwaliteit en efficiëntie van zorg te verbeteren. Maar de ontwikkeling zet niet door naar praktische en grootschalige toepassingen, zo concludeert Martine Huygens. Een belangrijke oorzaak is dat er nog veel vraagstukken zijn over het nut en het grootschalig gebruik van e-health .

Huygens kijkt in haar proefschrift vooral vanuit het perspectief van de patiënt, met als hoofddoel het onderzoeken van de behoefte aan en het gebruik van e-health. Volgens Huygens blijkt het gebruik van e-health door patiënten afhankelijk te zijn van de zorgaanbieder. Reden om te kijken naar het bredere e-health landschap. Daarbij bleek dat naast patiënten en zorgverleners, ook e-health ontwikkelaars, ondernemers, zorgverzekeraars en beleidsmakers een bepalende rol spelen in het gebruik van e-health in de eerstelijnszorg.

Inzet e-health in dagelijkse praktijk

De studies in het proefschrift zijn uitgevoerd in het kader van het eLabEL project. Dit project is opgezet om gezondheidscentra in te richten als ‘Living Lab’, waarbij e-health in de dagelijkse praktijk kon worden ingezet, gebruikt en onderzocht. eLabEL trachtte om e-health applicaties als geïntegreerde elektronische ondersteuning aan te bieden. In dit project werden patiënten, zorgverleners, ontwikkelaars, ondernemers en onderzoekers nauw betrokken.

Uit het eLabEL project blijkt dat de grootschalige implementatie van e-health afhankelijk is van de inzet, interactie en samenwerking van vier groepen stakeholders: patiënten; zorgverleners; e-health ontwikkelaars / entrepreneurs;  en stakeholders die verantwoordelijk zijn voor zorgbeleid, zoals zorgverzekeraars en beleidsmakers.

E-health kan succesvol worden ingezet en gebruikt als patiënten actief worden betrokken in het ontwikkel- en implementatieproces, als zorgverleners ondersteund en aangemoedigd worden om hun organisatie op e-health in te richten, als e-health ontwikkelaars nauw samenwerken met patiënten en zorgverleners en als de overheid zich richt op het ontwikkelen van nieuw financiële modellen om zorginnovaties te stimuleren. Alleen bij nauw samenwerken zal e-health succesvol worden.

Gebruik online diensten laag

Huygens inventariseerde als een uitgangspunt voor haar studie het gebruik van online diensten waarmee patiënten via internet contact kunnen maken met hun huisarts. Het daadwerkelijk gebruik van zulke online zorgdiensten door patiënten was erg laag. Online video consultatie werd (in 2013) het minste gebruikt (0%), het aanvragen van online herhaalrecepten het meeste (10%). Toch stond een aanzienlijk deel van de mensen die de online diensten niet hadden gebruikt wel positief tegenover het gebruik ervan in de toekomst. Dit varieerde van 15 procent (online video consultatie) tot bijna 50 procent (online inzicht verkrijgen in persoonlijke medische gegevens).

Opvallend was dat veel mensen niet wisten of een online zorgdienst aangeboden werd in hun huisartsenpraktijk. Ook antwoordde een groot aantal mensen niet te weten hoe ze het gebruik en de werking van een online zorgdienst moesten beoordelen. Het lijkt er daarom op dat de Nederlandse bevolking geen sterke mening heeft over het gebruik van online zorgdiensten in de huisartsenpraktijk.

 

Huisartsenpraktijk

Verwachte voordelen e-health bepalen nut

Huygens keek ook naar de verwachtingen en behoeften van mensen met diabetes, COPD en hart- en vaatziekte gevraagd met betrekking tot zelfmanagement en e-health ter ondersteuning van zelfmanagement. Elke ziektegroep had dezelfde algemene vereisten voor e-health op het gebied van gebruikersgemak, betrouwbaarheid en privacy. Ook werd door elke groep vermeld dat de patiënt zelf moet kunnen kiezen of ze e-health willen gebruiken en dat digitale zorgtoepassingen persoonlijke zorg moet ondersteunen en niet vervangen.

De verwachte voordelen van e-health en de mate van controle die mensen zelf hebben over hun ziekte, blijken belangrijke aspecten te zijn die invloed hebben op de bereidheid van patiënten om e-health ter ondersteuning van zelfmanagement te gaan gebruiken. Dit duidt volgens Huygens op verschillen tussen patiëntgroepen in de mate waarin bepaalde e-health toepassingen ter ondersteuning van zelfmanagement voor hen van belang kunnen zijn.

Zo zijn mensen met diabetes het meest bereid om e-health ter ondersteuning van zelfmanagement te gebruiken. Mensen met een hart- en vaatziekte gaven vaker aan dat ze weinig behoefte hadden aan ondersteuning bij zelfmanagement, omdat hun ziekte weinig invloed had op hun dagelijkse leven.

Aanbevelingen voor stakeholders

Zorgmanagers en zorgverleners krijgen de aanbeveling om een duidelijke e-health visie te creëren, waarmee ze zelf actief in gesprek kunnen gaan met zorgverzekeraars, zodat ze samen (financierings)afspraken kunnen maken. Daarnaast spelen zorgverleners een belangrijke rol in het informeren van patiënten over e-health, zodat onduidelijkheden over beschikbaarheid, gebruik, veiligheid en meerwaarde verminderd kunnen worden.

Verder beveelt Huygens zorgverleners aan om goed te overwegen aan wie ze e-health aanbieden en op welk moment in het ziekteproces. Het is belangrijk dat er goed in de gaten wordt gehouden welke patiëntgroepen de meeste meerwaarde van e-health ondervinden en, binnen deze groep, wie niet in staat zijn om e-health te gebruiken.

Daarnaast is het belangrijk dat ervaringen worden gedeeld met andere zorgaanbieders en ontwikkelaars en dat wordt deelgenomen aan onderzoeksprojecten, zodat het effect van e-health op de kwaliteit, efficiëntie en kosteneffectiviteit onderzocht kan worden in de dagelijkse praktijk.

Actieve rol patiënten

Ook patiënten kunnen een actieve rol spelen in de opschaling van e-health. Een aanbeveling hun kant uit is om actief met hun zorgverlener in gesprek te gaan over e-health. Zo kunnen zorgverleners gestimuleerd worden om een e-health visie te creëren. Hiervoor zullen patiënten wel een goed beeld moeten hebben over de mogelijkheden van e-health. Patiëntorganisaties en nationale initiatieven gericht op patiënten kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Het is vooral belangrijk dat patiënten het gebruik van e-health overwegen en dat zorgverleners een open sfeer creëren waarin de patiënt zich bevoegd voelt om  e-health te vragen.

Verder is een rol weggelegd voor zorgverzekeraars en de overheid. Zorgverzekeraars kunnen bijdragen aan de grootschalige inzet van e-health als ze meer bereid zijn om deel te nemen aan en samen te werken binnen potentiële e-health projecten, als ze zich meer richten op de voordelen op lange termijn en als ze nieuwe vergoedingsstructuren, zoals het ‘shared savings’ principe, overwegen. Daarnaast ligt het voor de hand dat er een rol voor de overheid is weggelegd om e-health initiatieven te coördineren en ondersteunen, zodat er een beter e-health ‘landschap’ gecreëerd kan worden.

Tenslotte wordt aanbevolen om living labs kleiner en regionaal op te zetten. Daarnaast wordt duidelijk dat er tijdens de ontwikkeling van e-health in een vroeg stadium een focus moet komen op de verwachte (kosten)effectiviteit ervan. Een positieve uitkomst kan zorgaanbieders en zorgverzekeraars overtuigen om deel te nemen aan e-health projecten, zodat het fenomeen verder ontwikkeld kan worden in de dagelijkse praktijk.

Meer hierover in de aankomende editie van ICT&health. Verschijnt op 20 februari a.s. Nog geen abonnement? Klik hier en kies uw abonnementsvorm.

Mis niks en ontvang de spannendste ontwikkelingen