Bijna de helft van de Nederlandse huisartsenpraktijken maakt inmiddels gebruik van AI-ondersteunde digitale toepassingen. Dat is ruim twee keer zoveel als in 2024, toen het nog om ongeveer één op de vijf praktijken ging. Tegelijkertijd bestaat er bij veel praktijken behoefte aan specifieke toepassingen, zoals spraakgestuurde rapportage. Aan chatbots en digitale doktersassistenten is minder behoefte. Ook ervaren praktijken nog regelmatig belemmeringen bij het gebruik van AI. Dat blijkt uit de jaarlijkse Nivel Huisartsenpraktijkenenquête 2025, waaraan ruim 800 huisartsenpraktijken deelnamen.
De enquête laat zien dat het gebruik van AI-ondersteunde digitale toepassingen in een jaar tijd sterk is toegenomen. In 2024 gebruikte ongeveer één op de vijf huisartsenpraktijken AI-ondersteunde toepassingen. In 2025 is dat aandeel gestegen naar bijna de helft van de praktijken. Daarmee is AI in korte tijd bij een aanzienlijk groter deel van de huisartsenpraktijken onderdeel geworden van de digitale zorg.
De behoefte aan AI-toepassingen verschilt per soort toepassing. Een groot deel van de praktijken heeft behoefte aan specifieke toepassingen, waaronder spraakgestuurde rapportage. Voor andere toepassingen, zoals chatbots en digitale doktersassistenten, is die behoefte kleiner.
Ondanks de toename in het gebruik ervaren huisartsenpraktijken nog regelmatig belemmeringen bij de inzet van AI-ondersteunde toepassingen. De cijfers laten daarmee zowel een groeiend gebruik als een blijvende behoefte aan verdere ontwikkeling en ondersteuning bij de toepassing van AI in de huisartsenpraktijk zien.
Tijdgebrek en kosten belemmeren inzet AI
Het onderzoek laat zien dat bijna de helft van de huisartsenpraktijken één of meer AI-ondersteunde digitale zorgtoepassingen gebruikt. Spraakgestuurde rapportage wordt het vaakst ingezet (36%), gevolgd door triage (16%).
Tegelijkertijd heeft 35 tot 50 procent van de praktijken behoefte aan verschillende AI-toepassingen, maar gebruikt deze nog niet. Praktijken die geen AI inzetten, noemen het onpersoonlijke karakter van de toepassingen vaak als reden. Bij praktijken die AI wel willen inzetten, vormen vooral tijdgebrek en de kosten een belemmering.
Digitale ggz
Digitale ggz wordt door 85 procent van de huisartsenpraktijken ingezet. Ook online afspraken maken is inmiddels breed ingeburgerd: 78 procent van de praktijken maakt hiervan gebruik. Telemonitoring (57%), digitale triage (45%) en videobellen (40%) worden door minder praktijken ingezet.
Ook de frequentie van het gebruik verschilt per toepassing. Digitale triage wordt relatief vaak dagelijks gebruikt, terwijl digitale ggz en telemonitoring vaker wekelijks worden ingezet. Videobellen vindt meestal enkele keren per jaar plaats.
Jaarlijkse enquête
In oktober 2025 is de jaarlijkse Nivel Huisartsenpraktijkenenquête uitgezet onder ruim 4.800 huisartsenpraktijken in Nederland. Er is opnieuw gevraagd naar het gebruik van digitale en AI-ondersteunde zorgtoepassingen. Voor het eerst is ook onderzocht welke AI-toepassingen praktijken nodig hebben en welke belemmeringen zij ervaren bij de inzet ervan. In totaal vulden 816 tot 850 praktijken deze vragen in, een respons van 19 procent. Dat is hoger dan bij eerdere edities van de enquête.
In oktober 2025 schreven we op basis van de Nivel Huisartsenpraktijkenenquête 2024 nog dat huisartsenpraktijken beperkt gebruik maakten van AI-ondersteunde digitale zorgtoepassingen. Dat beeld is in een jaar tijd duidelijk veranderd. Waar andere digitale toepassingen, zoals e-consulten en teleconsulten, al langer breed worden gebruikt, neemt ook het gebruik van AI-ondersteunde toepassingen nu toe.