Het zomerreces is bij uitstek een periode voor reflectie en om vooruit te blikken. De digitale transformatie in de zorg wordt vaak beschreven alsof we met z’n allen op een futuristische snelweg rijden: strak asfalt, slimme verkeerslichten, autonome voertuigen die ons moeiteloos naar een betere toekomst brengen. Maar wie goed kijkt, ziet dat de werkelijkheid eerder lijkt op een landschap vol kronkelpaden, modderige padden, onverwachte obstakels én prachtige vergezichten.
Digitalisering is geen route die je simpelweg “uitrolt”. Het is een cultuurverandering, een sociale opgave, een ethische uitdaging en een organisatorische verbouwing tegelijk. En precies daar wringt het nog wel eens.
Digitale zorg werkt alleen als iedereen mee kan doen
Pharos waarschuwt al jaren dat digitalisering gezondheidsverschillen kan vergroten. In Nederland hebben zo’n 3 miljoen mensen moeite met lezen en schrijven, en 4,5 miljoen moeite met digitale vaardigheden. Dat betekent dat een groot deel van de bevolking niet vanzelfsprekend kan inloggen, beeldbellen, een portaal gebruiken of een digitale vragenlijst invullen, laat staan in de toekomst zijn of haar triage digitaal omarmen en doen.
Digitale zorg is dus niet alleen een technologische innovatie, maar een inclusieve opdracht. Als we niet oppassen, creëren we verdere een tweedeling: mensen die digitaal vaardig zijn en profiteren van gemak, snelheid en autonomie en mensen die afhaken, verdwalen of simpelweg buiten beeld raken en daardoor zorg mijden en dat is maatschappelijk confronterend. Digitale zorg is pas passende zorg als ze begrijpelijk, toegankelijk en menswaardig is.
Veiligheid is geen bijzaak, maar de fundering
Zorginstellingen zijn een aantrekkelijk doelwit voor cybercriminelen. Niet omdat ze rijk zijn, maar omdat ze kwetsbaar zijn. De versnippering van systemen, de druk op personeel en de noodzaak om snel te handelen maken de sector gevoelig voor datalekken en ransomware.
IT‑Value benadrukt dat digitale zorg alleen toekomstbestendig is als dataveiligheid structureel en centraal wordt georganiseerd: governance, autorisatiebeheer, integrale beveiliging en een applicatielandschap dat niet uit elkaar valt zodra iemand op vakantie gaat. Digitalisering zonder veiligheid is als een ziekenhuis zonder sloten: het lijkt misschien open en vriendelijk, maar het is onverantwoord.
Hybride zorg is de nieuwe norm, maar nog niet voor iedereen
Het RIVM laat zien dat de adoptie van digitale zorg sterk verschilt per sector. Verpleegkundigen en medisch specialisten halen de IZA‑doelen al: 70% van geschikte zorg digitaal aanbieden is haalbaar en soms zelfs wenselijk. Maar in de huisartsenzorg blijft digitale triage, informatievoorziening en vragenlijsten achter. En dan is er de patiënt. De helft van de mensen met een chronische ziekte zou digitale zorg moeten gebruiken, maar dat gebeurt nog lang niet overal. De redenen zijn divers:
- Er is een gebrek aan vertrouwen;
- Patiënten hebben moeite met technologie;
- Patiënten ervaren angst om “verkeerd te klikken”;
- of hebben simpelweg de voorkeur voor menselijk contact.
Hybride zorg is dus geen technologische keuze, maar een relationele. Het vraagt om: begeleiding, uitleg, empathie en tijd.
AI: de nieuwe collega die nog moet worden ingewerkt
AI wordt vaak gepresenteerd als de magische oplossing voor werkdruk, verminderen administratielast en triage. En ja, de potentie is enorm: patronen herkennen, dossiers samenvatten, risico’s voorspellen, zorgverleners ontlasten en voor de patiënt een nieuwe partner en vraagbaak in de spreekkamer.
Maar Pharos waarschuwt terecht dat AI ook nieuwe ongelijkheid kan creëren. Als algoritmen worden getraind op data die bepaalde groepen ondervertegenwoordigd, dan wordt de zorg voor die groepen slechter in plaats van beter en dat moeten we met zijn allen zien te voorkomen. AI moet dus niet alleen slim zijn, maar ook rechtvaardig en ethisch verantwoord. Gezondheidsrechtvaardige AI is geen luxe, maar een randvoorwaarde voor de toekomst.
De echte uitdaging: adoptie, niet technologie
Het meest opvallende inzicht uit de RIVM‑rapportage is misschien wel dat: zorgverleners zijn neutraal over de invloed van digitale zorg op hun werkdruk.
Dat klinkt onschuldig, maar het is een signaal. Nieuwe tools kosten tijd om te leren. Implementatie vraagt vaardigheden die niet vanzelfsprekend aanwezig zijn. En als digitale zorg niet goed is ingebed in het werkproces, verhoogt ze de druk in plaats van dat ze die verlaagt.
Digitalisering is dus geen sprint, maar een marathon. En die loop je niet alleen met technologie, maar met elkaar en voor elkaar.
Digitale zorg is een landschap en we moeten het samen vormgeven
Als we digitalisering blijven zien als een snelweg, blijven we teleurgesteld. Want snelwegen zijn lineair, voorspelbaar en ontworpen voor snelheid. De zorg is dat niet. De zorg is menselijk, relationeel, complex en soms chaotisch.
Digitale zorg moet daarom worden ontworpen als een landschap:
- met paden voor wie snel wil;
- met rustplekken voor wie tijd nodig heeft;
- met gidsen voor wie de weg niet kent;
- en met bruggen voor wie anders buiten beeld raakt.
Digitalisering is nogmaals geen doel op zich. Het is een manier om zorg menselijker, toegankelijker en toekomstbestendiger te maken. Maar dat lukt alleen als we het landschap samen vormgeven met zorgverleners, patiënten, mantelzorgers, bestuurders én technologie die dienstbaar is aan de mens.
Together We Care!
Referenties
- Pharos: digitale Inclusie & Gezondheidsrechtvaardige AI
- RIVM: Monitor digitale transformatie in de zorg 2026
- IT‑Value: Digitale zorg en dataveiligheid in 2026